Wanneer begint een ondernemersloopbaan? Op de dag dat je je diploma krijgt, wanneer je een ondernemingsnummer aanvraagt? Of veel eerder, wanneer je voor het eerst een idee uitwerkt of een klant overtuigt? Naar mijn mening bekijken we het als maatschappij nog steeds te klassiek. Eerst een diploma en daarna een job of een eigen zaak. Alsof een ondernemer pas ontstaat na een proclamatie. 

Wel, ik mag dan zelf geen jongere zijn, ik denk toch nog als één. Althans op het vlak van ondernemen toch. Want België telt meer dan 9.000 student-zelfstandigen, een absoluut record. Sinds de invoering van het statuut in 2017 is hun aantal met 83 procent gestegen. Dat bewijst de fundamentele verandering in de manier waarop jongeren naar ondernemen kijken. 

De jeugd begrijpt dat ze niet enkel leren uit hoorcolleges, maar ook door in het diepe te springen en het gewoon te doen. Door een fout te maken en opnieuw te beginnen. Door verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen keuzes. Lessen die geen enkel handboek leert, maar van levensbelang zijn voor elke ondernemer.

Het systeem van student-zelfstandigheid speelt daarop in. Het geeft jongeren de kans om tijdens hun studies in een relatief veilige omgeving te ontdekken of ondernemen iets voor hen is. Dankzij een aangepast sociaal en fiscaal kader kunnen ze die eerste stappen zetten zonder meteen alle risico's van een zelfstandige in hoofdberoep te dragen. En dat blijkt te werken. Bijna de helft van de studenten die als student-zelfstandige starten, is vier jaar later nog altijd actief als zelfstandige. 

Het is dus een echte kweekvijver voor duurzaam ondernemerschap. We mogen als maatschappij dan ook enorm tevreden zijn dat een recordaantal jongeren vandaag de dag tegelijkertijd studeert en onderneemt. 

Toch zou het een vergissing zijn om achterover te leunen. Meer dan negenduizend student-zelfstandigen is indrukwekkend, maar tegenover het totale aantal studenten blijft het een beperkte groep. Laat dat een oproep zijn aan het beleid en het onderwijs om extra in te zetten op een systeem dat duidelijk haar vruchten afwerpt. Ondernemerschap mag geen toevallige ontdekking zijn voor wie de juiste docent ontmoet of in de juiste opleiding terechtkomt. Elke jongere zou tijdens zijn opleiding gestimuleerd moeten worden om te ontdekken of er een ondernemer in schuilgaat.  

De cijfers tonen nog een ander werkpuntje. De groei van het aantal student-zelfstandigen wordt steeds sterker gedragen door mannen. Dat verdient onze aandacht. We weten dat talent en ambitie er zijn, maar blijkbaar botsen jonge vrouwen nog vaker op drempels om de stap naar ondernemerschap te zetten of vol te houden. Daarom moeten we blijven investeren in rolmodellen, mentoring en begeleiding, zodat evenveel jonge vrouwen als mannen de stap durven zetten. Want hoe diverser de volgende generatie ondernemers, hoe sterker onze economie.

De ondernemers van morgen worden niet geboren op de dag van hun proclamatie. Ze groeien vandaag al in een aula of in een studentenkot, waar een eerste idee stilaan uitgroeit tot een onderneming. Onze opdracht is om hen vandaag de ruimte, het vertrouwen en de kansen te geven om die eerste stap te zetten. Dat is precies wat het statuut van student-zelfstandige mogelijk maakt, en het recordaantal student-zelfstandigen bewijst dat die formule werkt. En daar wint uiteindelijk iedereen bij.

Lees ook ‘Bart bespreekt’ op m’n sociale mediakanalen:

Nuttig voor jou