De federale regering heeft in het Kerstakkoord een aantal knopen doorgehakt rond o.m. btw, centenindex en het mobiliteitsbudget. UNIZO begrijpt dat de regering budgettaire doelstellingen moet halen, maar waarschuwt dat de uitvoering opnieuw zal bepalen of ondernemers hiermee vooruitgaan of vastlopen in extra administratie en onduidelijkheid.

“Dit Kerstakkoord was een kans op broodnodige duidelijkheid voor onze ondernemers, die kans heeft Arizona voorlopig gemist. Ondernemers hebben geen boodschap aan maatregelen die achteraf voor discussies blijven zorgen. Onze vraag is simpel: maak het helder, werkbaar en voorspelbaar. Onze ondernemers hebben daarvoor geen leger administratieve medewerkers.” 

-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO

Btw: “lopende contracten en boekingen cruciaal, maak dit werkbaar voor ondernemers”

Binnen de beslissingen rond btw, staat voor UNIZO de discussie rond lopende afspraken centraal. De regering moet vermijden dat ondernemers en consumenten plots worden geconfronteerd met extra kosten voor reeds gemaakte boekingen (hotels, campings, events…) en lopende contracten. Zonder duidelijke overgangsregels kan de verhoogde btw automatisch van toepassing worden op reeds afgesproken diensten die pas later plaatsvinden, of op contracten die al maanden vastliggen, waardoor het btw-verschil ten laste van de ondernemer valt wanneer die het niet kan doorrekenen aan de consument. Het is onbegrijpelijk dat hier geen verder uitstel of flankerende maatregelen werden beslist.

“We vragen zeer duidelijk dat afspraken en boekingen die vóór de inwerkingtreding zijn gemaakt, onder het oude tarief blijven vallen, en dat de btw-verhoging in lopende contracten wordt behandeld als overmacht zodat prijsaanpassing mogelijk is. Dit is voor ons, en vele sectoren een cruciaal punt. Bovendien ware het beter geweest om de nieuwe maatregelen ten vroegste te laten ingaan vanaf het tweede kwartaal van 2026, zodat ondernemers meer tijd hebben om zich hierop voor te bereiden en hun klanten te informeren.”

-Bart Buysse

 

Vanaf maart stijgt de btw op verschillende categorieën van 6 naar 12%. Om de discussie rond “take-away” te beslechten, schuift Arizona een nieuwe afbakening naar voren op basis van de houdbaarheidsdatum: producten die twee dagen of minder houdbaar zijn, zullen voortaan onder het hogere btw-tarief vallen. Die notie zou overal gelden, niet alleen in de horeca maar bv. ook in supermarkten.

“We begrijpen dat de regering duidelijkheid wil brengen in een dossier dat steeds meer op een absurde interpretatiestrijd begon te lijken. Maar volgens ons dreigt de gekozen oplossing vooral voor onduidelijkheid en nieuwe problemen te creëren op het terrein. Met grijze zones, extra administratie en contractuele discussies. Als je btw laat afhangen van een houdbaarheidsdatum, vraag je om fouten, discussies en controlelast.

-Bart Buysse

UNIZO wijst erop dat de timing bijzonder krap wordt. Door de procedure die nog moet volgen (ministerraad, Raad van State, publicatie) blijft er na publicatie nauwelijks tijd om kassasystemen, prijslijsten en communicatie aan te passen. UNIZO blijft daarom vragen om flankerende maatregelen en om ten vroegste 1 april als startdatum te nemen, zodat ondernemers de omschakeling correct kunnen organiseren.

UNIZO zal verdere teksten diepgaand evalueren en hier tijdig over communiceren.

 

Centenindex: “timing schuift op, vragen blijven en omgekeerd effect mogelijk

De regering schuift de invoering van de centenindex voor werknemers op van 2026 naar 2027, toch zullen sommigen hem al in de loop van 2026 voelen. Door de laattijdige beslissing van de regering valt de maatregel niet meer samen met de indexeringen die begin 2026 ingaan. 

