Personeel opleiden
Welke verplichtingen zijn er? Hoe haal je via opleiding, bijscholing en begeleiding het beste rendement uit je (toekomstig) personeel? Welke opleidingsmogelijkheden bestaan er in Vlaanderen en Brussel om jouw personeel op te leiden of bij te scholen?
Informatie
- Personeel opleiden met meer rendement
- Individueel opleidingsrecht en opleidingsplan
- Registratie Federal Learning Account
- kmo-portefeuille (Vlaams)
- Steunmaatregelen in Brussel
- Vlaams opleidingsverlof
- Gezamenlijk initiatiefrecht VOV (Vlaams)
- Tewerkstelling en opleiding in Brussel (Actiris)
- IBO
- AI-opleiding personeel
Personeel opleiden met meer rendement
Hoe haal je het hoogst mogelijke rendement uit de opleiding en bijscholing van je personeel? Hoe motiveer je medewerkers om een training te volgen? En hoe zorg je ervoor dat die nieuw verworven kennis ook meteen terugvloeit naar je onderneming? Hoe zorg je er dus voor dat de (eventuele) verplichting die op je onderneming rust zo zinvol mogelijk invult?
Kijk verder dan alleen vandaag
Een opleidingsbehoefte dient zich meestal niet van vandaag op morgen aan. Je bedrijf evolueert, je hebt bepaalde bedrijfsdoelstellingen voor ogen… De kunst bestaat erin die bedrijfsevolutie en –ambities tijdig in kaart te brengen, zodat je de daaruit voortvloeiende opleidings- en bijscholingsbehoeften kan inschatten en voldoende op voorhand een opleidingssessie kan (laten) organiseren. Je medewerkers (laten) bijscholen onder zware tijdsdruk, omdat ze de evoluties in uw sector niet meer kunnen volgen, is geen gezonde aanpak.
Luister naar je personeel
Betrek je personeel bij je opleidingsplannen. Luister naar hun ervaringen op de werkvloer. Op welke terreinen ervaren ze zelf een tekort aan vakkennis, aan welke bijscholing voelen ze eventueel een behoefte? Heb je concrete bijscholingsplannen, informeer het personeel daar dan vooraf uitgebreid over. Verduidelijk vooral ook het waarom en het belang ervan, en kader dit in de concrete ambities van het bedrijf. Betrokken medewerkers zullen ook meer openstaan voor opleidingsinitiatieven en er ook meer uit halen.
Volgt je bedrijf nog?
Een bedrijf dat sneller evolueert dan (de opleidingsgraad van) zijn medewerkers riskeert ernstige problemen: er worden fouten gemaakt, de nieuwste technologieën worden misschien ontweken… Maar ook de omgekeerde situatie kan tot zware moeilijkheden leiden. Personeelsleden worden klaargestoomd om bijvoorbeeld met de nieuwste, meest geavanceerde apparatuur te werken, maar worden dan bij terugkeer in het bedrijf geconfronteerd met nog altijd diezelfde, verouderde machines, waarvan de vervanging veel te lang op zich laat wachten. Het gebeurt helaas nog al te vaak, met als gevolg: demotivatie van het aanvankelijk enthousiaste personeel; kennis die door een gebrek aan praktische toepassingsmogelijkheden heel vlug verdwijnt… kortom een verloren investering. Waak er dus over dat opleiding en bedrijfsevolutie harmonieus op elkaar afgestemd blijven.
Opleidingssteun?
Er zijn verschillende manieren om ondersteuning te krijgen voor de opleiding van jezelf of medewerkers. Hieronder alvast de 3 belangrijkste instrumenten:
1) De kmo-portefeuille in Vlaanderen of de premie opleiding in Brussel
2) In Vlaanderen het Vlaams opleidingsverlof of Gemeenschappelijk initiatiefrecht of in Brussel het betaald educatie verlof
3) Heel wat sectoren (- en hun fondsen) ondersteunen ondernemingen bij opleiding. Check dus zeker of jou bedrijf hiervoor in aanmerking komt. Wil je graag meer informatie de mogelijkheden in jouw sector, bekijk zeker dit overzicht of maak gebruik van de online-tool van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 18/08/2025
Opleidingsverplichtingen voor werkgevers
De federale regering heeft in 2024 werkgevers extra verplichtingen opgelegd in verband met de opleiding van hun personeel:
- Grotere werkgevers (vanaf 10 werknemers) moeten aan hun werknemers een individueel opleidingsrecht toekennen. Het individuele opleidingsrecht is een minimumaantal opleidingsdagen waarop elke werknemer recht heeft.
