Ik twijfel of van een van mijn werknemers wel echt ziek is. Wat kan ik doen?

Als je denkt dat een van je werknemers onterecht ziek thuis blijft, kan je een controlearts inschakelen. Dit is een onafhankelijke, gemachtigde controlearts die je werknemer medisch gaat onderzoeken om te bepalen of zijn arbeidsongeschiktheid en de duur daarvan gerechtvaardigd zijn.

Je kan vanaf de eerste dag afwezigheid een controlearts sturen, ook voordat je werknemer een medisch attest heeft ontvangen. De melding van arbeidsongeschiktheid is voldoende. De kosten van de medische controle zijn voor jou als werkgever. 

Je werknemer is verplicht om mee te werken aan dit onderzoek. Dit kan buiten de werkuren plaatsvinden en in principe zelfs op zon- en feestdagen. Als je werknemer niet thuis is, moet hij zich op een later tijdstip bij de controlearts melden. Als je werknemer weigert mee te werken of niet op de afspraak verschijnt, verliest hij het recht op gewaarborgd loon.

Na het onderzoek ontvang je een rapport van de controlearts met zijn bevindingen. Als de arts bevestigt dat de werknemer ziek is en de opgegeven duur correct is, blijft je werknemer thuis totdat hij hersteld is. Als de arts oordeelt dat je werknemer arbeidsgeschikt is, moet hij weer aan het werk. Weigert je werknemer dit, dan verliest hij het recht op gewaarborgd loon.

Let wel op! Hou er rekening mee dat een werknemer tijdens zijn ziekteperiode een andere activiteit mag uitoefenen, tenzij dit een concurrerende activiteit is of het genezingsproces vertraagt. Als je als werkgever kunt bewijzen dat de werknemer zich met concurrerende activiteiten bezighoudt, kun je hem om dringende redenen ontslaan.

  • Je hebt als werkgever het recht om een controlearts te sturen die de arbeidsongeschiktheid en de duur ervan controleert aan de hand van een medisch onderzoek. Je werknemer kan dit niet weigeren. 

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025

Mag je een camera gebruiken in jouw zaak om je personeel te controleren?

Gelijktijdige toepassing van de camerawet en cao nr. 68

Wanneer je een camera wenst te plaatsen in je onderneming om bv. diefstal door klanten te voorkomen, dan moet je de regels van de camerawet respecteren (Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s). Plaats je de camera ook om toezicht te houden op jouw werknemers dan moet je de bijkomend ook de regels respecteren die opgenomen zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats.

Camerawet: kort overzicht van de wettelijke verplichtingen

De camerawet moet nageleefd worden wanneer een bewakingscamera wordt geplaatst en gebruikt met het doel om je zaak te bewaken en daarop toezicht uit te oefenen. Wanneer dergelijke camera gebruikt wordt, moet je derden hiervan inlichten door een pictogram aan te brengen op een duidelijke zichtbare plaats. Bovendien moet je de camera ook aangeven bij de politie (op www.aangiftecamera.be). De beelden mogen nooit langer dan 1 maand bijgehouden worden. Je moet ook een register bijhouden met alle beeldverwerkingsactiviteiten.

Meer info lees je hier:

Bewakingscamera's, wat zijn de regels waaraan je je moet houden?

Meer informatie over deze regelgeving vind je ook op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit of op de website van de FOD Binnenlandse zaken

Cao nr. 68: kort overzicht van de wettelijke verplichtingen

Wanneer je de camera’s ook wenst te gebruiken om toezicht op je werknemers uit te oefenen, dan moet je dus ook (gelijktijdig) de regels respecteren die opgenomen zijn in cao nr. 68. Wanneer de camerawet iets anders bepaalt dan cao nr. 68 en de regels conflicteren, dan heeft de camerawet voorrang. 

Cao nr. 68 bepaalt dat camerabewaking op de arbeidsplaats enkel toegelaten is voor het bereiken van één van volgende doeleinden:

  • de veiligheid en gezondheid
  • de bescherming van de goederen van de onderneming
  • de controle van het productieproces
  • de controle van de arbeid van de werknemer

Het doel van de camerabewaking moet je duidelijk en expliciet omschrijven. 

Cao nr. 68 maakt ook een onderscheid tussen voortdurende en tijdelijke camerabewaking. Zo mag de camerabewaking enkel tijdelijk zijn en is voortdurende camerabewaking dus verboden wanneer je de camera plaatst voor de volgende doeleinden: (i) de controle van het productieproces die betrekking heeft op de werknemers en (ii) de controle van de arbeid van de werknemer.

Voortdurende camerabewaking is wel toegelaten indien je de camera plaatst voor de volgende doeleinden: (i) de veiligheid en gezondheid, (ii) de bescherming van de goederen van de onderneming en (iii) de controle van het productieproces die enkel betrekking heeft op de machines. 

Het is bovendien ook essentieel dat je het proportionaliteitsbeginsel in acht neemt. De camerabewaking mag niet verder gaan dan nodig om het beoogde doel te bereiken. Vooraleer je een camera plaatst moet je je dus in eerste instantie afvragen of het noodzakelijk is dat je kiest voor camerabewaking en of er geen minder ingrijpende alternatieven voorhanden zijn. 

