Preventiedoelstellingen

De EU-lidstaten moeten de hoeveelheid verpakkingsafval per inwoner aantoonbaar verminderen ten opzichte van 2018, met 5% in 2030, 10% in 2035 en 15% in 2040. Dat wordt niet zo éénvoudig als het misschien lijkt.  Sommige EU-lidstaten zoals België hebben al veel inspanningen gedaan om verpakkingen en verpakkingsafval te reduceren. Bedrijven die een bepaalde hoeveelheid verpakkingen op de Belgische markt brengen moeten immers al jaren preventieplannen verpakkingsafval indienen. Door die plannen denken Belgische bedrijven al veel langer na over hoe ze verpakkingsafval kunnen voorkomen en verminderen. Het laaghangend fruit is hier dus al lang geplukt. 

Minimale recyclage-inhoud kunststofverpakkingen

Het minimale gehalte recyclaat (recycled content) in kunststofverpakkingen gaat de komende jaren stap voor stap omhoog.  Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten plastic verpakkingen, o.a. contactverpakkingen voor voeding, plastic drankflessen, niet-voedselverpakkingen, etc… Voor veel niet-voedsel plastic verpakkingen zal gelden dat ze minstens 35% post-consumer granulaat moeten bevatten vanaf 2030.  Vanaf 2040 zal dit minimumaandeel stijgen naar 65%. Die doelstellingen worden berekend per fabrikant en per jaar, en dus niet per individuele verpakking.

Bepaalde verpakkingstypes verboden vanaf 2030

Artikel 25 van de regelgeving stelt dat vanaf 1 januari 2030 bepaalde verpakkingstypes niet langer op de EU-markt mogen worden gebracht. De concrete verboden zijn opgesomd in bijlage V. 

Het gaat onder andere om:

  • Eénmalige kunststof wikkels om individuele verkoopeenheden te groeperen, bv. krimpfolie rond een six-pack blikjes of flessen. Mogelijke alternatieven zoals biologisch afbreekbare stretchfolie, kartonnen keelclips, kartonnen wikkels of andere herbruikbare verpakkingssystemen kunnen overwogen worden, maar de vraag blijft of deze even doeltreffend zullen zijn. De kans is groot dat eventuele alternatieven een extra kost inhouden.
  • Wegwerpkunststofverpakkingen voor verse, onbewerkte groenten en fruit (< 1,5 kg): dat zijn o.a. plastic schaaltjes, bakjes of zakjes voor voorverpakte verse groenten en fruit met een gewicht van minder dan 1,5 kg. Lidstaten kunnen in uitzonderlijke gevallen uitzonderingen toestaan voor verpakkingen van vers fruit/groenten, wanneer bijvoorbeeld waterverlies, bederf of contaminatie anders niet voorkomen kan worden
  • Plasticverpakkingen voor consumptie ter plaatse op locaties in horeca, bv. bakjes, borden en bekers voor eenmalig gebruik.
  • Single-use portieverpakkingen in de horeca: o.a. individuele porties/verpakkingen van sauzen, ketchup, mayonaise, koffiemelk, suiker, etc….
  • Eénmalige mini-verpakkingen voor cosmetica en toiletartikelen in de logiessector, bv. mini plastic shampooflesjes in hotels, zakjes voor miniatuurstukken zeep, e.d.
  • Zeer lichte plastic draagzakjes (<15 micron), behalve wanneer ze nodig zijn om voedselverspilling te voorkomen (bv. voor los fruit) of als deze om hygiënische redenen vereist zijn.

Meer info vind je hier.   

Uiteraard roepen die verbodsbepalingen veel praktische vragen op. Om deze te kunnen beantwoorden moeten de aangekondigde “guidelines” afgewacht worden. De guidelines die de Europese Commissie zal opstellen omtrent artikel 25/bijlage V zullen in principe beschikbaar zijn vanaf 12 februari 2027. Die guidelines zullen extra informatie en verduidelijking bevatten omtrent o.a. de scope van de verboden, de definitie en de toepassing van uitzonderingen.

Uniforme etikettering in de EU

De etikettering moet geharmoniseerd worden binnen de EU-lidstaten. Dit betekent dat dezelfde symbolen en markeringen worden gebruikt in alle landen, zodat er geen verwarring ontstaat bij consumenten. Er komen uniforme labels voor afvalscheiding, zodat consumenten duidelijk kunnen zien hoe verpakkingsmaterialen moeten worden gescheiden en verwerkt. Een verplichte, gestandaardiseerde etikettering van verpakkingen zal ingevoerd worden, evenals diverse informatieverplichtingen.

De specifieke details zullen in verdere uitvoeringsbesluiten (“implementing acts”) worden vastgelegd. Bedrijven krijgen een overgangsperiode om hun verpakkingen aan te passen.

Na de publicatie van de implementing acts hebben bedrijven twee jaar de tijd om de labels toe te passen, en daarbovenop drie jaar om producten met de oude verpakking te blijven verkopen. Er is dus een overgangsperiode voorzien. 

Die vaststelling maakt dat men best voorzichtig is met bv. oplages bij een herdruk, aangezien we op vandaag nog niet alle bepalingen en details kennen om etiketten definitief aan te passen,….  Dat is vervelend en zorgt voor vragen en onzekerheid.