- Deze werkgevers zijn ook verplicht om voor elke werknemer een opleidingsrekening bij te houden. Je kan daarvoor de online tool Federal Learning Account (FLA) gebruiken, maar het gebruik van de FLA is tot 31 december 2025 niet verplicht. Het regeerakkoord voorziet de afschaffing van de FLA.
- Werkgevers met minstens 20 werknemers (of wanneer een CAO dit verplicht) moeten jaarlijks tegen 31 maart een opleidingsplan opstellen.
Registratie van gevolgde opleidingen
Werkgevers met minstens 10 personeelsleden zijn verplicht om voor hun werknemers een opleidingsrekening bij te houden. Dit mag bv. een excel zijn. In de opleidingsrekening staat op hoeveel dagen individueel opleidingsrecht elke werknemer recht heeft, hoeveel dagen opleiding gevolgd werden en welke opleidingen de werknemer volgde.
Je mag daarvoor ook de online tool Federal Learning Account (FLA) gebruiken. Voorlopig is het gebruik van d FLA niet verplicht, het regeerakkoord voorziet de afschaffing ervan.
Individueel opleidingsrecht
Naast deze registratieplicht, bestaat er een individueel opleidingsrecht voor elke werknemer. Maar hoe dat recht er uit ziet hangt af van het aantal werknemers in de onderneming (en de sector waarin je actief bent):
- Heb je minder dan 10 werknemers, dan bepaalt de wet dat je geen individueel opleidingsrecht aan je werknemers moet toekennen. Wanneer een sector-CAO toch een individueel opleidingsrecht toekent, dan is dit opleidingsrecht juridisch niet afdwingbaar.
- Heb je 10 – 19 werknemers, dan moet je minstens één opleidingsdag per werknemer voorzien, tenzij een sectorale CAO meer dagen oplegt.
- Vanaf 20 werknemers moet je 2 tot 5 opleidingsdagen voorzien per werknemer. Het exacte aantal wordt bepaald in sectorale CAO’s. Is er geen sector-CAO, dan heeft elke werknemer sinds 1 januari 2024 recht op 5 dagen opleiding per jaar. Een sector CAO kan ook meer dan 5 dagen opleiding per jaar toekennen.
Je bent als werkgever eindverantwoordelijke voor de registratie van dit individueel opleidingsrecht in de FLA. Maar de FLA zal het individueel opleidingsrecht in de toekomst automatisch berekenen. Hou er wel rekening mee dat dit gebeurt op basis van de DMFA-aangiftes, daarom zal de berekening met ongeveer 6 maanden vertraging gebeuren. Alleen bij een uitdiensttreding is het belangrijk om zelf de gegevens te controleren en aan te passen. Je hebt daarvoor 30 dagen de tijd na de definitieve uit diensttreding.
Hoe bereken je het individueel opleidingsrecht?
Op de website van de Federal Learning Account is een tool beschikbaar, waarop je per paritair comité de sectorale afspraken en regels terugvindt.
Op de website van de Federal Learning Account is een tool beschikbaar, die voor jou berekent hoeveel dagen individueel opleidingsrecht je aan een voltijdse werknemer die een gans jaar in dienst is moet toekennen. Deze tool houdt ook rekening met sectorale cao's.
Let op, werkt een werknemer deeltijds, was hij maar een deel van het jaar in dienst, nam hij onbetaalde vakantie of nam hij een thematisch verlof? Dan moet je minder dagen toekennen.
Voor het berekenen van de drempels van 10 of 20 werknemers wordt alleen rekening gehouden met de werknemers die aan de RSZ zijn onderworpen. Deze controle gebeurt op het niveau van de onderneming, niet op het niveau van de technische bedrijfseenheid. Flexijobbers bv. zijn niet onderworpen, jobstudenten zijn niet onderworpen voor de eerste 600 uur per jaar , …
Heb je de drempel van 10 werknemers bereikt, dan beschikt elke werknemer over een individueel opleidingsrecht, ook wanneer ze niet aan de RSZ onderworpen zijn. Dat geldt dus ook voor jobstudenten, flexijobbers, werknemers met een vervangingscontract, …
Voor werknemers die deeltijds werken of die in de loop van het jaar in dienst of uit dienst gaan geldt een pro rata berekening. Geldt in jouw sector een individueel opleidingsrecht van 5 dagen, dan heeft een werknemer die halftijds werkt recht op 2,5 dagen opleidingen.
Niet gebruikte dagen zijn overdraagbaar naar de volgende jaren. Bij een ontslag moet je de werknemer de mogelijkheid bieden opleidingen te volgen voor openstaande dagen (bv. een opleiding bij een sociaal fonds).
