UNIZO vaart onder een nieuwe kapitein: Bart Buysse. Een ervaren rot die de wateren van de ondernemerswereld en belangenbehartigingorganisaties al jarenlang doorzwemt. Hij kent de politieke spelregels en staat met beide laarzen tussen de ondernemers. In dit gesprek vertelt hij over zijn prioriteiten, de koers die hij zal uitstippelen en… zijn drumstel. 

Dag Bart, je werd al best snel getipt als mogelijke nieuwe gedelegeerd bestuurder. Hoe komt dat, denk je? 

“Waarschijnlijk omdat ik al jarenlang rondloop in de wereld van belangenbehartiging en ondernemerschap. Bij het VBO en later bij voedingsfederatie Fevia, kwam ik geregeld in contact met UNIZO. Die samenwerking voelde altijd heel natuurlijk aan. Karel Van Eetvelt zei me ooit dat ik veel UNIZO-DNA heb. Blijkt dat hij gelijk had. Voor mij begint alles op het terrein: luisteren naar ondernemers, hun taal spreken en hun zorgen begrijpen. Misschien is dat wel de reden waarom mijn naam snel genoemd werd: ik ken het politieke spel, maar sta ook dicht bij ondernemers.” 

Wat moet ik me voorstellen bij jouw UNIZO-DNA? 

“Met mijn botten in het veld praten met de ondernemer, om nadien in kostuumschoenen het gesprek met beleidsmakers aan te gaan. De taal van leden spreken en die laten weerklinken aan tafel bij politici, vakbonden en overheden. Het is luisteren, doorvragen, en noden vertalen naar concrete voorstellen om die op de politieke agenda te krijgen. Zowel regionaal, provinciaal, nationaal als internationaal. Van de Dorpstraat tot de Wetstraat, zoals UNIZO het zo mooi verwoordt.”

Ik durf hieruit afleiden dat je geen grote koerswijziging plant?  

“Ik wil UNIZO nog krachtiger, wendbaarder en zichtbaarder maken. Maar UNIZO is een groot schip dat je niet zomaar van koers verandert. Dat doe je behoedzaam, stap voor stap, in overleg. Niet door het roer bruusk om te gooien. Ik wil een frisse nieuwe wind zijn, geen orkaan die verwoest. Dat betekent bouwen op de vele dingen die goed werken, en tegelijk zoeken naar manieren om te vernieuwen en te versterken.” 

Verandering werkt niet met een big bang.
Ik zal verder bouwen op de vele dingen die goed werken,
en tegelijk zoeken naar manieren om te vernieuwen en te versterken.

Bart Buysse, nieuwe gedelegeerd bestuurder van UNIZO

Waar zie je die ruimte om te versterken en vernieuwen?  

“UNIZO doet het al heel goed in belangenbehartiging, netwerking en dienstverlening. Maar ik zie potentieel om nog meer impact te hebben en nog meer op ons gewicht te spelen op alle beleidsniveaus. UNIZO krijgt ook niet steeds het krediet dat het verdient. Nog meer mensen moeten weten nog wat we doen en hoe we ondernemers dagelijks helpen. We moeten niet-leden doen inzien dat UNIZO een onmisbare compagnon de route is tijdens hun ondernemersavontuur. En leden laten begrijpen dat ze hun lidmaatschap vaak nog beter kunnen inzetten en benutten.  

Ondernemers beseffen ook te weinig dat onze leuze: ‘van de Dorpstraat tot de Wetstraat’ geen loze prietpraat is. UNIZO is met haar provincies en 217 lokale ondernemersverenigingen echt altijd dichtbij. Dat wil ik echt benadrukken. En het is lokaal, dicht bij de ondernemer, dat je de mosterd haalt om op nationaal niveau impact te maken. Dat maakt UNIZO sterk en uniek, het is de enige organisatie van zijn soort met dergelijke lokale verankering.

Ondernemers worden geacht verantwoordelijkheid te nemen,
en dat doen ze ook. Maar dan verwachten wij van de overheid hetzelfde.

Bart Buysse, nieuwe gedelegeerd bestuurder van UNIZO
Over die nationale impact, waar liggen je grote uitdagingen?  

“Concreet kan ik mijn prioriteiten samenvatten in drie duidelijke sporen: 

Competitiviteit en flexibiliteit versterken

De regering is al met veel van onze vragen aan de slag gegaan. Veel van de punten uit het UNIZO-memorandum ‘Krachtwerk’ staan intussen op de politieke agenda of werden al goedgekeurd. Denk maar aan de loonlastenverlaging, een meer activerend werkloosheidsbeleid en een meer flexibel arbeidsrecht via een gunstig regime voor overuren, een uitbreiding van studentenarbeid tot 650 uur, flexibelere uurroosters en een beperking van de maximale opzegtermijn tot één jaar. En dat zijn er maar enkelen van de velen.  

