Arbeidsongeschiktheid als zelfstandige
Wat als je ziek wordt als zelfstandige? Heb je dan recht op een uitkering en kan je jezelf laten verzekeren tegen ziekte?
Informatie
Ik ben ziek en moet tijdelijk stoppen met werken. Heb ik recht op een uitkering?
Niet kunnen werken door ziekte of na een ongeval is nooit een pretje. Zeker niet als zelfstandige. Maar je hebt wel recht op ziekte-uitkeringen. Ben je minstens 8 dagen ziek, dan heb je vanaf de eerste dag recht op een uitkering. Het is belangrijk dat je op tijd en op de juiste manier aangifte doet. Een gewoon ziektebriefje is niet genoeg.
Moet je zelf aangifte doen van de ziekte?
Soms zal je arts in jouw naam een elektronische aangifte doen, soms moet je zelf een papieren aangifte indienen. Of je zelf een aangifte moet indienen hangt af van 3 zaken:
- Stelt je huisarts vast dat je door ziekte of een ongeval niet kunt werken? Of doet een andere arts dat?
- Is het een eerste aangifte van arbeidsongeschiktheid? Of betreft het een verlenging van de arbeidsongeschiktheid?
- Is de verwachte duur van de arbeidsongeschiktheid langer dan 14 dagen? Of is de verwachte duur maximum 14 dagen?
In de tabel hieronder lees je in welke situaties je zelf een aangifte moet indienen.
| Stelt jouw huisarts vast dat je niet kunt werken? | Is het een eerste aangifte of een verlenging? | Hoe lang kun je niet werken? | Hoe gebeurt de aangifte? |
|---|---|---|---|
| Huisarts | 1e aangifte | Minstens 8 dagen en maximum 14 dagen | Je moet zelf aangifte doen |
| Huisarts | 1e aangifte | Minstens 15 dagen | De arts doet in jouw naam een elektronische aangifte |
| Huisarts | Verlenging | Niet van belang | De arts doet in jouw naam een elektronische aangifte |
| Andere arts | Niet van belang | Niet van belang | Je moet zelf aangifte doen |
Zodra je ziekenfonds de aangifte ontving, zal de arts van het ziekenfonds beslissen of je recht hebt op uitkeringen en hoe lang. Het is mogelijk dat hij je uitnodigt voor een medisch onderzoek.
Hoe dien je zelf een aangifte in?
Als je zelf aangifte moet doen, volg dan deze stappen:
- Download het standaardformulier "Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid" van de website van je ziekenfonds of vraag dat aan je arts. Het eerste deel vul je zelf in, het tweede deel moet jouw arts invullen
- Stuur de aangifte binnen de 7 kalenderdagen per post naar je ziekenfonds. Bij sommige ziekenfondsen kun je het ook online indienen. Tenslotte mag je het ook in persoon afgeven aan het loket van je ziekenfonds, waarna je een ontvangstbewijs ontvangt. Maar steek de aangifte nooit zomaar in de brievenbus van je ziekenfonds
- Bij een ziekenhuisopname wordt je automatisch als arbeidsongeschikt beschouwd. Maar ook dan moet je een aangifte indienen. Er geldt dan een langere termijn: de aangifte moet ingediend zijn binnen de 7 kalenderdagen na het ontslag uit het ziekenfonds. Uiteraard mag je de aangifte onmiddellijk indienen, zodra je daartoe in staat bent
Ga altijd op tijd naar de arts om geen uitkeringen te verliezen
Ga je te laat naar je arts of doe je te laat aangifte? Dan verlies je een deel van de uitkeringen.
- Jouw ziekenfonds mag maximum 14 dagen terug gaan in de tijd, te rekenen vanaf de datum van ondertekening van het 'getuigschrift arbeidsongeschiktheid' door jouw arts. Was je bijvoorbeeld 3 weken ziek voordat je bij je arts op consultatie ging, dan kun je alleen voor de laatste 2 weken een uitkering ontvangen
- Was je voordat je de aangifte opstuurde naar je ziekenfonds al langer dan 8 dagen ziek, dan zal het ziekenfonds verplicht zijn om het uitkeringsbedrag met 10% verminderen. Deze vermindering geldt voor alle dagen van arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de datum van de aangifte
Ook bij een elektronische aangifte door de arts kun je een deel van je uitkeringen verliezen. Er gelden dezelfde regels als voor een papieren aangifte. Voorbeeld: was je 3 weken ziek voordat je bij de arts op consultatie ging, dan zal je alleen uitkeringen ontvangen voor de laatste 2 weken ziekte én zullen je uitkeringen met 10% verminderd worden omdat de elektronische aangifte niet binnen de 7 dagen na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd ingediend.