UNIZO erkent dat de regering met de centenindex de loonkost wil temperen, maar werkgevers moeten via een werkgeversbijdrage de helft afstaan aan de overheid. Het principe is dat lonen tot 4.000 euro bruto volledig geïndexeerd blijven, terwijl hogere lonen slechts beperkt worden geïndexeerd. Door de manier waarop de centenindex en de nieuwe werkgeversbijdrage worden ingevoerd, dreigt de maatregel op termijn de loonkost mogelijks weer te verhogen.

“De centenindex wordt voorgesteld als een rem op de loonkost. Op korte termijn lijkt dat zo, omdat een deel van de automatische loonstijging wordt afgeremd. Alleen: de loonnorm wordt niet aangepast waardoor de lonen met vertraging toch zullen stijgen, waardoor dit minstens op termijn een vestzak-broekzak is. Omdat de lonen nu minder snel stijgen, zal er in de toekomst ruimte ontstaan voor loonsverhogingen. Je haalt de druk dus tijdelijk weg, maar je duwt die naar de toekomst. Daar komt de werkgeversbijdrage bovenop, die structureel is en niet uitdooft waardoor de loonkosten verder dreigen te verhogen.”

 

“Het gevolg: wat vandaag als loonkostrem wordt voorgesteld, dreigt op middellange termijn terug te keren als extra loonkost. De concurrentiepositie van Belgische ondernemingen zal dus onder druk blijven staan.”   

-Bart Buysse

Los daarvan, moet het mechanisme ook duidelijk zijn. En dat is het nu niet. Meer nog, de beslissingen van vannacht zorgen nog steeds voor verwarring, net op het moment dat ondernemers loonbudgetten en prijszetting moeten plannen. De timing schuift op, maar de vragen blijven. Ondernemers hebben nood aan een stabiel kader en vooral aan duidelijke communicatie. Je kan loonkost niet beheren in de mist die er nu over hangt. 

We zullen de regel bij UNIZO nauwgezet blijven opvolgen en vragen zeer nadrukkelijk om een praktische uitwerking centraal te zetten. De centenindex moet ondernemers helpen, dat doe je niet door onduidelijkheid, moeilijke kaders en ingewikkelde administratie.

Mobiliteitsbudget: “goed dat kmo-uitzondering blijft”

UNIZO is tevreden met de kmo-uitzondering voor het mobiliteitsbudget. We vernemen dat die vrijstelling enkel geldt voor kmo’s met minder dan 15 werknemers en dat er een overgangsperiode van twee jaar komt voor bedrijven met maximaal 50 mensen in dienst. 

De beslissing om kmo’s uit te zonderen van de verplichting rond het mobiliteitsbudget houdt de maatregel werkbaar. Kleine ondernemingen worden zo niet opnieuw opgezadeld met bijkomende administratie en verplichtingen die moeilijk te dragen zijn naast hun dagelijkse werking.

“We zijn blij dat de kmo-uitzondering er is. Kleine ondernemingen mogen niet opnieuw de rekening betalen van maatregelen die veel administratie vragen. Onze grotere kmo’s krijgen dan weer de tijd en ruimte om het mobiliteitsbudget verstandig en doordacht in te zetten op maat van het eigen bedrijf. Al betreuren we natuurlijk dat de volledige vrijstelling stopt bij 15 werknemers en niet algemeen geldt voor kmo’s.” 

-Bart Buysse

UNIZO benadrukt dat het mobiliteitsbudget een waardevol instrument kan zijn om mobiliteit te verduurzamen, maar enkel als het systeem werkbaar en transparant wordt. Vandaag blijft de berekening en het beheer te complex.

“Niet elke onderneming heeft een HR-cel die zich dagenlang in berekeningen kan storten. Wie vooruit wil met duurzame mobiliteit moet vooral zorgen dat de regels helder en werkbaar zijn.”

-Bart Buysse

Nuttig voor jou