Kamer keurt hervorming personenbelasting en ondernemersaftrek goed: “wie onderneemt, houdt meer over”
De Kamer keurde zonet het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting goed. Zelfstandigen met een eenmanszaak krijgen een eerste ondernemersaftrek, een UNIZO-realisatie. Daarnaast zullen zelfstandige ondernemers en hun personeel de komende jaren netto meer overhouden door een verhoging van de belastingvrije som. UNIZO noemt deze hervormingen een stap in de juiste richting, maar te beperkt om de enorme fiscale druk op arbeid en ondernemerschap echt te breken.
“Volgens onze berekeningen daalt de belastingdruk op een gemiddeld brutoloon door de verschillende maatregelen met 1,3 procentpunt tegen 2029. Dat is een stap vooruit, maar het verschil met de buurlanden blijft groot. Voor ondernemers met een vennootschap worden een aantal verstrengingen ingevoerd. UNIZO vraagt nu vooral rechtszekerheid en een stop op nieuwe verstrengingen. “Laat de maatregelen eerst uitwerking hebben en evalueer ze daarna grondig. Zolang er geen echte fiscale hervorming komt die de druk op arbeid en ondernemerschap structureel verlaagt, zijn bijkomende verstrengingen en verdere culpabilisering van ondernemers met een vennootschap onaanvaardbaar.”
Zelfstandigen houden nog te weinig over van hun vele inspanningen, investeringen en risico’s. Deze hervorming erkent dat probleem en zet een mooie stap vooruit om de grote bruto-netto problematiek wil aanpakken. Maar ze neemt de fiscale druk nog niet structureel weg. Daarom mag deze stemming geen eindpunt zijn. Ze moet het begin zijn van een bredere hervorming die werken, ondernemen en mensen tewerkstellen meer laat lonen.”
-Gedelegeerd bestuurder van UNIZO Bart Buysse
Ondernemersaftrek
Zelfstandigen met een eenmanszaak worden vandaag zwaar belast via de progressieve personenbelasting. Daarom pleit UNIZO al sinds 2019 voor een ondernemersaftrek die de belastingdruk voor deze belangrijke groep zelfstandigen verlaagt.
Die ondernemersaftrek komt er nu. Vanaf aanslagjaar 2028 zullen hoofd- en bijberoepers met een eenmanszaak hun belastbare winst met 10% mogen verminderen, tot een geplafonneerd bedrag van 620 euro. Vanaf aanslagjaar 2030 stijgt dat plafond tot 830 euro.
“Na de ware heksenjacht op de zogezegde managementvennootschappen, is de ondernemersaftrek een positieve maatregel die ondernemerschap stimuleert. Ondernemers creëren welvaart, zorgen voor (eigen) tewerkstelling en nemen de grootste risico’s. Zij genieten minder bescherming dan de werknemers die ze een kans geven om welvaart op te bouwen. De risico’s die ondernemers nemen, verdienen compensatie. Het maximale bedrag had zeker nog hoger gemogen, maar dit is alvast een belangrijke eerste stap.”
“De verhoging van de belastingvrije som en de ondernemersaftrek zullen er samen voor zorgen dat zelfstandigen jaarlijks 1.100 tot 1.300 euro minder personenbelasting betalen.”
Meer loon naar werken, maar België blijft arbeid te zwaar belasten
De hervorming van de personenbelasting bevat ook enkele maatregelen die gericht zijn op het verkleinen van de kloof tussen bruto en netto. Zo wordt de belastingvrije som stap voor stap verhoogd. Dat is het deel van het inkomen waarop geen personenbelasting betaald wordt. Tegen 2030 stijgt die belastingvrije som tot 15.600 euro. Daardoor houden werkenden, ook zelfstandige ondernemers, netto meer over van hun brutoloon of inkomsten.
Ook de fiscale werkbonus wordt versterkt. Die maatregel richt zich vooral op lagere lonen en moet het verschil tussen werken en niet-werken vergroten.
Vanaf 2028 daalt daarnaast de bijzondere bijdrage sociale zekerheid. Het maximumbedrag wordt gehalveerd van 731 euro naar 366 euro per jaar. Voor wie vandaag de maximale bijdrage betaalt, betekent dat ongeveer 30 euro netto per maand extra.