Bij uitzendarbeid is de juridische werkgeer (het uitzendkantoor) verantwoordelijk voor de berekening van het individueel opleidingsrecht en de registratie van de gevolgde opleidingen. Maar het uitzendkantoor zal die informatie wel opvragen bij de ‘gebruiker’.
Opleidingsplan
Tot slot, naast de registratie van gevolgde opleidingen en het individueel opleidingsrecht, moet je als werkgever jaarlijks tegen 31 maart een opleidingsplan opstellen.
Hoe je zo'n opleidingsplan best opstelt, kan je lezen op de website van Liantis.
Je kan ook modellen terugvinden online, zoals bijvoorbeeld voor het paritair Comité 200: Registratie van een opleidingsplan (sfonds200.be). Let er wel op dat die modellen enkel correct zijn voor dat specifieke paritaire comité.
Meer informatie
Meer informatie over de opleidingsverplichtingen vind je op de website van de FOD WASO.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Hoe registreer ik de opleiding van mijn medewerkers nu dat verplicht werd door de overheid?
Sinds 2024 bestaat de Federal Learning Account (FLA), dit is een online toepassing van de overheid waarin je de opleidingen die door personeelsleden gevolgd worden kunt registreren. Het gebruik van de FLA is tot minstens 31 december 2025 vrijwillig. Volgens de wet zou het gebruik ervan in de toekomst verplicht worden, maar in het regeerakkoord staat dat de FLA afgeschaft wordt.
De FLA berekent automatisch het individuele opleidingsrecht waarop elke individuele werknemer recht heeft. Daarnaast kun je in de FLA elke gevolgde formele en informele opleiding registreren, ongeacht of je die zelf organiseert of bij een externe opleidingsverstrekker aankoopt.
Het parlement keurde een wetsvoorstel goed dat de Federal Learning Account (FLA) uitstelt. Daardoor is het gebruik van de FLA in 2025 nog steeds vrijwillig. Dit betekent concreet:
- Werkgevers met minder dan 10 werknemers moeten geen enkele verplichte registratie doen. We raden wel aan om jouw medewerkers voldoende opleiding te geven en dit bij te houden in het personeelsdossier.
- Werkgevers met minstens 10 werknemers kunnen kiezen tussen een registratie in de FLA of in het personeelsdossier.
Een registratie in bijvoorbeeld een excelbestand staat gelijk met een registratie in het personeelsdossier. Je moet daarin per werknemer noteren welke opleidingen hij volgde, hoelang die opleiding duurde en hoe groot zijn opleidingskrediet is.
UNIZO blijft aandringen op een afschaffing van de FLA.
Je bent als werkgever eindverantwoordelijke voor de correcte registratie van de individuele opleidingsrechten. Alleen werknemers in dienst van werkgevers met minstens 10 personeelsleden hebben een individueel opleidingsrecht van minstens 1 tot 5 dagen. In de praktijk zal de FLA de opleidingsrechten zelf berekenen aan de hand van de gegevens in de DMFA-aangifte. Maar deze berekening gebeurt met ongeveer 6 maanden vertraging.
Bij een uitdiensttreding van een werknemer is het belangrijk om binnen de 30 dagen de opleidingsrechten en de gevolgde opleidingen correct te registreren. Nadien kun je de geregistreerde gegevens niet meer wijzigen. Hiermee vermijd je discussies over (financiële) compensaties wanneer een ex-werknemer zou beweren dat je hem te weinig opleidingen aanbood. Je sociaal secretariaat kan helpen met de berekening van het aantal dagen individuele opleidingsrechten.
Welke opleidingen moet je in de FLA registreren?
Je kunt er elke formele en informele opleiding die je aan je werknemers aanbiedt in de FLA registreren:
- Formele opleidingen zijn opleidingen die werknemers in groep in een apart lokaal volgen, waarbij cursusmateriaal (bv. een powerpointpresentatie, een echte cursus, een naslagwerk, ...) gebruikt wordt. Ook praktische opleidingen en stages kunnen formele opleidingen zijn, wanneer ze in een afzonderlijk lokaal gegeven worden of op een plek waar met het oog op de opleiding de normale productieactiviteiten werden stilgelegd.
- Informele opleidingen zijn alle andere opleidingen, zoals het onthaal van een nieuwe medewerker, het inwerken van een nieuwe collega onder begeleiding van een ervaren collega, ...
Ook wanneer je de opleiding bij een externe opleidingsverstrekker (bv. een sociaal fonds of een opleidingsfonds, maar er zijn ook ondernemingen die opleidingen aanbieden) aankoopt, ben je als werkgever zelf verantwoordelijk voor de registratie van de gevolgde opleiding.