Vergeet niet om ook de zogenaamde gelijkstelling wegens ziekte aan te vragen bij je sociaal verzekeringsfonds. Krijg je de gelijkstelling, dan moet je geen sociale bijdragen meer betalen, maar bouw je toch verder sociale rechten op (bijvoorbeeld pensioenrechten).
Je moet de gelijkstelling altijd zelf aanvragen. De aanvraag en toekenning gebeuren nooit automatisch.
Ook bij een verlenging van de arbeidsongeschiktheid moet er telkens opnieuw binnen de 7 dagen een elektronische of papieren aangifte gebeuren. Dit komt doordat de beslissing van het ziekenfonds een einddatum heeft. Dien je geen nieuwe aanvraag in, dan veronderstellen ze dat je opnieuw voltijds werkt.
Veel zelfstandigen vergeten de verlenging aan te vragen of gaan niet tijdig bij hun arts langs om deze formaliteit in orde te brengen. Daardoor verliezen ze uitkeringen, ook al blijven ze te ziek om te werken.
Wat zijn de voorwaarden om een uitkering te krijgen?
Eerst en vooral moet je arbeidsongeschikt zijn. Dit betekent dat je door ziekte of na een ongeval jouw beroep niet meer kunt uitoefenen. Ben je langer dan 12 maanden ziek, dan zijn de voorwaarden strenger: je blijft dan verder arbeidsongeschikt op voorwaarde dat je ook geen enkel ander passend beroep als zelfstandige of als werknemer kunt uitoefenen.
Je mag minieme resttaken uitoefenen, die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de onderneming. Dit zijn zéér beperkte taken, die geen inkomsten kunnen genereren. Zo mag je bijvoorbeeld de telefoon beantwoorden om klanten te waarschuwen of door te verwijzen. Je mag je leveranciers of klanten ook zelf contacteren om ze te waarschuwen. Moet je nog facturen betalen of zelf facturen uitschrijven voor reeds geleverde prestaties, dan mag dat. En natuurlijk moet je je belastingaangifte invullen, net zoals de eventuele aangifte voor de vennootschapsbelasting en moet je ervoor zorgen dat alle boekhoudkundige verplichtingen in orde zijn. Ook andere noodzakelijke formaliteiten, zoals het opstellen van een verslag van een algemene vergadering of bestuursvergadering zijn toegelaten.
Om uitkeringen te kunnen ontvangen moet je elke persoonlijke zelfstandige activiteit stopzetten. Daarnaast moet je nog een aantal andere voorwaarden vervullen:
- Je bent zelfstandige in hoofdberoep, meewerkende echtgenoot of een zelfstandige in bijberoep die minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep betaalt.
- Je moet in orde zijn met de betaling van je sociale bijdragen voor het tweede en derde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid begint. Soms moet je ook de sociale bijdragen betaald hebben van het kwartaal waarin je ziek werd.
- Je mag zelf niet meer werken, maar dat betekent niet dat jouw onderneming moet ophouden te bestaan. Andere personen (werknemer, helper, zakenpartner, ...) mogen de activiteiten voort zetten. Elders lees je hoe je dat organiseert en wat de gevolgen zijn voor de gelijkstelling wegens ziekte.
- Vrijwilligerswerk is niet zomaar toegelaten, de arts van het ziekenfonds moet nagaan of je het vrijwilligerswerk verenigbaar is met je gezondheidstoestand.
Het ziekenfonds zal ook vragen om een inlichtingenblad in te vullen.
Heb je vanaf dag 1 recht op een uitkering?
Ja, je hebt als zelfstandige vanaf de 1e dag ziekte recht op een uitkering, op voorwaarde dat je:
- Minstens 8 dagen arbeidsongeschikt bent.
- En je de aangifte van arbeidsongeschiktheid op tijd indiende.
Hoe hoog is de uitkering?
Behalve voor zondagen, betaalt je ziekenfonds voor elke dag een forfaitaire uitkering. Hoe hoog dat bedrag is hangt af van je gezinssituatie.