Te volgen procedure op basis van cao nr. 68

Voorafgaandelijk en bij het opstarten van de camerabewaking moet je de ondernemingsraad informatie verschaffen over alle aspecten van de camerabewaking. Als er geen ondernemingsraad is in je bedrijf, dan moet je deze informatie verschaffen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Als er ook geen comité is in jouw bedrijf, aan de vakbondsafvaardiging van de onderneming of, wanneer er geen vakbondsafvaardiging is, aan de werknemers zelf (dat kan bijvoorbeeld door een bijlage bij het arbeidsreglement te voegen die door iedere werknemer werd ondertekend).

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/09/2024

Mag ik als werkgever nog een ziektebriefje vragen aan mijn zieke werknemer?

Als werkgever mag je bij ziekte van een werknemer een doktersattest vragen. Maar let op: daar gelden duidelijke regels voor. Vooral de grootte van je onderneming bepaalt wat kan.

Heb je 50 werknemers of meer?

Dan kan je werknemers niet altijd verplichten om een ziektebriefje te bezorgen. Werknemers hebben twee keer per jaar het recht om één dag ziek thuis te blijven zonder doktersattest. Dat kan gaan om één afzonderlijke ziektedag, of om de eerste dag van een langere ziekteperiode.

Vraag je als werkgever normaal altijd een doktersattest? Dan moet je deze uitzondering toch respecteren.

Heb je minder dan 50 werknemers?

Dan kan je als kleine onderneming afwijken van deze regel. Je mag beslissen dat werknemers voor elke ziektedag een doktersattest moeten bezorgen, ook voor één dag ziekte.

Om te bepalen of een onderneming minder dan 50 werknemers telt, wordt gekeken naar het aantal werknemers binnen de juridische entiteit op 1 januari van het betreffende jaar. Het aantal werknemers binnen de technische bedrijfseenheid is hierbij niet bepalend.

Belangrijk: je moet in je arbeidsreglement duidelijk aangeven dat je wil afwijken van de "gewone" reglementering. Staat dit niet expliciet vermeld, dan geldt de gewone regel en mag een werknemer twee keer per jaar één dag ziek zijn zonder ziektebriefje.

Twijfel je of je werknemer echt arbeidsongeschikt is?

Dan kan je een controlearts inschakelen. Die arts controleert of de werknemer arbeidsongeschikt is. Je kan dat op elk moment tijdens de ziekteperiode doen, en indien nodig ook meer dan één keer.

Beluister de podcast

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026

Een werknemer is meer dan vier weken afwezig wegens ziekte. Wat nu?

Wanneer een van je werknemers langdurig ziek wordt, heeft dat niet alleen persoonlijke gevolgen, maar ook een grote impact op je bedrijf. Het is daarom in ieders belang om de medewerker snel weer aan het werk te krijgen. Je arbeidsarts heeft daarom de taak om de arbeidsongeschikte werknemer snel, al na vier weken arbeidsongeschiktheid, te informeren over de mogelijkheden voor terugkeer naar het werk. Geef daarom uiterlijk binnen vier weken de contactgegevens van de zieke werknemer door, zodat de arbeidsarts contact kan opnemen.

Wie schakel ik in? 

Na vier weken arbeidsongeschiktheid ben je als werkgever verplicht om je externe preventiedienst in te schakelen en de gegevens van de betrokken werknemer door te geven aan je arbeidsarts. De bedoeling hiervan is dat de arbeidsarts de werknemer zo snel mogelijk informeert over de verschillende mogelijkheden voor werkhervatting (zie hieronder). Het is belangrijk om de contactgegevens van de werknemer zeker tijdig door te geven aan je externe preventiedienst. Cijfers tonen immers aan dat hoe sneller een terugkeer naar het werk besproken wordt, hoe groter de kans op een effectieve terugkeer is. 

Wat zijn de mogelijkheden van de werknemer? 

Tijdens dit informatiemoment legt de arbeidsarts de twee verschillende mogelijkheden om het werk te hervatten uit aan je werknemer. 

  • Het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting is een consultatie bij de arbeidsarts, gericht op het voorbereiden van de terugkeer naar het werk. De arbeidsarts bespreekt samen met de werknemer, op basis van diens gezondheidstoestand, hoe het werk kan worden hervat. Denk hierbij aan aanpassingen aan de werkplek, ander werk, of progressieve werkhervatting. Belangrijk om te weten: de arbeidsarts oordeelt niet over de geschiktheid van de werknemer, en de aanbevelingen zijn niet bindend. Dit bezoek biedt een informele en administratief lichtere manier om de terugkeer naar het werk te ondersteunen in vergelijking met het re-integratietraject.
  • In een re-integratietraject beoordeelt de arbeidsarts of de werknemer het werk kan hervatten, eventueel met aangepast of ander werk. De arts zal bepalen of de ongeschiktheid tijdelijk of definitief is en welke aanpassingen nodig zijn voor de werkhervatting. Dit traject is formeler dan het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting.

 

Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 03/09/2025

Nuttig voor jou