Opleidingen gevolgd in het kader van het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) of het Betaald Educatief Verlof (BEV) tellen niet mee voor het individueel opleidingsrecht. Daarom moet je deze opleiding niet verplicht registreren in de FLA of het personeelsdossier.
Je moet elke opleiding die elke werknemer volgde in de FLA of het personeelsdossiers registreren. Dit betekent dat je ook opleidingen moet registreren die gevolgd werden door jobstudenten, flexijobbers of personeel met een vervangingsovereenkomst. Wanneer bijvoorbeeld een jobstudent start, leg je hem misschien de werking van de kassa uit, geef je veiligheidsinstructies en leg je misschien hygiëneregels uit, leg je de werking van een transpallet uit of hoe je winkelrekken vult. Dit zijn allemaal opleidingen die je moet registreren. Om het jezelf gemakkelijker te maken kun je generieke registraties gebruiken, bijvoorbeeld een opleiding met de naam "verwelkoming" te registreren.
Maak je gebruik van uitzendkrachten, dan is het interimkantoor als juridische werkgever verantwoordelijk voor de registraties in de FLA. Maar het interimkantoor kan aan jou vragen om de gegevens te bezorgen van opleidingen die op de werkvloer gebeuren.
Welke informatie moet je in de FLA registreren?
In de FLA registreer je:
- De naam van de opleiding.
- De start- en de einddatum van de opleiding.
- Hoe lang (uren of dagen) de opleiding duurde.
- Of de werknemer de opleiding volgde of niet. Je kunt een opleiding ook 'reserveren', dan voer je toekomstige opleidingen al in. Na afloop moet je de registratie dan aanpassen naar 'gevolgd' of 'niet gevolgd'.
- Of het een formele of informele opleiding is.
- Of de werknemer een certificaat (een soort diploma) ontving of niet.
In de FLA moet je ook antwoorden op de vraag: "Valt deze opleiding onder het wettelijk individueel opleidingsrecht?" Dit is ook een verplicht veld. In principe antwoord je ‘ja’, ook wanneer jouw werknemers geen individueel opleidingsrecht hebben. Je antwoordt alleen ‘nee’ wanneer je een opleiding zou registreren die buiten de professionele context valt of wanneer het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) of het Betaald Educatief Verlof (BEV) gebruikt wordt. Maar je bent ook niet verplicht om dergelijke opleidingen (VOV, BEV en vrije tijdsopleidingen) te registreren.
Andere velden zijn optioneel en moet je dus niet invullen. Bijvoorbeeld of de opleiding intern of extern werd georganiseerd en hoe lang een certificaat geldig blijft.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Gebruik de kmo-portefeuille om je kost voor opleiding of advies te verlagen
Wat is de kmo-portefeuille en waarvoor kan ik het gebruiken?
De kmo-portefeuille is een Vlaamse subsidie die tot doel heeft om de werking van je onderneming te verbeteren. Je kan deze zowel voor jezelf als ondernemer als voor je kmo-medewerker inzetten. Je kan tot maximaal 7.500 EUR per jaar subidies krijgen die de kosten voor jouw gekozen opleiding of een advies verminderden. Opleiding en advies moet via een geregistreerde dienstverlener worden ingekocht. Wil je gebruik van maken van deze subsidie dan moet je gekozen opleiding of advies aansluiten bij één van de volgende thema’s:
- Bedrijfsstrategie;
- Beroepsspecifieke competenties;
- Digitalisering;
- Duurzaamheid;
- Financiële geletterdheid;
- Innovatie;
- Internationalisering.
Wil je meer weten over de thema’s, bekijk dan zeker de website van VLAIO.
Kom ik in aanmerking voor de kmo-portefeuille en hoeveel bedraagt de subsidie?
Ben je een zelfstandige, KMO-ondernemer, vrij beroeper of freelancer? Om gebruik te kunnen maken van de kmo-portefeuille moet je aan 5 voorwaarden voldoen:
- Je voldoet aan de Europese KMO-definitie (zie ook hieronder);
- De onderneming heeft een aanvaardbare rechtsvorm;
- De vestiging ligt in het Vlaams Gewest, waar ook jij of je medewerkers ook werken;
- Je bent actief in de privésector;
- De onderneming heeft een aanvaardbare hoofdactiviteit.
Indien je 5 keer ‘ja’ hebt geantwoord, dan kan je elk jaar kan tot 7.500 EUR subsidies aanvragen. De hoogte van de subsidie hangt af van de kostprijs én je ondernemingsgrootte. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kleine en middelgrote ondernemingen.