Uitkeringsbedrag bij ziekte (bruto per dag, index maart 2026)
| 1e 6 maanden | 7e tot en met 12e maand | Vanaf de 13e maand | |
|---|---|---|---|
| Met gezinslast | 81,10 euro | 81,10 euro | 81,10 euro |
| Als alleenstaande | 64,27 euro | 64,27 euro | 64,27 euro |
| Als samenwonende | 49,29 euro | 49,29 euro* | 55,10 euro** |
*Als je een uitkering als samenwonende ontvangt, dan heb je vanaf 1 januari 2027 van de 7e tot en met de 12e maand arbeidsongeschiktheid recht op 55,10 euro (index maart 2026) per dag.
** Als je een uitkering als samenwonende ontvangt, dan heb je vanaf de 13e maand recht op 55,10 euro (index maart 2026) op voorwaarde dat je een gelijkstelling ziekte kreeg. Zonder gelijkstelling heb je recht op 49,29 euro (index maart 2026).
Hoelang krijg je de uitkering?
Je ontvang de uitkering zolang het ziekenfonds de arbeidsongeschiktheid blijft erkennen. Bij de aangifte moet jouw arts een einddatum vermelden. Maar het is uiteindelijk de arts van het ziekenfonds die beslist.
Er zijn verschillende situaties mogelijk. De arts van het ziekenfonds:
- Aanvaardt de begin- en de einddatum opgegeven door jouw arts.
- Aanvaardt de begindatum, maar hij wil jou eerst onderzoeken voordat hij de einddatum bepaalt. Je wordt dan opgeroepen voor een onderzoek. Op basis van dat onderzoek kan de arts de einddatum vervroegen.
De uiteindelijke beslissing, ontvang je altijd met de post. Omdat beslissingen altijd een einddatum hebben, moet je op tijd een nieuwe aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen wanneer je niet genezen bent. Ga je voor een verlenging naar je huisarts, dan zal hij de aanvraag elektronisch doen. Ga je voor de verlenging naar een andere arts, dan moet je zelf een nieuwe papieren aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen.
Wanneer je een langere tijd arbeidsongeschikt bent, zal de arts jouw dossier verder opvolgen. Hij zal op geregelde tijdstippen controleren of je arbeidsongeschikt blijft, bijvoorbeeld door je uit te nodigen voor een medisch onderzoek.
Je kunt niet alleen uitgenodigd worden voor een medisch onderzoek. Ook een terug-naar-werk-coördinator kan jou uitnodigen. De terug-naar-werk-coördinator zoekt samen met jou naar mogelijkheden om opnieuw aan de slag te gaan. Hij kan bijvoorbeeld een opleiding voorstellen, zodat je in de toekomst ander werk kunt doen. Werk je niet mee, dan zijn sancties mogelijk.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Aanvullende verzekeringen bij ziekte
Via de betaling van je sociale bijdragen heb je recht op de wettelijke ziekte-uitkeringen, maar je kan ook aanvullende bescherming voorzien via een Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (Sociaal VAPZ), een verzekering gewaarborgd inkomen of een ongevallenverzekering.
Het Sociaal VAPZ is een aanvullend pensioen, aangevuld met bijkomende dekkingen. Bijvoorbeeld een premievrijstelling bij ziekte, waardoor je zonder te betalen toch extra aanvullend pensioen opbouwt. Of een rente-uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Let op, niet elk VAPZ is een sociaal VAPZ. Met een gewoon VAPZ bouw je alleen een aanvullend pensioen op.
Dankzij een verzekering gewaarborgd inkomen ontvang je bij arbeidsongeschiktheid een aanvullende rente-uitkering bovenop de forfaitaire wettelijke ziekte-uitkeringen. Omdat dit dure verzekeringen zijn, is de periode 'eigen risico' (een soort franchise) vaak lang. De eerste weken of maanden (soms een jaar) ziekte zal de verzekering niet tussenkomen.
Een ongevallenverzekering is goedkoper. Daarom wordt een verzekering gewaarborgd inkomen met een lang 'eigen risico' soms gecombineerd met een ongevallenverzekering. Op die manier zal je bij een ongeval onmiddellijk een aanvullende rente-uitkering ontvangen. Ook voor personen met een medische voorgeschiedenis kan een ongevallenverzekering een goedkoper alternatief zijn.
Bij een ziekenhuisopname, neemt jouw ziekenfonds maar een deel van de ziekenhuisfactuur voor zijn rekening nemen. Het remgeld en de eventuele supplementen moet je zelf betalen. Met een hospitalisatieverzekering kan je je indekken tegen de deze kosten.