Belangrijk is nu dat al die werven ver genoeg worden doorgetrokken en goed worden afgewerkt. 

Complexiteit en rompslomp wegwerken 

Er bestaan nog teveel regels en drempels die ondernemers afschrikken en ondernemerschap afremmen. Ik denk meteen aan de administratieve rompslomp en het absurd aantal regeltjes. Die gigantische hinderpaal moeten we absoluut aanpakken. Dat ziet de politiek ook in. Laten we die regeldruk de komende tijd dan ook terugdringen met enkele dossiers die zorgen voor minder papierwerk en meer voorspelbaarheid en zekerheid. 

Ik denk dan meteen aan meer respect voor het “only once”-principe voor het verstrekken van gegevens aan de overheid en gebruiksvriendelijke digitale overheidstoepassingen. Of aan snellere en meer rechtszekere vergunningstrajecten. Dat zijn maar drie voorbeelden, in totaal hebben we er met UNIZO zo meer dan 100 op de beleidstafels gelegd. En ik verwacht ook actie, want in tijden van rode begrotingscijfers is dit de manier om onze concurrentiekracht en ondernemerszin te versterken. 

Ondernemen stimuleren en ondersteunen 

We moeten het ondernemersklimaat actief voeden, met maatregelen die ondernemen doorgedreven stimuleren. Denk aan het goedkoper en eenvoudiger maken van elektronisch betalen of betere toegang tot overheidsopdrachten. Die maken voor onze ondernemers een groot verschil.  

Denk ook aan de dubbele transitie (digitaal en duurzaam), die al even bezig is. Die vergt belangrijke inspanningen en investeringen, maar kan zorgen voor enorme kansen op termijn. Het is belangrijk dat onze zelfstandige ondernemers die transitie zo makkelijk mogelijk kunnen maken. Daarom is er nood aan een ondernemersvriendelijk en voorspelbaar beleid dat stimuleert en ondersteunt.”

Arizona kwam een tijdje terug met een zomerakkoord, toont onze regering die verantwoordelijkheidszin?  

“Het zomerakkoord toont zeker goede wil. Er staan, zoals ik al zei, veel zaken in die (soms letterlijk) rechtstreeks uit ons memorandum komen en een wezenlijk verschil maken. Zoals directe verlichting van de belastingdruk voor zelfstandigen zonder vennootschap, 360 vrijwillige overuren zonder fiscale of administratieve ballast, de beperking van ontslagvergoedingen tot één jaar voor nieuwe contracten, een pensioenhervormingen die werken explicieter beloont en natuurlijk de ondernemersaftrek: een echte, pure UNIZO-realisatie.

Anderzijds krijgen ondernemers ook enkele bittere pillen te slikken met de verhoging van de maaltijdcheques en enkele fiscale maatregelen die ondernemers met een vennootschap raken, zoals de verhoging van de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders, en natuurlijk bij uitstek de meerwaardebelasting. Heel wat zonneschijn, maar dus ook wel enkele regenwolken.”

Met welke dossiers kan de regering de komende tijd voor meer zonneschijn en minder regenwolken zorgen? 
“Het belangrijkste is dat ze eerst het regeerakkoord en het zomerakkoord verregaand en degelijk uitvoeren. Daarin zitten immers dossiers die nog in hun kinderschoenen staan, zoals de pensioenhervorming of de beloofde flexibiliseringsmaatregelen zoals de uitbreiding van de flexijobs naar alle sectoren en de herinvoering van de proefperiode zodat werkgevers extra vertrouwen krijgen om mensen aan te werven op de krappe arbeidsmarkt.  

Daarnaast denk ik aan de energiekosten: Vlaanderen keurde zijn Energie- en Klimaatplan goed, dat nu in sociaal overleg wordt geconcretiseerd. De energietaxshift moet doorgevoerd worden zonder dat onze kmo’s een extra concurrentiehandicap oplopen. En is het de taak van de overheid om e-facturatie, dat vanaf januari verplicht wordt, werkbaar te maken en bij te springen waar nodig.  

Er zijn teveel dossiers om op te noemen, maar als ik er nog ééntje mag oprakelen, is het wel dat van de overheidsopdrachten. Er gaat jaarlijks zo’n 70 miljard euro in om, maar te weinig van dat geld gaat effectief naar onze eigen kmo’s. België is op dat vlak één van de slechtste leerlingen van de Europese klas. Dat is een gemiste kans en daarin willen we echt verandering.” 