Een kleine onderneming is een onderneming met minder dan 50 werknemers. Je hebt ook een jaaromzet van maximaal 10 miljoen EUR of een balanstotaal van 10 miljoen EUR. Voldoe je aan deze voorwaarden, dan bedraagt je subsidie 30% van de kostprijs met een maximum van 7.500 EUR.
Een middelgrote onderneming heeft minstens 50 en minder dan 250 werknemers én een jaaromzet van maximaal 50 miljoen EUR óf een balanstotaal van maximaal 43 miljoen EUR. Voldoe je aan deze voorwaarden, dan ontvang je 20% subsidie van de kostprijs.
Ook startende ondernemers kunnen gebruik maken van de kmo-portefeuille. Je onderneming moet wel actief zijn. Concreet betekent dit dat de startdatum van je onderneming in de KBO voor de indieningsdatum van de aanvraag ligt.
Hoe vraag je de kmo-portefeuille aan?
Het aanvragen van de subsidie gebeurt volledig digitaal en doe je via het e-loket ondernemers. Inloggen kan via e-ID of itsme. Maak je voor de eerste keer gebruik van de KMO-Portefeuille dan moet je je onderneming eerst registeren.
Ten laatste 14 dagen na de start van de opleiding of de adviesverlening kan je een subsidieaanvraag doen. Na je online-aanvraag, moet je eigen bijdrage niet later dan 30 dagen op de kmo-portefeuille rekening staan. Enkel wanneer je eigen bijdrage tijdig én correct op die rekening staat, stort de Vlaamse overheid haar bijdrage. Bij ontvangst van je factuur, kan je via het e-loket ondernemers de opdracht geven om de factuur te betalen via de kmo-portefeuille. Belangrijk om weten is dat VLAIO leeft deze deadlines zeer strikt na.
Wil je meer weten, bekijk dan de website van VLAIO.
Wil je zelf diensten via de kmo-portefeuille aanbieden?
Met kmo-portefeuille bundelt de Vlaamse overheid een pakket van subsidies voor adviesverlening en opleiding die zich richten naar ondernemers én/of hun kmo-medewerkers. Eén van de voorwaarden is dat de onderneming die gebruik wil maken van deze subsidie beroep doet op een geregistreerde dienstverlener.
Als u met uw onderneming de status van 'geregistreerd dienstverlener' verkrijgt, verhoogt u dus uw commerciële kansen. Meer informatie over de voorwaarden om een geregistreerd dienstverlener te worden vind je hier.
Ook buitenlandse dienstverleners kunnen geregistreerd worden indien ze voldoen aan de voorwaarden.
De Vlaamse regering heeft beslist dat maatwerkbedrijven toegang zullen krijgen tot de KMO-Portefeuille. Het is nog niet duidelijk vanaf wanneer dit effectief in voege zal treden.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 28/07/2025
Vernieuwde steunmaatregelen in Brussel voor opleiding en consultancy
Deze regelgeving is geregionaliseerd. Onderstaande tekst is van toepassing op ondernemingen en ondernemers die in het Brussels Gewest gevestigd zijn.
Vanaf 25 maart 2019 zijn nieuwe voorwaarden en steunpercentages van toepassing voor opleiding en consultancy, waar de Brusselse KMO’s hun voordeel kunnen mee doen.
In grote lijnen komt het erop neer dat enerzijds het algemeen steunpercentage verminderd van 50% naar 40%, maar dat anderzijds voor starters (minder dan 4 jaar actief) en ook voor bepaalde prioritaire sectoren (waaronder industrie en ambachten, handel en horeca, renovatie, ICT, …) er verhogingen kunnen zijn tot 60%. De maximumsteun wordt wel teruggebracht tot 10.000€ (voorheen 15.000€)
Voor opleiding is het minimumbedrag per aanvraag (en niet per opleiding) 1.000€. Ook dat is een verandering, want het betekent dat je verschillende opleidingen kan bundelen in één aanvraag (totaalbedrag minimum 1.000€).
Voor consultancy of advies is het minimumbedrag ook 1.000€.
Alle informatie en aanvraagformulieren vindt u hier.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 29/11/2024
Vlaams opleidingsverlof, wat is dat eigenlijk?
De Vlaamse Regering heeft in het kader van de begrotingsdoelstellingen, bewarende maatregelen genomen op het instrument van het Vlaams opleidingsverlof voor schooljaar 2025-2026. Concreet betreft het volgende elementen:
Voor werknemers: Een werknemer moet voor minstens 80% tewerkgesteld zijn én minstens gemiddeld 28 uur per week werken om recht te hebben op Vlaams opleidingsverlof.
Voor werkgevers: het forfaitair bedrag wijzigt van 21,30 euro naar 14,91 euro.
