De cijfers van het tussentijds technisch verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) in het kader van de Loonnormwet tonen aan dat de klassieke loonkostenhandicap tegenover Duitsland, Nederland en Frankrijk nagenoeg is weggewerkt en volgens projecties zelfs licht negatief kan worden tegen het einde van dit jaar. Dat is een positieve evolutie voor de concurrentiepositie van ondernemingen.

UNIZO West-Vlaanderen waarschuwt tegelijk voor berusting: een gewerkt uur blijft in België al jaren ongeveer 10% duurder dan in onze buurlanden. Dat prijsverschil blijft zwaar doorwegen op de competitiviteit, zeker voor kmo’s met beperkte marges.

Het is goed nieuws dat de loonnormwet opnieuw doet waarvoor ze bedoeld is: een rem zetten op ontsporingen en onze loonvorming dichter bij die van de buurlanden brengen. Het blijft een fragiel evenwicht. Voor West-Vlaamse kmo’s is één boodschap essentieel: geen nieuwe (loon)kostenmechanismen die onze bedrijven opnieuw op achterstand zetten.

Herman Hillaert, Directeur UNIZO West-Vlaanderen.

10% hogere uurkost blijft een structurele handicap

Naast de klassieke vergelijking met 1996 publiceert de CRB ook cijfers over de kostprijs per gewerkt uur. Die indicatie is voor ondernemers bijzonder relevant, omdat ze rechtstreeks verband houdt met de kost om mensen aan het werk te houden en tegelijk te kunnen investeren en groeien. Een gewerkt uur is in België in de privésector al enkele jaren zo’n 10% duurder dan in de buurlanden. Dat komt neer op een kost van €48 per gewerkt uur in België, tegenover €44 in Duitsland en Frankrijk en €43,5 in Nederland. Dat is gemiddeld €4 verschil per uur.

UNIZO West-Vlaanderen benadrukt dat het CRB-document een tussentijds technisch verslag is: het dient om de loonkostontwikkeling en de economische context op te volgen en tijdig bij te sturen. Het is niet bedoeld om vandaag al conclusies te trekken over extra loonmarges of om het debat over loonsverhogingen op gang te trekken. Bovendien blijven de cijfers voor 2025 en 2026 projecties die nog kunnen wijzigen. In een omgeving met blijvende onzekerheid, geopolitieke spanningen en mogelijke inflatieschokken kan de Belgische loonkost opnieuw snel escaleren. 

Voorzichtigheid is absoluut nodig. Dit tussentijds verslag is geen startschot voor loonopslag. De echte basis voor het volgende loonoverleg voor de periode 2027-2028 komt pas met het technische CRB-verslag dat binnen een jaar verschijnt.

Herman Hillaert