Wie nog een stapje verder wil gaan, kan een overlijdensverzekering afsluiten. Dan keert de verzekeraar een bedrag uit aan de begunstigde als je jij overlijdt. Deze uitbetaling komt bovenop de uitbetaling van het opgebouwde aanvullend pensioen. Zo kan je als ondernemer je gezin extra financieel beschermen wanneer jou iets zou overkomen.
Voor meer info over deze aanvullende waarborgen kan je terecht bij je sociaal verzekeringsfonds Liantis.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 04/08/2025
Mag je werken wanneer je ziekte-uitkeringen ontvangt?
Dankzij de ziekte-uitkeringen val je bij arbeidsongeschiktheid niet zonder inkomen. Maar wat gebeurt er met je onderneming? Het is een dilemma: je moet tijd maken om te genezen, maar je wil je klanten niet verliezen. Als oplossing kun je beroep doen op personeel, jouw partner of vrienden en familie. Maar je kunt ook deeltijds het werk hervatten, waarvoor je wel toestemming moet vragen. Heb je toestemming dan behoud je de eerste 6 maanden de volledige uitkering, daarna val je terug op 90% van de uitkering. We leggen uit hoe je toestemming aanvraagt en waar je rekening mee moet houden.
Hieronder lees je welke voorwaarden je moet respecteren en wat de gevolgen zijn wanneer je het werk hervat.
We willen benadrukken dat het belangrijk is voldoende tijd te nemen om te genezen. Deeltijds werken kan het genezingsproces vooruit helpen. Maar ga je te snel opnieuw aan de slag of werk je te veel, dan vergroot het risico op een herval. Herval je, dan heeft dat ook gevolgen voor jouw onderneming. Bespreek dit met jouw arts.
Aanvraag tot werkhervatting
Bij een voltijdse werkhervatting, volstaat een eenvoudige verklaring aan je ziekenfonds. Op de website van jouw ziekenfonds vind je een standaardformulier waarmee je de aangifte kunt doen. Je ontvangt dan geen uitkeringen meer.
Bij een deeltijdse werkhervatting moet je toestemming vragen aan je ziekenfonds.
- Spreek met je eigen arts: dit is niet verplicht, maar het is wel zinvol. Want hoeveel uren kun je werken? En welke arbeid kun je doen (misschien moet je zwaardere arbeid uitbesteden, maar kun je wel klanten te woord staan)?
- Dien de aanvraag in: download op de website van je ziekenfonds een aanvraagformulier voor een deeltijdse werkhervatting. Je vult dit formulier in en stuurt het met de gewone post op naar de arts van het ziekenfonds. Je mag het ook afgeven op een kantoor, maar vraag dan een ontvangstbewijs. Dit is belangrijk, omdat dankzij de poststempel de datum van de aanvraag bepaald kan worden. Misschien kun je bij jouw ziekenfonds de aanvraag ook online doen.
- Ga naar het medisch onderzoek en bespreek jouw situatie: voordat de arts van het ziekenfonds een beslissing neemt, kan hij jou uitnodigen voor een onderzoek. Dit gebeurt niet altijd, maar het is mogelijk.
Let op, wanneer de arts van het ziekenfonds oordeelt dat je minstens halftijds zou kunnen werken, dan is de kans groot dat de arbeidsongeschiktheid beëindigd wordt. Je ontvangt dan geen uitkeringen meer. Dit is geen absolute regel, maar er zijn in de praktijk weinig uitzonderingen.
Vanaf wanneer mag je opnieuw werken?
Vanaf de eerste dag na de indiening van de aanvraag mag je beginnen werken. Je moet dus niet wachten op de officiële toestemming van het ziekenfonds. En je mag de aanvraag op elk moment indienen. Dit betekent dat je al op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid een aanvraag zou kunnen indienen, waarna je vanaf de tweede dag het werk deeltijds mag hervatten.
Gaat de arts van het ziekenfonds niet akkoord, dan moet je onmiddellijk opnieuw stoppen met werken. Je behoudt jouw uitkeringen.
Ben je niet akkoord met de weigering, dan kun je proberen om met de arts te spreken. Je kunt ook een beroep indienen bij de arbeidsrechtbank of je stuurt een verklaring naar jouw ziekenfonds dat je voltijds het werk hervat. Maar let op, de arts zal niet zomaar weigeren. Want hij mag de toestemming alleen weigeren wanneer hij denkt dat jouw gezondheid anders in gevaar zou komen.
