“Meer kansen, minder obstakels!”
Met die slogan vat kmo-minister Eléonore Simonet haar beleid samen. Omdat het omgekeerde straf zou zijn, is UNIZO vooral geïnteresseerd in de concrete maatregelen áchter die woorden. Hoog tijd dus voor een gesprek met de minister.
Een Franstalige minister in de Vlaamse media: het is bijna even uitzonderlijk als een Nederlandstalige minister in de Waalse media. Het is u dus vergeven, mocht de naam Eléonore Simonet u niet meteen iets zeggen. Bij ons kwam de kmo-minister vooral in het nieuws vanwege haar leeftijd: met haar 27 lentes is ze niet alleen de jongste minister in de regering De Wever; ze is ook de jongste minister in eender welke federale Belgische regering ooit.
Maar die focus op haar leeftijd maskeert dat de minister uitstekende adelbrieven kan voorleggen: het liberaalblauwe bloed stroomt immers door de aderen van het geslacht Simonet, dat burgemeesters, ministers en politieke adviseurs telt. De kmo-minister is dus geen politieke nieuwkomer. Maakt dat van haar de geknipte kandidaat voor de job?
47% van de actieve beroepsbevolking is vrouw. Toch zijn maar 36% van de zelfstandigen vrouwen. Dat aantal moet omhoog.
De vijf prioriteiten van Simonet
“In mijn eerste maanden als minister heb ik vooral geluisterd”, vertelt Simonet. “Naar UNIZO en andere belangenorganisaties. Naar ondernemers tijdens bedrijfsbezoeken. En naar bevoegde instanties zoals de FOD Economie, het RSVZ, en de Hoge Raad voor Zelfstandigen en kmo’s. Hun input vormt de basis voor mijn kmo-plan, dat de leidraad moet zijn waarmee de regering onze kmo’s en zelfstandigen maximaal ondersteunt.”
Welke prioriteiten schuift u in dat kmo-plan naar voren?
“Ik zie vijf grote prioriteiten: een sterk sociaal statuut, een betere concurrentiepositie, administratieve vereenvoudiging, gelijke kansen en het verbeteren van de relaties tussen ondernemers en banken.”
“Ten eerste, het sociaal statuut. Dat wil ik verder versterken zodat het meer in lijn komt met de bescherming die andere regimes bieden. Een eerste maatregel is de invoering van een systeem van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Vandaag vallen zelfstandigen vaak uit de boot als ze niet volledig arbeidsongeschikt zijn. Denk aan een schrijnwerker met een rugblessure: hij kan misschien geen ramen of dakconstructies meer plaatsen, maar wel nog advies geven of plannen uittekenen. In zo’n geval zou hij een gedeeltelijke ziekte-uitkering krijgen, gebaseerd op zijn laatste inkomen. Zo vermijden we dat mensen volledig uitvallen terwijl ze nog waarde kunnen bieden.”
“Daarnaast vraag ik de sociale partners om de mogelijkheid en financiering van een proportionele ziekte-uitkering voor zelfstandigen te onderzoeken. Dat betekent dat de uitkering beter afgestemd wordt op het werk dat iemand nog kan doen en het inkomensverlies dat daaruit voortvloeit. Het doel is een eerlijker en flexibeler systeem dat zelfstandigen beter ondersteunt in moeilijke periodes.
Zal dat gepaard gaan met hogere sociale bijdrages?
“Nee. daar kan voor mij absoluut geen sprake van zijn.”
Ook administratieve vereenvoudiging is een belangrijke eis van ondernemers. “Administratieve vereenvoudiging is een prioriteit voor de hele regering. Ik coördineer daarbij specifiek de inspanningen voor kmo’s en zelfstandigen. De Hoge Raad voor Zelfstandigen en kmo’s heeft al sinds 2021 128 voorstellen klaar om de papierwinkel te verkleinen. Ik heb gevraagd om die lijst te updaten. Zo komen we nu aan 186 concrete voorstellen. Een werkgroep met experts en vertegenwoordigers uit de kmo-wereld beoordeelt nu de haalbaarheid en impact van elk voorstel.”
Hoe wil u de concurrentiepositie van onze ondernemers versterken?
“Het regeerakkoord erkent dat de competitiviteit van onze ondernemingen onder druk staat door hoge belastingen, complexe regels, energiekosten en internationale concurrentie. Ik wil onze kmo’s concurrentiëler maken door kleine belastingen te schrappen, e-commerce te ondersteunen en markten toegankelijker te maken. Dat zal helpen om meer jobs te creëren en op die manier onze welvaart te verzekeren.”
Uw vierde prioriteit gaat over gelijke kansen creëren. In welk opzicht?
“Bepaalde groepen van ondernemers verdienen vandaag meer steun, vind ik. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandigen in bijberoep, student-zelfstandigen en vrouwelijke ondernemers. Vooral die laatste groep ligt me na aan het hart. 47% van de actieve beroepsbevolking is vrouw. Toch zijn maar 36% van de zelfstandigen vrouwen. Daarom wil ik deze legislatuur nog maatregelen nemen om dat percentage op te krikken.”
“Heel concreet wil ik de vrijstelling van sociale bijdragen die vrouwelijke zelfstandigen krijgen na hun bevalling uitbreiden van één naar twee kwartalen vanaf 2026, zonder negatieve impact op het VAPZ. Bovendien moeten vrouwen ook toegang hebben tot voldoende financieringsmogelijkheden. Want vandaag zien we dat vrouwen minder makkelijk aan kapitaal geraken voor hun zaak dan mannen.”
