1. Gunstregime voor de overdracht van familiale ondernemingen blijft behouden

Wat verandert? Het gunstregime voor de overdracht van familiale ondernemingen blijft bestaan. Er komt dus (na vorig jaar) geen nieuwe ingreep in dit regime in het kader van deze begrotingsoefening. De voorwaarden waren bij de vorige begrotingsoefening al verstrengd. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Wie een familiale onderneming wil schenken of nalaten, kan gebruik blijven maken van het bestaande gunstregime, uiteraard voor zover aan de geldende voorwaarden is voldaan. Voor ondernemers die bezig zijn met opvolging of overdracht betekent dit vooral dat er op dit punt geen nieuwe fiscale verstrenging bijkomt en dat de bestaande regeling behouden blijft. 

Belangrijk om te weten: UNIZO vindt die rechtszekerheid essentieel. Een bedrijfsoverdracht wordt vaak jaren op voorhand voorbereid. Nieuwe wijzigingen aan het regime kunnen rechtstreeks wegen op die planning en op de continuïteit van familiale ondernemingen. En uiteraard dient deze maatregel ter vrijwaring en verankering van het familiaal ondernemerschap in Vlaanderen.

TIP! Bereid je een familiale bedrijfsoverdracht voor? Het gunstregime blijft behouden, maar toets je dossier aan de geldende voorwaarden, die eerder al werden verstrengd. 

2. De kmo-portefeuille wordt volledig afgeschaft

Wat verandert? De Vlaamse regering schaft de kmo-portefeuille volledig af. Via dit instrument konden kleine ondernemingen en zelfstandigen financiële steun krijgen voor opleiding en advies. De regeling was de voorbije jaren al meermaals hervormd en werd vorig jaar nog ingeperkt. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Voor ondernemers betekent dit dat opleidingen en advies die vandaag via de kmo-portefeuille worden ondersteund, voortaan zonder die Vlaamse tegemoetkoming moeten worden betaald, van zodra de afschaffing van toepassing is. De eigen kost voor bijscholing, professioneel advies en competentieversterking stijgt daardoor. Dat kan vooral voelbaar zijn voor kleinere ondernemingen, waar opleidings- en adviesbudgetten beperkter zijn. 

Belangrijk om te weten: Voor UNIZO is een volledige afschaffing onbegrijpelijk, gezien de bewezen meerwaarde. Zo bereikte de kmo-portefeuille in 2025 nog 54.066 ondernemingen, met 129.166 projecten rond opleiding en advies. Naar schatting werden op die manier 124.645 werknemers opgeleid. UNIZO verwijst ook naar extern onderzoek waaruit blijkt dat elke euro steun via het instrument twee euro productiviteitsgroei genereerde.  

TIP! Gebruik je de kmo-portefeuille voor geplande opleidingen of advies? Controleer tijdig welke overgangsregels en einddata gelden zodra de concrete uitvoeringsmodaliteiten bekend zijn. 

3. Syntra-middelen blijven behouden

Wat verandert? De middelen voor Syntra blijven behouden. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Het opleidingsaanbod via Syntra blijft daardoor ondersteund. Ondernemers en medewerkers kunnen er opleidingen blijven volgen. Tegelijk kan de afschaffing van de kmo-portefeuille de uiteindelijke kost voor de ondernemer verhogen wanneer een opleiding voordien met steun uit die portefeuille werd betaald. 

Belangrijk om te weten: Het behoud van Syntra betekent dus niet automatisch dat de opleidingsfactuur voor elke ondernemer gelijk blijft: de financiering van de opleidingsverstrekker en de individuele steun aan de onderneming zijn twee verschillende zaken. 

4. Schrapping van de RSZ-korting voor personen zonder recente duurzame werkervaring en een aantal sectorale RSZ-verminderingen 

Wat verandert? De Vlaamse RSZ-korting voor de aanwerving van personen zonder recente duurzame werkervaring en een aantal sectorale RSZ-verminderingen wordt geschrapt.  