Naast de gekende dossiers staan er op alle niveaus ook nieuwe plannen in de steigers. Hoe kijk je daarnaar? 
“In het najaar komt er een nieuw industrieel beleid, opgebouwd rond vier luiken: competitiviteit, energie, administratieve lasten en het beschermen van Belgische belangen. Voor onze kmo’s wordt dat cruciaal. Want het zal beslissen over onze internationale competitiviteit. Ook het belang van een goed werkende interne Europese markt en internationale handel kan in dat opzicht niet genoeg onderstreept worden.”

En verder? 
“Ik ben benieuwd naar het kmo-plan dat minister Simonet voorbereidt. Belangrijk is dat het meer wordt dan een samenraapsel van losse maatregelen. Het moet echt een steunplan worden voor kleinere kmo’s . En daar heb ik alle vertrouwen in. 

Daarnaast volg ik de arbeidsmarkthervormingen nauw op. En men wil de lijst met knelpuntberoepen voor middengeschoolden inperken. UNIZO stuurde al een brief die ondertekend werd door 20 sectorfederaties om zich hiertegen te verzetten. Ik hoop dan ook dat minister Demir hierop terugkomt.  

Ook energie verdient blijvende aandacht. De komende Europese ETS2-richtlijn zal de energiekosten verder doen stijgen. Als we ondernemers verplichten richting elektrificatie te gaan, dan moeten de technologie voorhanden zijn en moeten de netwerken het wel aankunnen. Dat is essentieel.”  

In een band draait het niet om de virtuositeit van één muzikant, maar
om het samenspel. Dat geldt ook voor een organisatie.

Bart Buysse, nieuwe gedelegeerd bestuurder van UNIZO

Je krijgt straks de kans om volop te lobbyen voor dossiers, onder meer via je stoel in de Groep van Tien en de SERV. Hoe kijk je daarnaar? 

“Het federaal regeerakkoord alleen al geeft meer dan 40 opdrachten aan de sociale partners, veel werk op de plank dus. De evaluatie van de automatische loonindexering en de daaraan gekoppelde loonnorm wordt alvast een erg belangrijk dossier. Voor mij voelt de Groep van Tien vertrouwd aan: ik heb er zelf zes jaar aan tafel gezeten, ik ken de mensen en ik ken de manier van werken. In de SERV zal ik ook snel mee zijn. Dus ik heb er goesting in. 

Sociaal overleg blijft voor mij een belangrijk gegeven en een hefboom om dingen in beweging te krijgen. Het is daar dat we, samen met werkgevers- en werknemersorganisaties, met onze input en ervaring van op het terrein, het kader uittekenen waarbinnen werk en ondernemen in België vorm krijgen. Iedereen rond de tafel zal daarbij zijn rol moeten opnemen.”

Want de kwaliteit van sociaal overleg hangt samen met de kwaliteit van de mensen rond de tafel en hun bereidheid om hun nek uit te steken. Daar zit de sleutel. Te vaak blijft het steken in slogans” 

Hoe kijk je naar de vele slogans over werkgevers?  

“Toch met wel een frons. Ik zie positieve beeldvorming als één van mijn grootste uitdagingen de komende jaren. Aan vakbondszijde loeit de kritiek: ondernemers zouden te weinig bijdragen en te veel krijgen. Zulke aanvallen op ondernemerschap moeten we counteren. Kmo’s vormen de ruggengraat van onze economie: 99,9% van alle ondernemingen in België is een kmo. Samen zijn ze goed voor ongeveer 65% van de tewerkstelling en 58% van de toegevoegde waarde. Onze zelfstandige ondernemers scheppen welvaart, welzijn en werkgelegenheid en zijn economisch, sociaal en maatschappelijk van groot belang.”

Je staat bekend om tussen ondernemers te staan. Heb je er eigenlijk zelf ooit aan gedacht om zelfstandig te worden? 
“Zeker. Ik heb er vaak over nagedacht, maar mijn opeenvolgende jobs waren telkens zo boeiend dat het er nooit van kwam. Toch hoor ik vaak dat ik een echte ondernemer ben. Dat vind ik een groot compliment. 

Ik kijk op naar ondernemers: hun durf, doorzettingsvermogen en creativiteit. Ik ben fier op wat ze doen, en ik wil die fierheid en dynamiek ook uitstralen. Dat is voor mij de essentie van mijn rol: ondernemers vertegenwoordigen en verdedigen en er trots op zijn.” 

Tot slot, wat mogen onze leden nog over jou weten? 
“Dat ik graag tussen de mensen ben en geloof in verbinding, samenwerking en win-win. In mijn vrije tijd ben ik vooral bij mijn gezin. Ik ben (plus)vader van vijf kinderen, en dat is elke dag een avontuur op zich. Thuis is mijn vrouw de manager. Daarnaast hou ik van sport en speel ik drums. In een band draait het niet om de virtuositeit van één muzikant, maar om het samenspel. Dan maak je echt muziek. Dat geldt ook voor een organisatie.”

Nuttig voor jou