Tot slot moet ook de relatie met de banken verbeteren, volgens u. Is daar dan nood aan?
“Banken moeten, net als de overheid zelf, leren ondernemers nog meer te vertrouwen. Ook na een faillissement bijvoorbeeld. Al te vaak krijgen ondernemers die nadien een nieuw project willen opstarten, geen lening meer vast. Terwijl een faillissement echt niet per definitie bewijst dat je een slechte ondernemer bent. Daarom wil ik samen met de banken en ondernemers bekijken hoe we dat stigma kunnen doorbreken en het ‘recht op een tweede kans’ sterker garanderen. We moeten voor ogen houden dat onze kmo’s cruciaal zijn voor onze economische groei.”
Er is veel ongerustheid over de handelsdeal met de VS. Maar nu hebben we wél het voordeel van de duidelijkheid en hopelijk enige stabiliteit
The Trump tarrifs
Over economische groei gesproken: die op peil houden, is geen sinecure nu de Verenigde Staten Europa de (handels)oorlog heeft verklaard. De vraag rijst dan ook hoe minister Simonet kmo’s wil beschermen tegen de bokkesprongen van de Amerikaanse president.
Simonet: “Toen Donald Trump op zijn zogenaamde ‘Liberation Day’ enorme handelstarieven aankondigde, heb ik onmiddellijk alle betrokkenen rond de tafel geroepen om snel de risico’s van een handelsoorlog voor onze KMO’s in kaart te brengen.”
“De cijfers spreken boekdelen. Volgens Eurostat exporteerden in 2023 zo’n 5.688 Belgische kmo’s goederen naar de VS, goed voor een waarde van 4,4 miljard euro – dat is 16,1% van de totale Belgische export naar de VS. Tegelijkertijd importeerden 10.483 kmo’s goederen uit Amerika, voor een waarde van 7,8 miljard euro, oftewel 32,5% van de totale Belgische import uit de VS.”
Dat zijn grote bedragen. Bewijzen deze cijfers niet dat we ons niet zomaar mogen laten doen?
“Die negatieve handelsbalans toont vooral aan dat een escalerende handelsoorlog met eventuele vergeldingsmaatregelen onze kmo’s mogelijks harder treffen dan de Amerikaanse importheffingen zelf. De import en export naar de VS door kmo’s is bovendien vrij geconcentreerd, zowel qua gewest als productgroep en sector. Daarom was en is het cruciaal om een escalatie te voorkomen. ”
Maar hetzelfde geldt toch ook voor de VS? Het zijn de Amerikanen zelf die de invoerheffingen betalen. Dat schrikt hun president niet af.
“Ik pleit voor diplomatie boven escalatie. Er is veel ongerustheid over de handelsdeal die Ursula Von der Leyen met de VS wist te onderhandelen (waarbij wij ons neerleggen bij een invoertarief van 15%, red.) Ik begrijp die kritiek, maar nu hebben we wél het voordeel van de duidelijkheid en hopelijk enige stabiliteit.”
“Kijk, we hebben nu een beeld op het belang van de trans-Atlantische handel voor onze kmo’s en op de impact van de handelsdeal. En daar bouwen we ons beleid verder op uit. Ik zal bijvoorbeeld ook deelnemen aan de Belgische handelsmissie naar San Francisco later dit jaar.”
Fiscale hervorming met UNIZO-stempel
Maar niet alle uitdagingen komen van buitenaf. Ook intern liggen er obstakels – met de Belgische staatsfinanciën als grootste pijnpunt. De regering-De Wever wil dat aanpakken, onder meer via gerichte lastenverlagingen: in totaal zo’n 1,7 miljard euro, waarvan 200 miljoen specifiek voor kmo’s.
U beaamt dat zo’n lastenverlaging broodnodig is, zelfs in tijden van budgettaire krapte?
“Deze regering wil de werkgelegenheidsgraad opkrikken tot 80%, het Europese gemiddelde. Het is dan ook logisch dat we de kmo’s die bereid zijn mensen aan het werk te stellen en te investeren in werkgelegenheid, ondersteunen.”
Ook de ondernemersaftrek, waar UNIZO voor lobbyde en die de regering nu heeft goedgekeurd, past in die visie.
“Inderdaad. Eenmanszaken worden in België zwaar belast via de progressieve personenbelasting, Dat verschil willen we deels rechttrekken. Dankzij de ondernemersaftrek kunnen zelfstandigen 10% van hun winst vrijstellen van belasting, met een maximum van 650 euro. Dat stijgt naar 900 euro in 2029.”
“Het is trouwens niet de enige maatregel voor eenmanszaken. Eerder besliste ik ook om het maximale belastingkrediet voor zelfstandigen te verdubbelen van 3.750 naar 7.500 euro. Want het zelfstandigenstatuut moet niet alleen sociaal, maar ook fiscaal ondersteund worden.”
Toch omzeilt de regering de loonnorm van 0% door het maximumbedrag van de maaltijdcheques op te trekken van acht naar tien euro per werkdag.
“Omzeilen vind ik een wat vreemd woord. Zoals ik al zei, wil de regering meer mensen aan het werk krijgen. Dus moet het financieel verschil tussen werken en niet-werken fors groter worden. Daarom steun ik de beslissing om het maximumbedrag van de maaltijdcheques op te trekken naar tien euro. Zo combineren we twee ambities: er komt netto koopkracht bij voor wie werkt, terwijl de totale kost voor de werkgever zeer beperkt blijft. Zeker in vergelijking met een klassieke loonsverhoging. Dit is een slimme en evenwichtige oplossing.”