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Werkgevers die iemand uit deze doelgroep aanwerven, zullen niet langer op deze Vlaamse korting kunnen rekenen, van zodra de schrapping van toepassing is. Daardoor kan de loonkost bij zulke nieuwe aanwervingen hoger uitvallen dan onder de huidige regeling. Voor ondernemingen die deze doelgroep kansen geven, verdwijnt dus een financiële stimulans om de stap naar aanwerving te zetten.

TIP! Plan je een aanwerving van iemand zonder recente duurzame werkervaring? Hou rekening met het verdwijnen van de Vlaamse RSZ-korting en laat de impact op de loonkost berekenen zodra de ingangsdatum vastligt. 

5. Sectorconvenanten 

Wat verandert? De sectorconvenanten verdwijnen volledig.    

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Zelfstandigen en kmo’s worden via deze maatregel niet direct geraakt. Maar de sectorfederaties van diverse kmo’s verliezen op deze manier belangrijke financiering om het Vlaamse beleid rond diverse topics mee uit te dragen, denk onder meer aan het werken aan verdere inclusie en diversiteit op de werkvloer, werkbaar werk, levenslang leren, duaal leren en alle inspanningen om het onderwijs nauwer te laten aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt. 

6. Vlaams leerkrediet  

Wat verandert? De Vlaamse regering zal een grondige hervorming doorvoeren op de resterende Vlaamse opleidingsincentives: het Vlaams opleidingsverlof (educatief verlof), de opleidingscheques en het Vlaams opleidingskrediet in een Vlaams leerkrediet.   

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? De directe impact op kmo-ondernemers is nog niet duidelijk omwille van het gegeven dat de uitwerking nog niet geconcretiseerd is. Het enige dat duidelijk is dat de 3 opleidingsinstrumenten geïntegreerd zullen worden in een nieuw instrument.  

Belangrijk om te weten: UNIZO is niet tegen een herwerking van de opleidingsincentives, maar zal aandachtig zijn op het vermijden van extra administratieve overlast voor bedrijven en op het behoudt van een aantal waardevolle principes uit het Vlaams opleidingsverlof, zoals een vergoeding voor uren afwezigheid op de werkvloer, focus op meerwaarde voor economie en arbeidsmarkt,…  

7. Dienstencheques worden duurder 

Wat verandert? De prijs van dienstencheques wordt verhoogd. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Voor zelfstandigen en kmo-ondernemers die privé gebruikmaken van dienstencheques betekent dit een hogere kost per cheque. De gebruiker betaalt 12€ voor de eerste 175 cheques, op de cheques wordt dit verhoogd tot 13€/cheque. Per jaar kan je maximaal 300 cheques kopen. Voor dienstenchequebedrijven zelf is vooral van belang hoe de prijsverhoging wordt uitgewerkt en welke gevolgen ze heeft voor de vraag naar diensten. Minder gebruik kan rechtstreeks wegen op omzet, planning en tewerkstelling in de sector. 

Belangrijk om te weten: UNIZO noemt een prijsverhoging verdedigbaar gezien de grote budgettaire kost van het systeem, maar vraagt dat tegelijk de levensvatbaarheid van de dienstenchequebedrijven wordt bewaakt. 