Wanneer je de aanvraag te laat indiende (je begon deeltijds te werken voordat je de aanvraag indiende), zal je 10% van de uitkering moeten terugbetalen. Was je meer dan 2 weken te laat, dan zul je de volledige uitkering moeten terugbetalen.
Hoeveel en hoe lang mag je werken?
De ziekenfondsarts bepaalt welk werk je mag doen en hoeveel uren je mag werken. Je bent verplicht om deze voorwaarden na te leven. Doe je toch ander werk of werk je meer dan toegelaten, dan kunnen de uitkeringen teruggevorderd worden.
Wil je na verloop van tijd ook ander werk verrichten of meer uren werken, dan moet je eerst een nieuwe aanvraag indienen.
In de beslissing zal ook staan hoe lang de toestemming geldt. Vraag op tijd een verlenging aan door een nieuwe aanvraag in te dienen.
Bij langdurige ziekte, kan de arts voor een lange periode toestemming geven om deeltijds te werken. Maar hij zal jouw dossier wel blijven opvolgen en kan af en toe controleren:
- Of je nog steeds arbeidsongeschikt bent.
- En of er aanpassingen nodig zijn aan de toestemming tot deeltijdse arbeid.
Wat is de impact op jouw uitkeringen?
De impact op de uitkeringen is vrij beperkt. De eerste 3 jaar behoud je bijna je volledige uitkering. Het exacte bedrag hangt af van hoe lang je al toestemming hebt op deeltijds te werken:
- De eerste 6 maanden ontvang je altijd de volledige uitkering.
- Van de 7e maand tot op het einde van het 3e volledige jaar, ontvang je 90% van de volledige uitkering.
- Vanaf het 4e volledige jaar wordt rekening gehouden met jouw inkomsten van 3 jaar voordien. Je ontvangt in 2025 uitkeringen, op voorwaarde dat jouw netto belastbaar inkomen van 2022 maximum 20.093,71 euro bedroeg. In 2026 zal je recht hebben op uitkeringen, op voorwaarde dat jouw netto belastbaar inkomen van 2023 maximum 22.184,19 euro bedroeg. Wil je in 2028, recht hebben op uitkeringen, dan mag je in 2025 jaar niet meer verdienen dan 23.081,09 euro.
Moet je opnieuw sociale bijdragen betalen?
Kon je langere tijd niet werken door arbeidsongeschiktheid, dan moet je geen sociale bijdragen betalen op voorwaarde dat je bij je sociaal verzekeringsfonds de gelijkstelling wegens ziekte aanvroeg. Maar ga je opnieuw aan de slag, dan eindigt de gelijkstelling. Ook wanneer je deeltijds het werk hervat moet je opnieuw de normale sociale bijdragen betalen.
Je hebt wel mogelijkheden om de sociale bijdragen aan te passen:
- Wie minstens 2 kwartalen in gelijkstelling ziekte zat, wordt als primostarter beschouwd. Dit betekent dat de minimumbijdrage in hoofdberoep gehalveerd wordt. Je behoudt het statuut van primostarter 4 kwartalen lang.
- Je kunt een geschat inkomen opgeven, op basis waarvan je voorlopige bijdragen berekend worden. Verdien je door ziekte minder, dan kun je dus een lagere voorlopige sociale bijdrage aanvragen. Maar je moet wel altijd minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep (of als primostarter) betalen. Schat je inkomsten niet te laag in, want dan riskeer je achteraf verhogingen te moeten betalen.
Hou er rekening mee dat je vanaf het kwartaal waarin je het werk hervat opnieuw sociale bijdragen moet betalen. Alleen wanneer je in de 3e maand van een kwartaal (maart, juni, september of december) opnieuw begint te werken, moet je pas vanaf het volgende kwartaal opnieuw bijdragen betalen.
Contacteer je sociaal verzekeringsfonds en je accountant voor meer informatie.
Wil je iets anders gaan doen?
Stel dat de hervatting van jouw eigen activiteit niet realistisch, dan mag je altijd iets anders gaan doen. Je hebt verschillende mogelijkheden:
- Een opleiding volgen: heb je nood aan een opleiding, dan kan het ziekenfonds sommige opleidingen terugbetalen. Voor meer informatie kun je bij je ziekenfonds terecht.