Voor opleidingen die starten vanaf 1 september 2025 kunnen de terugbetalingsaanvragen vanaf 3 september 2025 ingediend worden.
Het Vlaams opleidingsverlof (VOV), vroeger het betaald educatief verlof, geeft jou werknemers het recht om afwezig te zijn van de werkvloer voor het volgen van een zelfgekozen opleiding die geregistreerd is in de opleidingsdatabank mét behoud van hun loon. Al zijn er 3 uitzonderingen, namelijk wanneer je werknemer een specifieke opleiding wil volgen op aanraden van een loopbaanbegeleider, examens bij de examencommissie worden afgelegd of traject voor ervaringsbewijzen EVC wordt gelopen. Je kan als werkgever het VOV van je werknemers in principe niet weigeren. Je krijgt wel een forfait terugbetaald van 21,3 EUR per uur afwezigheid in het kader van VOV.
Als werkgever moet je per kwartaal het aantal uren afwezigheid (per werknemer) voor het volgen van de opleiding ingeven in de DmfA (aangifteplatform sociale zekerheid). Jouw opleidingsverstrekker laadt de getuigschriften op. Op basis hiervan bepaalt de overheid hoeveel je terugbetaald krijgt, al kan dit wel even duren. De momenten waarop de uitbetalingen gebeuren, vind je terug bij de Vlaamse overheid.
Je kan de individuele aanvraag tot uitbetaling van het forfait ten vroegste 3 maanden vóór en ten laatste 3 maanden na de startdatum van de opleiding kan u de aanvraag starten voor de terugbetaling. De aanvraag doe je volledig digitaal, via het WSE-loket. Let op: de Vlaamse administratie is zeer strikt op deze termijnen!
Hoeveel opleidingsverlof krijgt mijn werknemer?
Op schooljaarbasis beschikt je werknemer over 125 uur (via het gemeenschappelijk initiatiefrecht kan dat oplopen tot maximaal 250 uur.
De opleiding die je medewerker volgt, bepaalt hoeveel uren opleidingsverlof deze mag opnemen. Maar je werknemer kan nooit méér uren opnemen dan het persoonlijke maximum. Afhankelijk van het type opleiding zijn er ook beperkingen rond het opname van het aantal uren.
Uitgesloten opleidingen
Volgende activiteiten geven in geen geval recht op het Vlaams opleidingsverlof:
-
onthaaltrajecten
- begeleiding van een startende collega door meter/peter
- een online aanbod van opleidingsvideo’s
- lunch and learn sessies
- bedrijfstheater
- lerende netwerken
- intervisie
Voor de regels omtrent betaald educatief verlof in Brussel, klik hier.
Bekijk dan zeker de website van de Vlaamse overheid of vraag het na bij je sociaal secretariaat zoals Liantis.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 31/07/2025
Gezamenlijk initiatiefrecht binnen het VOV
Op vraag van UNIZO krijg je als werkgever ook zelf een expliciete rol om opleidingen voor te stellen aan je werknemers. Als werkgever heb je een goed zicht op de sterke/zwakke punten van je werknemers. Jouw duwtje in de rug richting opleiding kan je werknemers over de drempel(s) tillen. Je kan dit nooit als een verplichting opleggen aan je werknemer, vandaar de term gemeenschappelijk initiatiefrecht.
De opleidingen die je voorstelt aan je werknemer hoeven niet gerelateerd te zijn aan de huidige job, maar moeten wel terug te vinden zijn in de opleidingsdatabank. Opleidingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de huidige job zijn en blijven ten laste van jou als werkgever. Vlaams opleidingsverlof blijft het individueel recht van de werknemer om opleiding te volgen en daartoe afwezig te zijn op het werk.
Een werknemer die zowel zijn eigen opleidingskeuze volgt, als ingaat op jouw voorstel als werkgever verdubbelt zijn recht op Vlaams Opleidingsverlof en kan maximaal 250 uren opnemen.
Wanneer je als werkgever je aanvraag indient voor het Vlaams opleidingsverlof, via het WSE-loket, dan moet je aanduiden dat dit 'op voorstel van de werkgever' is. Ook voor deze uren opleidingsverlof, kan je aanspraak maken op het forfait van 21,3 EUR per uur afwezigheid op de werkvloer voor het volgen van de opleiding. Meer informatie over de aanvraag van je werknemer of de aanvraag tot terugbetaling van het forfait vind je bij de Vlaamse overheid.
Ook in schooljaar 2025-2026 geldt het gemeenschappelijk initiatiefrecht.
