1. Situering
Bij de programmawet van 26 december 2022 werd het fiscale regime voor inkomsten uit auteursrechten grondig hervormd. Eén van de meest ingrijpende wijzigingen betrof de afbakening van het materiële toepassingsgebied: artikel 17, § 1, 5° WIB 92 verwees voortaan uitsluitend naar het auteursrecht en de naburige rechten bedoeld in boek XI, titel 5 van het Wetboek van economisch recht (WER), meer bepaald de artikelen XI.165 en XI.205 WER. Daardoor kwamen enkel nog werken van letterkunde of kunst en prestaties van uitvoerende kunstenaars in aanmerking.
Computerprogramma's – nochtans krachtens artikel XI.294 WER auteursrechtelijk beschermd en gelijkgesteld met werken van letterkunde in de zin van de Berner Conventie, maar ondergebracht in boek XI, titel 6 WER – vielen daardoor de facto buiten het gunstregime. Softwareontwikkelaars verloren aldus vanaf inkomstenjaar 2023 (behoudens de overgangsregeling) de toegang tot het bijzondere belastingregime.
2. Kritiek op de regeling van 2022
De memorie van toelichting erkent uitdrukkelijk twee pijnpunten die tot de bijsturing hebben geleid.
Ten eerste creëerde de uitsluiting een onlogisch onderscheid tussen softwareontwikkelaars enerzijds en vergelijkbare digitale en creatieve beroepen anderzijds. Webdesigners, content creators, journalisten en een deel van de functieprofielen betrokken bij de design en ontwikkeling van videospellen bleven immers wél onder het materiële toepassingsgebied vallen, terwijl softwareontwikkelaars per definitie werden uitgesloten.
Ten tweede zorgde de niet-opname van de in boek XI, titel 6 WER bedoelde computerprogramma's voor bijkomende rechtsonzekerheid: welke auteursrechtelijk beschermde inkomsten van softwareontwikkelaars vielen nog onder artikel 17, § 1, 5°, eerste streepje WIB 92, en welke kwalificeerden onder de uitgesloten categorie van inkomsten uit de overdracht of licentiëring van computerprogramma's? Deze onzekerheid was des te opmerkelijker gelet op de wettelijke gelijkstelling van computerprogramma's met werken van letterkunde.
3. De nieuwe regeling (art. 74)
De regering heeft beslist dit onderscheid weg te werken. Artikel 17, § 1, 5° WIB 92 wordt op twee punten gewijzigd:
- In het eerste streepje worden de woorden “boek XI, titel 5” vervangen door de woorden “boek XI, titels 5 en 6”, zodat het toepassingsgebied opnieuw de auteursrechtelijke bescherming van computerprogramma's omvat.
- Het tweede streepje wordt aangevuld met de woorden “of op computerprogramma's zoals bedoeld in artikelen XI.294 en XI.295 van hetzelfde Wetboek”.
4. Voorwaarden en begrenzingen blijven onverkort gelden
De herintegratie van computerprogramma's wijzigt niets aan de overige bepalingen van het regime zoals hervormd bij de programmawet van 26 december 2022. Ook voor softwareontwikkelaars gelden dus:
- De overdrachtsvoorwaarde: de auteursrechten of naburige rechten moeten worden overgedragen of in licentie gegeven aan een derde met het oog op mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of opvoering, of reproductie.
- De absolute grens: het basisbedrag van 37.500 EUR (jaarlijks te indexeren) waarboven de inkomsten niet langer als roerende inkomsten kwalificeren.
- De relatieve grens: de verhouding tussen de auteursrechtelijke vergoeding en de totale vergoeding (inclusief de vergoeding voor de geleverde prestaties), sinds inkomstenjaar 2025 beperkt tot 30 %.
- De gemiddelde grens: het gemiddelde van de inkomsten uit auteursrechten over de vier voorgaande belastbare tijdperken mag de absolute grens niet overschrijden.
De regering benadrukt, in antwoord op de opmerking van de Raad van State (randnr. 9.3) dat softwareontwikkelaars niet noodzakelijk zijn blootgesteld aan de wisselvalligheid en onzekerheid die het regime oorspronkelijk beoogde te compenseren, dat dit evenzeer geldt voor andere niet-uitgesloten beroepsgroepen (journalisten, content creators, webdesigners, bepaalde functies in game-ontwikkeling). Gelet op de overige voorwaarden en begrenzingen acht de regering de herintegratie perfect verenigbaar met het oorspronkelijk nagestreefde doel van de maatregel.
5. Inwerkingtreding (art. 75)
Titel 13 treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2026 worden betaald of toegekend. Het betalings- of toekenningstijdstip is dus bepalend, niet het tijdstip van de onderliggende prestatie of overdracht.
6. Praktische aandachtspunten
- Softwareontwikkelaars (zowel werknemers, bedrijfsleiders als zelfstandigen) kunnen vanaf inkomstenjaar 2026 opnieuw een deel van hun vergoeding als auteursrechtelijke vergoeding structureren, mits naleving van alle voorwaarden en grenzen.
- Contractuele documentatie blijft essentieel: de overdracht of licentie van de rechten aan een derde voor exploitatie (mededeling aan het publiek of reproductie) moet aantoonbaar zijn. Bestaande arbeidsovereenkomsten en managementovereenkomsten dienen desgevallend te worden aangevuld met een passende auteursrechtenclausule.
- Rulingpraktijk: het valt te verwachten dat de Dienst Voorafgaande Beslissingen opnieuw aanvragen uit de IT-sector zal behandelen; de vroegere rulingpraktijk van vóór 2023 (met o.m. functieprofielgebonden percentages) biedt daarbij een referentiekader, zij het binnen de strengere grenzen van het regime post-2022.
-
Fiscale behandeling blijft ongewijzigd: roerende voorheffing van 15 %
-> opgepast: de forfaitaire kostenaftrek die tot voor kort door iedereen die auteursrechten ontvangt kon worden gebruikt, is voor inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2026 enkel nog mogelijk voor wie een kunstwerkattest heeft. Ook een startersattest volstaat niet.
- Voor inkomsten betaald of toegekend vóór 1 januari 2026 blijft de uitsluiting van computerprogramma's gelden; retroactieve toepassing is niet voorzien.