“Volgens onze berekeningen daalt de belastingdruk op een gemiddeld brutoloon door de verschillende maatregelen met 1,3 procentpunt tegen 2029. Dat is een stap vooruit, maar het verschil met de buurlanden blijft groot. Vandaag gaat in België ongeveer 30% van een gemiddeld brutoloon naar bedrijfsvoorheffing en werknemersbijdragen. In Nederland is dat 25%, in Frankrijk 20%. Onze ondernemers concurreren niet alleen om klanten, maar ook om mensen. Ze moeten talent aantrekken en houden. Dan helpt elke lastenverlaging. Maar om de arbeidsmarkt echt sterker te maken, moeten we durven doorwerken aan de fiscale druk op arbeid.”
Andere maatregelen
Naast de maatregelen die de kloof tussen bruto en netto verkleinen, bevat de hervorming nog enkele andere belangrijke bepalingen.
Zo is de afschaffing van de verhoging bij onvoldoende voorafbetalingen voor zelfstandigen natuurlijke personen een terechte verbetering. Voor zelfstandigen is het vandaag niet altijd eenvoudig om op voorhand precies in te schatten hoeveel zij moeten afdragen. Dat blijft vaak deels giswerk, zeker wanneer inkomsten schommelen of onverwachte kosten opduiken. Door de extra fiscale sanctie bij onvoldoende voorafbetalingen te schrappen voor zelfstandigen met een eenmanszaak, erkent de regering beter de realiteit waarin zij ondernemen. De budgettaire impact blijft beperkt, maar het signaal is duidelijk positief.
Ook komt er een uitbreiding van het aantal vrijwillige overuren tot 360 uur, waarvan 240 netto kunnen worden gepresteerd. Dat geeft ondernemingen meer flexibiliteit om pieken op te vangen en biedt werknemers de mogelijkheid om extra bij te verdienen.
Ook voor ondernemers met een vennootschap bevat de hervorming een belangrijke wijziging. Wie aanspraak wil maken op het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 euro winst, moet zichzelf als bedrijfsleider een minimumbezoldiging uitkeren. Die minimumbezoldiging wordt nu opgetrokken en voortaan jaarlijks geïndexeerd.
“Dit past in de zogenaamde strijd tegen de vervennootschappelijking die ook binnen deze regering woedt, samen met de verhogingen van de roerende voorheffing op uitkeringen binnen VVPRbis en de liquidatiereserve. UNIZO vraagt nu vooral rechtszekerheid en een stop op nieuwe verstrengingen. Laat de maatregelen eerst uitwerking hebben en evalueer ze daarna grondig. Zolang er geen echte fiscale hervorming komt die de druk op arbeid en ondernemerschap structureel verlaagt, zijn bijkomende verstrengingen en verdere culpabilisering van ondernemers onaanvaardbaar.”
Bovendien voert de regering de regel in dat voortaan de forfaitaire voordelen alle aard (wagen, woning, aandelenopties, …) maar 20% mogen bedragen van het totale loonpakket van bedrijfsleiders en werknemers. Als die grens van 20% overschreden wordt bij een bedrijfsleider verliest de vennootschap het verlaagde tarief van 20% op de eerste 100.000 euro winst en als dit bij een werknemer gebeurt, betaalt de werkgever een extra bijdrage.
Tenslotte wordt de regeling rond auteursrechten voor computerprogramma's opnieuw aangepast. Voor UNIZO is dit niet het zwaartepunt van de hervorming maar wel het rechtzetten van een onrechtvaardigheid ten aanzien van heel wat freelancers uit deze sector.
Nu nood aan rechtszekerheid
Voor UNIZO is deze hervorming een belangrijke stap vooruit, maar vooral nu komt het erop aan om woord te houden. Ondernemers hebben nood aan rechtszekerheid en moeten erop kunnen vertrouwen dat de goedgekeurde maatregelen ook effectief, tijdig en volledig worden uitgevoerd en dat er ook een periode van stabiliteit aanbreekt, begrotingsgesprekken of niet.
De fiscale druk op arbeid en ondernemerschap blijft hoog, maar nieuwe onzekerheid of bijkomende verstrengingen zijn daarop geen antwoord. Wie werkt, onderneemt en mensen tewerkstelt, moet daar meer van kunnen overhouden. Ook in de toekomst moet verder worden ingezet op het verlagen van de fiscale druk op arbeid in dit land.