Meer info vind je op de website van Fost Plus.

Minder gewicht en volume

Fabrikanten en importeurs worden verplicht er voor te zorgen dat het gewicht en het volume van de verpakkingen tot een minimum worden beperkt, behalve voor verpakkingen die bedoeld zijn om producten te beschermen. Bij die laatste uitzondering geldt de voorwaarde dat deze verpakkingen al werden gebruikt op de datum van inwerkingtreding van de Verordening. Bedrijven mogen geen onnodig grote en/of zware verpakkingen gebruiken zoals dubbele wanden waarbij men de inhoud bewust groter laat lijken. Ze zullen moeten aantonen dat hun verpakkingen zo minimaal mogelijk zijn. 

Vanaf 2030 mogen groeps-, transport- en e-commerceverpakkingen nog uit maximaal 50 procent lege ruimte bestaan. De ruimte die wordt ingenomen door opvulmateriaal zoals luchtkussens, foam, noppenfolie of papiersnippers wordt eveneens beschouwd als lege ruimte. Hierdoor kan een spanningsveld ontstaan want verpakkingen hebben meerdere doelen en functies. Verpakkingen moeten zorgen voor steunverlening en goederen beschermen tegen beschadiging tijdens het transport, overladen of uitladen. En precies het opvulmateriaal helpt om producten te beschermen tegen stoten, trillingen of externe druk.  Voor evenwaardige alternatieven zal de knowhow van gespecialiseerde verpakkingsbedrijven vereist zijn. 

Tegen 12 februari 2028 moet de Europese Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de methode voor het berekenen van het percentage lege ruimte vastgelegd wordt. Die berekeningsmethode moet rekening houden met situaties waarin extra ruimte functioneel noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor producten met een onregelmatige vorm, verpakkingen met meerdere producten, vloeibare producten, kwetsbare producten, kleine producten die door grotere producten kunnen worden beschadigd, etc….

Uitgebreide verpakkingsverantwoordelijkheid

In België kennen we het begrip “verpakkingsverantwoordelijke” als diegene die verpakte producten als producent en/of als invoerder op de Belgische markt brengt. Je wordt ook als verpakkingsverantwoordelijke beschouwd als je verpakte producten rechtstreeks invoert voor eigen verbruik. Elke verpakkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor verpakkingen. De meeste ondernemingen voldoen aan die verplichting door aan te sluiten bij het erkende organisme Fost Plus en/of Valipac. 

De PPWR-verordening vervangt de Belgische term “verpakkingsverantwoordelijke” door een nieuw uniform Europees concept “producent”. Een producent is vergelijkbaar met een verpakkingsverantwoordelijke maar is toch niet helemaal hetzelfde. De grootste verandering doet zich voor bij de huidige verpakkingsverantwoordelijken type C. Dat zijn bedrijven die verpakte producten importeren voor eigen verbruik. De bedrijfsmatige verpakkingen daarvan blijven achter in het bedrijf. Deze ondernemingen zullen in de meeste gevallen geen producent zijn in de nieuwe PPWR-regelgeving. Hun buitenlandse leverancier zal “producent” zijn. Die buitenlandse leverancier moet zich in principe aansluiten bij een in België erkend organisme voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Voor bedrijfsmatige verpakkingen kan men daarvoor terecht bij het erkende organisme Valipac.

Bedrijven die Verpakkingsverantwoordelijken type C zijn worden aangeraden om hun leveranciers te contacteren en er bij deze op aan te dringen om vanaf 12 augustus 2026 aan te sluiten bij het erkende organisme Valipac.

Ook de Belgische fabrikanten van “harde” transportverpakkingen, zoals paletten, bereiden zich best al voor op hun toekomstige verantwoordelijkheid als producent.

Meer informatie over de nieuwe definitie van “producent” vind je hier. 

Identificatie "producent" via handige beslissingsboom

Om ondernemingen te helpen bij de correcte identificatie van de “producent” heeft de Interregionale Commissie voor de UPV (EPRiBEL) een handige beslissingsboom uitgewerkt. Die laat toe om op een snelle manier de producent te identificeren in tal van praktische cases.

Bekijk hier de beslissingsboom.

Verplichte registratie

De PPWR-verordening verplicht elke “producent” met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) om zich te registreren in het nationale producentenregister. Die verplichte producentenregistratie treedt in werking op 12 augustus 2026 en wordt in België geïmplementeerd via het Interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval. 

Bedrijven die geen lid zijn van Fost Plus en/of Valipac kunnen deze registratie rechtstreeks laten uitvoeren via de overheidsinstelling EPRiBEL (voorheen Interregionale Verpakkingscommissie). Daarvoor zal een retributie verschuldigd zijn.

Op vandaag zijn veel bedrijven die verpakte producten op de Belgische markt brengen al aangesloten bij de organisaties Fost Plus en/of Valipac om te voldoen aan hun wettelijke producentenverantwoordelijkheid. Deze organisaties zullen de registratie collectief verzorgen voor hun leden.  Daardoor komen er geen extra administratieve lasten op de schouders van de bij hen aangesloten bedrijven terecht. De registratiekost zal naar verwachting substantieel lager liggen dan bij individuele registratie bij de overheidsinstelling EPRiBEL en wordt pas vanaf kalenderjaar 2027 doorgerekend.