- Een andere zelfstandige activiteit: de procedure is dezelfde als voor de hervatting van de eigen zelfstandige activiteit.
- Je wil als werknemer aan de slag: ook dan moet je toestemming vragen. De eerste 6 maanden behoud je de uitkeringen, daarna wordt het uitkeringsbedrag verminderd. De vermindering is gelijk aan 75% van jouw loon.
- Vrijwilligerswerk en verenigingswerk: vergeet geen toestemming te vragen. Dat doe je op dezelfde manier als voor een deeltijdse werkhervatting. De vergoedingen die je ontvangt hebben geen gevolgen voor jouw uitkeringen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 04/08/2025
Moet je bij ziekte sociale bijdragen betalen?
Je moet geen sociale bijdragen meer betalen op voorwaarde dat je een gelijkstelling wegens ziekte krijgt. Een gelijkstelling vraag je aan bij je sociaal verzekeringsfonds. Het betekent dat je zonder bijdragebetaling verder sociale rechten opbouwt, zoals pensioenrechten.
Om recht te hebben op de gelijkstelling moet je:
- Ziekte-uitkeringen ontvangen van je ziekenfonds.
- Extra bewijs leveren van de stopzetting van je activiteiten.
- En voldoende lang ziek zijn.
Het bewijs van de stopzetting is anders in een eenmanszaak dan in een vennootschap. Er zijn 5 mogelijke situaties, die we één voor één uitleggen:
- Eigenaar van een eenmanszaak
- Meewerkende echtgenoot
- Helper in een eenmanszaak
- Bestuurder of zaakvoerder
- Werkende vennoot
Sociale bijdragen worden per kwartaal berekend. Daarom wordt een kwartaal in principe alleen gelijkgesteld wanneer je een gans kwartaal niet kon werken.
Maar er bestaat een regeling waardoor je soms al na 1 maand een gelijkstelling krijgt. Wie in de eerste maand van een kwartaal (januari, april, juli of oktober) arbeidsongeschikt wordt kan onmiddellijk een gelijkstelling krijgen, op voorwaarde dat je ten vroegste in de derde maand (maart, juni, september of december) genezen bent. Wordt je in de tweede of derde maand van een kwartaal ziek, dan zal de gelijkstelling ten vroegste beginnen in het volgende kwartaal op voorwaarde dat je ziek blijft tot de derde maand van dat volgende kwartaal.
Dit betekent concreet dat als je 'op het juiste moment' ziek bent, je na 1 maand ziekte recht kunt hebben op een gelijkstelling. Heb je pech, dan moet je minstens 4 maanden ziek zijn. Vraag jouw sociaal verzekeringsfonds om advies bij jouw situatie.
Je bent de eigenaar van een eenmanszaak
Voor de uitkering volstaat het dat je zelf stopt met werken. Jouw personeel, je meewerkende echtgenoot of een helper mogen de onderneming in jouw naam verder zetten. Op die manier kun je verder inkomsten verwerven, zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkeringen.
Voor de gelijkstelling is dit anders. Voor de gelijkstelling mag je helemaal geen inkomsten meer hebben. Daarom moet je bewijzen dat jouw onderneming volledig gestopt is.
Je kunt de stopzetting op 2 manieren bewijzen:
- Met BTW-aangiftes: nihil-aangiftes (nulaangiftes) bewijzen dat er geen transacties meer zijn. Je mag wel nog facturen uitschrijven voor in het verleden geleverde prestaties.
- Door bij een ondernemingsloket jouw ondernemingsnummer te schrappen. Dit is een officiële stopzetting.
Je kunt jouw eenmanszaak ook aan iemand anders overlaten, bijvoorbeeld aan jouw partner. Jouw partner kan de zaak dan in eigen naam verder zetten, waardoor jij recht hebt op de gelijkstelling terwijl de eenmanszaak blijft bestaan. Want als jij geen eigenaar meer bent, zijn het ook jouw inkomsten niet meer.
Contacteer een ondernemingsloket om jouw eenmanszaak over te laten.
Je bent meewerkende echtgenoot
Het volstaat dat jouw partner op papier bevestigt dat je gestopt bent met werken.
Je bent helper in een eenmanszaak
Sinds 1 juli 2024 bestaat er een register van werkende vennoten en helpers. Voor de bouwsector en de schoonmaaksector is het register verplicht, in andere sectoren is het gebruik ervan vrijwillig.