De Vlaamse Regering heeft in het kader van de begrotingsdoelstellingen, bewarende maatregelen genomen op het instrument van het Vlaams opleidingsverlof voor schooljaar 2025-2026. Concreet betreft het volgende elementen:
Voor werknemers: Een werknemer moet voor minstens 80% tewerkgesteld zijn én minstens gemiddeld 28 uur per week werken om recht te hebben op Vlaams opleidingsverlof.
Voor werkgevers: het forfaitair bedrag wijzigt van 21,30 euro naar 14,91 euro.
Voor opleidingen die starten vanaf 1 september 2025 kunnen de terugbetalingsaanvragen vanaf 3 september 2025 ingediend worden.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 31/07/2025
Tewerkstelling en opleiding in Brussel (Actiris)
Tewerkstelling en opleiding van werkzoekenden in Brussel is helemaal anders georganiseerd als in Vlaanderen en Wallonië. Essentieel is : tewerkstelling is gewestmaterie (dus tweetalig), opleiding is gemeenschapsmaterie (dus ofwel Nederlandstalig, ofwel Franstalig).
ACTIRIS is de coördinator van het tewerkstellingsbeleid in het Brussels gewest.
Vanaf de bepaling van het gezochte profiel tot aan de aanwerving van de kandidaat, begeleidt zij u op maat. U kan terecht voor gratis advies bij rekrutering, de verspreiding van uw werkaanbieding en voor de preselectie van uw kandidaten. Zij kan u helpen bij maatregelen zoals de Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO) en de Instapopleiding (zogenaamde IBO-light). Ook voor andere federale en gewestelijke maatregelen zoals Eerste aanwervingen, ACTIVA, Startbaanovereenkomst, Beroepsoverstappremies, financiële hulp aan ondernemingen in oprichtings-, uitbreidings- of omschakelingsfase, enz. kan u bij haar terecht.
De UNIZO-Arbeidsmakrtconsulent kan u ook tonen hoe u vacatures kan doorgeven via Mijn ACTIRIS Werkgever. Ook kan u zelf uw kandidaten selecteren voor de vacatures die u heeft. Ga daarvoor naar Mijn ACTIRIS werkgever.
ACTIRIS financiert de opleiding van de kandidaat die u van plan bent te rekruteren indien blijkt dat deze nood heeft aan een bijkomende opleiding om perfect te beantwoorden aan de eisen van zijn nieuwe job. De werkzoekende kandidaat moet ingeschreven zijn bij ACTIRIS.
De Nederlandstalige beroepsopleidingen voor werkzoekenden worden door de VDAB verzorgd.
Coördinator van de Franstalige beroepsopleidingen voor werkzoekenden is Bruxelles Formation. Een uitgebreide databank van deze opleidingen is Dorifor.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 29/11/2024
Op zoek naar een geschikte medewerker? Dan is IBO misschien iets voor jou!
Wat houdt een IBO in?
Als werkgever wil je voor elke vacature de perfecte kandidaat. Maar in een krappe arbeidsmarkt is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Nog elk jaar raken duizenden knelpuntvacatures moeilijk of helemaal niet ingevuld. De IBO (individuele beroepsopleiding) kan een oplossing bieden voor jouw moeilijk invulbare vacature. Via de IBO maak je van jouw sollicitant de ideale medewerker. Je leidt de kandidaat op op je eigen werkvloer en dat op basis van een opleidingsplan dat je afsprak met VDAB. VDAB (of één van haar partners) zorgt voor ondersteuning tijdens de IBO. Op het einde van de rit werf je hem of haar aan met een contract van onbepaalde duur en heb je er een gemotiveerde en getrainde werknemer bij. In bepaalde gevallen kan je de werkzoekende ook met een contract van bepaalde duur aanwerven. Contacteer je IBO-bemiddelaar vóór de start van de IBO om te weten of dit het geval is of niet.
De IBO is een voordelige investering met resultaat: Na de IBO heb je geschikt en gemotiveerd personeel opgeleid op maat van jouw organisatie. Tijdens de IBO betaal je geen loon of RSZ, enkel een vaste maandelijkse premie. De werkzoekende krijgt van VDAB een extra IBO-premie bovenop zijn werkloosheidsuitkering.
Hoeveel kost een IBO je als werkgever?
Als werkgever is het belangrijk te weten hoeveel je de IBO-cursist na de opleiding bij aanwerving zal betalen. Tijdens de IBO betaal je geen loon of RSZ voor de kandidaat. Je betaalt enkel een vaste maandelijkse premie aan VDAB. De hoogte van de premie is gebaseerd op het loon dat je medewerker gaat krijgen als je hem aanwerft.
|
Maandelijkse premie (netto) |
Looncategorie (bruto) |
|
650 EUR |
minder dan 2.156 EUR |
|
800 EUR |
2.156,01 - 2.537,73 EUR |
|
1.000 EUR |
2.537,74 - 2.918,20 EUR |
|
1.200 EUR |
2.918,21 - 3.297,43 EUR |
|
1.400 EUR |
3.297,44 EUR of meer |
Bij een deeltijdse IBO wordt de premie berekend op basis van de tewerkstellingsbreuk.