8. Besparingen in het Groeipakket  

Wat verandert?  De regering grijpt op verschillende punten in op het Groeipakket. Dat heeft gevolgen voor gezinnen en voor de ondersteuning waarop ouders vandaag kunnen rekenen. Zo wordt de maximumleeftijd voor studerende kinderen die thuis wonen verlaagd van 25 naar 23 jaar. Ook het startbedrag, de vroegere geboortepremie, verandert. Dat bedrag zal voortaan enkel nog bij de geboorte van het eerste kind worden toegekend en niet langer bij elke geboorte. Voor meerlingen geldt er wel een uitzondering. Ook voor kinderen die voor 2019 zijn geboren, verandert de regeling. Zij vallen vandaag nog onder het oude systeem, waarbij het Groeipakket stijgt naarmate het kind ouder wordt. Die verhogingen zullen worden bevroren. Ouders zullen voor deze kinderen dus elk jaar hetzelfde bedrag ontvangen. Daarnaast verdwijnt de schoolverlatersregeling. Vandaag kunnen ouders nog een jaar langer Groeipakket ontvangen wanneer hun kind na het secundair onderwijs stopt met studeren en thuis blijft wonen. Ook die extra ondersteuning wordt afgeschaft. Tot slot wordt ook de kinderopvangtoeslag geschrapt. Het gaat om de extra tegemoetkoming die ouders momenteel ontvangen wanneer hun baby of peuter gebruikmaakt van een Nederlandstalige kinderopvang in Vlaanderen of Brussel. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? De hervorming van het Groeipakket heeft geen rechtstreekse impact op de sociale bijdragen van zelfstandigen, maar kan wel wegen op het gezinsbudget. Verschillende tegemoetkomingen worden beperkt of afgeschaft. Vooral het wegvallen van de kinderopvangtoeslag is een belangrijk aandachtspunt. Voor zelfstandige ouders betekent dit mogelijks een hogere kost voor kinderopvang, terwijl die opvang net belangrijk is om werk en gezin te kunnen combineren. 

Belangrijk om te weten: Ook vorig jaar werd er al ingegrepen op het Groeipakket. UNIZO betreurt deze besparingen. Bij uitstek het wegvallen van de kinderopvangtoeslag is een verkeerd signaal. Betaalbare kinderopvang is belangrijk om werk en gezin te combineren en mensen aan het werk te houden. Hogere opvangkosten zetten die combinatie onder druk, waardoor ook werkgevers de dupe dreigen te worden.

9. Beperktere indexering van het Gemeentefonds kan indirect gevolgen hebben 

Wat verandert? De indexering van het Gemeentefonds wordt beperkt. Daardoor kunnen lokale besturen minder snel extra middelen ontvangen dan bij een volledige indexering. 

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s? Dit is geen rechtstreekse nieuwe belasting voor ondernemingen. Gemeenten die daardoor financieel onder druk komen, kunnen in de toekomst echter op zoek gaan naar andere inkomsten of besparingen. Als een lokaal bestuur belastingen of retributies verhoogt, kan dat de factuur voor lokale ondernemers verhogen. Of dat gebeurt en om welke bedragen het gaat, zal van gemeente tot gemeente verschillen. 

Belangrijk om te weten: UNIZO zal daarom specifiek opvolgen of lokale besturen de beperktere middelen compenseren via hogere lokale ondernemersbelastingen.

10. Verhoging van de registratierechten op de enige en eigen woning 

Wat verandert: De regering heeft beslist om de verlaagde registratierechten die verschuldigd zijn op de aankoop van de enige en eigen woning terug op te trekken van 2% naar 3%.  

Wat betekent dit voor zelfstandigen en kmo’s: Hoewel deze maatregel niet specifiek gericht is op ondernemers treft deze verhoging natuurlijk iedereen die privé een nieuwe woning aankoopt. Om in aanmerking te komen voor dit verlaagde tarief zijn een aantal voorwaarden vereist. Zo mag u nog geen eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond. Daarnaast bent u ook verplicht om binnen een termijn van 3 jaar na de aankoop uw domicilie in het aangekochte pand te vestigen en dit gedurende 1 jaar te behouden.   

Belangrijk om te weten. Hoewel de precieze ingangsdatum nog niet bekend is, verwachten we dat de verhoging zal ingaan vanaf 1 januari 2027. UNIZO betreurt deze verdere belastingverhoging en meent dat deze maatregel de betaalbaarheid van woningen verder onder druk zal zetten.