Sta jij in het register van werkende vennoten en helpers, dan vraag je aan de eigenaar van de onderneming om jouw registratie als helper te beëindigen.
Sta je niet in het register en werk je niet in de bouwsector of de schoonmaaksector, dan volstaat het dat de eigenaar van de eenmanszaak op papier bevestigt dat je gestopt bent met werken.
Sta je niet in het register, maar werk je in de bouwsector of de schoonmaaksector, dan moet de eigenaar van de eenmanszaak jou eerst in het register registreren en meteen weer schrappen.
Wijzigingen aan het register zijn gratis en moeten altijd via MyEnterprise gebeuren.
Je bent bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap
Vennootschapsbestuurders kunnen de stopzetting alleen bewijzen door ontslag te nemen of door hun mandaat onbezoldigd te maken.
In een eenpersoonsvennootschap moet je de stopzetting in principe bewijzen met nihil BTW-aangiftes. Op die manier bewijs je dat er geen activiteiten meer zijn in de vennootschap. Je mag wel nog facturen uitschrijven voor prestaties uit het verleden. Wanneer er personeel is en je het mandaat onbezoldigd uitoefent, wordt soms aanvaard dat het personeel de eenpersoonsvennootschap verder uitbaat. Maar dat wordt geval per geval onderzocht. Contacteer jouw sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie en bijstand.
Een onbezoldigd mandaat betekent dat je geen enkele commerciële, technische, boekhoudkundige of andere activiteit meer uitoefent. Daarnaast moet het bestuur van de vennootschap of de algemene vergadering beslissen om geen bezoldiging meer toe te kennen. Je mag ook geen bedrijfswagen meer hebben en geen enkel ander voordeel alle aard meer genieten.
Let op, wil je na je genezing opnieuw (deeltijds) beginnen werken, dan moet het bestuur of de algemene vergadering eerst beslissen om opnieuw een bezoldiging toe te kennen. Gebeurt dat niet, dan wordt verondersteld dat je voor de ganse duur van het mandaat een bezoldiging ontving.
Je bent werkend vennoot in een vennootschap
Voor werkende vennoten gelden dezelfde regels als voor helpers.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 04/08/2025
Begeleiding rond mentaal welzijn en burn-outpreventie
Je kunt bij je sociale verzekeringsfonds terecht voor begeleiding rond mentaal welzijn op het werk. Deze dienstverlening focust in de eerste plaats op de preventie van stress en burn-out.
Naast de berekening van de sociale bijdragen en de uitbetaling van sommige uitkeringen, zijn sociale verzekeringsfondsen ook verplicht om zelfstandigen via promotiecampagnes te wijzen op het belang van mentaal welzijn. Heb je concrete vragen, dan moet jouw sociaal verzekeringsfonds jou minstens doorverwijzen naar gespecialiseerde dienstverlening.
Een aantal sociale verzekeringsfondsen gaan een stap verder. Ze bieden gratis begeleiding aan waarmee ze een inschatting maken van jouw risico op een burn-out.
Tot slot, wanneer uit de eerste inschatting blijkt dat je een reëel risico loopt op een burn-out, kun je bij enkele sociale verzekeringsfondsen ook terecht voor een eerste gratis gesprek met een psycholoog. Let op, het is niet omdat jouw sociaal verzekeringsfonds een inschatting aanbiedt van het risico op een burn-out, dat je automatisch recht hebt op een gesprek met een psycholoog:
- Ten eerste biedt niet elk sociaal verzekeringsfonds met een inschatting op het burn-outrisico een gratis gesprek aan.
- Ten tweede kan een sociaal verzekeringsfonds beslissen om een eerste gesprek enkel aan te bieden aan zelfstandigen die een risico lopen op burn-out of die de eerste symptomen van een burn-out vertonen.
Liantis, de UNIZO-partner biedt een uitgebreide dienstverlening rond mentaal welzijn aan. Liantis biedt praktische tips aan, via de welzijnsbarometer kun je snel jouw risico checken en je kunt steeds een (gratis) persoonlijk gesprek aanvragen. Daarvoor hoef je nog niet in de gevarenzone te zitten. Het is aangewezen om al van bij de start van een zelfstandige activiteit stil te staan bij een gezonde energiebalans. Een goede baas zorgt ook goed voor zichzelf.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 17/08/2026