Hoe vraag je een IBO aan?
Elke werkzoekende kan in aanmerking komen voor een IBO, ook diegene zonder uitkering. Je hebt al iemand op het oog? Ga dan als volgt tewerk:
- Dien je aanvraag zelf in via 'Mijn VDAB'. Vervolgens klik je op 'IBO-beheer' en vul je de nodige gegevens in. Nadien zal VDAB contact met je opnemen om de aanvraag te bespreken en afspraken te maken.
- Je VDAB-bemiddelaar zorgt voor de snelle opstart, de contracten en professionele ondersteuning tijdens de IBO.
- Na de IBO neem je de nieuwe medewerker in dienst.
- Wil je weten of de IBO iets voor jou is? Dan kan je dit digitaal infopakket doorlopen!
- Alle voorwaarden vind je terug bij VDAB. Bekijk ook zeker de FAQ rond IBO.
- Ook in Brussel kan je een IBO opstarten.
- Spreekt je kandidaat niet goed Nederlands, bekijk dan zeker de optie om een IBO met taalcoaching op te starten.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 28/07/2025
Klopt het dat ik AI-verplichtingen moet voorzien voor mijn personeel?
Als je AI gebruikt in jouw bedrijf, dan moet je sinds 5 februari 2025 inderdaad kunnen aantonen dat jouw personeel ‘AI-geletterd’ is. Dat volgt uit de nieuwe AI-act, en geldt dus enkel als je met AI werkt in jouw bedrijf (bijvoorbeeld als je Copilot of Chat-GPT gebruikt, een chatbot op jouw website hebt staan, …)
De regelgeving zegt evenwel niet waaruit die geletterdheid moet bestaan. Dat moet dus door elke werkgever zelf uitgewerkt worden, in functie van de nood van het personeel.
Het enige wat de AI-act zegt is:
“Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om, zoveel als mogelijk, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken, en houden daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt.”
Denk daarbij bijvoorbeeld aan trainingen die het personeel wijzen op de potentiële risico’s van AI, de nodige basiskennis bijbrengen en ervoor zorgen dat de interne policies en richtlijnen van het bedrijf gekend en nageleefd worden. Als ze met complexere AI-systemen moeten werken, zal een bijkomende laag voorzien worden die bv ook de meer technische aspecten behandelt, of de specifieke risico’s die die systemen met zich mee kunnen brengen.
De wet zegt evenmin of dat via fysieke trainingen, mail, webinars, … moet gebeuren. Ook daar ben je dus vrij in als werkgever. Een mogelijke bron van best practices is deze database rond AI-geletterdheid. De Europese Commissie verzamelt hierin bestaande initiatieven van bedrijven, zonder evenwel te bevestigen dat deze voldoende zijn.
Werkgevers moeten hun naleving van de verplichting ook intern documenteren.
Publieke afdwinging van deze en andere verplichtingen onder de AI Act gaat van start vanaf 2 augustus 2026. Private afdwinging naar nationaal recht (bv. een schadeclaim op basis van niet-naleving) is nu reeds mogelijk.
Naar AI-geletterdheid in 5 stappen
(bron: Cevora)
De AI Act verplicht bedrijven ook om de ‘AI-geletterdheid’ van hun medewerkers op peil te brengen. Dat wil zeggen dat je ze de vaardigheden, de kennis en het begrip bijbrengt om correct met AI om te gaan. Hier zijn 5 stappen die je als bedrijf kan zetten:
- Stel een AI-beleid op en creëer een organisatiebreed beleid voor het gebruik van AI. Zet daarin richtlijnen over ethiek, transparantie en toezicht.
- Maak een inventarisatie van alle AI-systemen binnen de organisatie. Zo krijg je een overzicht van alle gebruikte toepassingen.
- Breng de AI-kennis van je medewerkers in kaart. Stel vast welk niveau van AI-geletterdheid je medewerkers al hebben en welke kennis ze nog moeten opdoen.
- Boost ook effectief de AI-geletterdheid van je medewerkers. Denk aan trainingen of cursussen die hen helpen om hun AI-kennis uit te breiden.
- Vergeet niet om regelmatig te evalueren. AI verandert snel, waardoor je je ook steeds zal moeten bijscholen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 02/09/2025