“In een relatief korte periode hebben we al belangrijke stappen gezet.”
De Vlaamse regering Diependaele zit alweer een jaar in het zadel. Wat sleepte de beleidsploeg in die tijd al uit de brand voor ondernemers? En wat brengt de toekomst? Hoog tijd voor een gesprek met de man achter het beleid: minister-president Matthias Diependaele.
“Dit is geen voorafname op de invulling van eender welke toekomstige functie.” Het persbericht dat in de lente van 2024 aankondigde dat Matthias Diependaele als formateur de Vlaamse regeringsonderhandelingen zou leiden, klonk voorzichtig. Dat de toenmalige minister van Financiën de nieuwe Vlaamse regeringsleider zou worden, was immers niet geheel verwacht. Vooral van linkse critici kreeg de man destijds het verwijt een hardvochtige ‘neoliberaal’ te zijn. Voor zover ze hem al kenden, uiteraard. Want bijster veel naamsbekendheid genoot de nuchtere Diependaele niet.
Na één jaar als Vlaams minister-president lijkt dat beeld wat te zijn bijgestuurd. Diependaele mat zich een zachter imago aan – zijn liefde voor frieten is intussen legendarisch – al neemt dat niet weg dat zijn regering voor moeilijke keuzes staat: corona sloeg een gat in de begroting en dat moet gedicht. Daarvoor kijkt Diependaele mede in de richting van economische groei.
“Ik noem onze Vlaamse kmo’s graag de motor van onze economie”, vertelt de minister-president. “Zonder mensen die durven springen, is er geen welvaart. Het is dan ook de prioriteit van deze regering om ervoor te zorgen dat de overheid een degelijke springplank biedt om te kúnnen ondernemen. Dus blijven we de komende jaren inzetten op onze gekende speerpunten: administratieve vereenvoudiging, voldoende ruimte om te ondernemen, versterking van productiviteit en ondersteuning bij klimaatinvesteringen.”
Ondernemers zijn de motor van de economie, maar onder de motorkap schroeft u RSZ-kortingen terug en bespaart u op opleiding. Dat remt toch hun productiviteit?
“Ik begrijp die bezorgdheid. En ja, om onze begroting op orde te krijgen, hebben we keuzes moeten maken, zoals het terugschroeven van bepaalde RSZ-kortingen. Maar tegelijk blijven we investeren in de fundamenten van duurzame productiviteit. Zo hervormen we het Vlaams Opleidingsverlof met snellere terugbetaling en minder administratie, en bouwen we duaal leren uit tot een volwaardig traject dat jongeren beter voorbereidt op de arbeidsmarkt. We investeren in mensen, zonder onze budgettaire situatie uit het oog te verliezen.”
U sprak daarnet van administratieve vereenvoudiging. Welke initiatieven heeft de regering al ondernomen om de administratieve last voor bedrijven te verlagen?
“In een relatief korte periode hebben we al belangrijke stappen gezet voor zelfstandigen en kmo’s. Zo hebben we het hervormingsproject ‘Regelrecht’ op poten gezet. Dat moet komaf maken met overregulering én moet de overheid efficiënter maken door bevoegdheden beter op elkaar af te stemmen en databanken te koppelen. Centraal staat het idee van een overheid die burgers en ondernemers ondersteunt in plaats van hindert, met minder regels en meer vertrouwen als uitgangspunt.”
Over welke maatregelen gaat het concreet?
“We hebben recent ons eerste Regelrecht-rapport gepubliceerd. Dat bevat honderd concrete voorstellen om de regeldruk te verlagen. Enkele voorbeelden zijn de eenvoudigere terugbetaling van het Vlaams opleidingsverlof, het schrappen van de dubbele administratie bij het indienen van klimaatplan voor O&O-subsidies, het vereenvoudigen van de milieueffectrapportage en snellere vergunningsprocedures.”
Zijn dat definitieve beleidsmaatregelen?
“Deze voorstellen vormen de concrete basis voor actie. De bevoegde ministers hebben de opdracht gekregen om op basis van dit rapport met maatregelen te komen. Deze voorstellen zijn dus niet vrijblijvend: ze zijn ingebed in een structureel hervormingstraject. We hebben ons geëngageerd om twee keer per jaar te rapporteren over de voortgang en implementatie van dit traject. Het tweede tussentijds rapport volgt later dit jaar.”
U haalde ook snellere vergunningsprocedures aan. Daarmee raakt u een heikel punt: veel ondernemers vinden de totale ‘time to permit’ in ons land veel te lang.
“Ik erken die frustratie: het vergunningsproces duurt vaak veel te lang, vooral in de fase voordat de ontvankelijkheid wordt vastgesteld. Met het omgevingsvergunningsdecreet verkorten we de behandelingstermijn tot 60 dagen via een modulaire basisprocedure. Afhankelijk van de aard en complexiteit van de aanvraag worden bijkomende modules toegevoegd, elk met een eigen termijn. Zo kunnen we flexibel omgaan met afwijkingen en bijsturingen zonder dat de procedure opnieuw moet starten. Dat zorgt voor tijdwinst en meer rechtszekerheid.”
De energiefactuur zal de komende jaren veranderen door het klimaatbeleid van uw regering. Hoe voorkomt u dat die transitie duur uitvalt voor zelfstandigen en kmo’s?
“Voor ons is het cruciaal dat de klimaattransitie niet alleen ecologisch ambitieus is, maar ook economisch haalbaar. Daarom voeren we vanaf 2028 een energietaksshift door: bepaalde heffingen verschuiven van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. Zo maken we elektrische alternatieven aantrekkelijker. Tegelijk voorzien we compensaties, zoals een extra korting op de elektriciteitsfactuur. De details daarvan worden nog uitgewerkt, maar het principe is duidelijk: wie duurzaam investeert, mag daar niet financieel voor afgestraft worden.”
Vanaf 2027 komt daar nog een extra koolstofprijs bij via het nieuwe emissiehandelssysteem ETS2. Dat zal de energiekosten voor fossiele brandstoffen verder verhogen.
“Ook hier nemen we maatregelen. Via het Sociaal Klimaatfonds voorzien we verlichting, ook voor ondernemingen. En via de ecoboostlening van PMV helpen we kmo’s om te investeren in energie-efficiënte technologieën zoals warmtepompen, zonnepanelen of batterijopslag. Die leningen zijn laagdrempelig en afgestemd op de noden van kleinere bedrijven. Zo combineren we klimaatambitie met economische realiteit.”
We blijven inzetten op administratieve vereenvoudiging, ruimte om te ondernemen, productiviteit en ondersteuning bij klimaatinvesteringen.
Vlaams minister-president Matthias Diependaele