Week van de Kinderopvang: opvangcrisis zal verergeren, met gevolgen voor iedereen
We vieren de Week van de Kinderopvang, maar er is weinig reden tot feest. Ondanks jarenlange politieke beloftes blijft het aantal opvangplaatsen dalen en krijgen ondernemers in de sector het steeds moeilijker. Daar komt de nieuwe begeleidingsnorm binnenkort nog eens bij, wat het tekort verder dreigt te vergroten. Zelfstandige kinderopvangondernemers kampen nu al met ongelijke subsidies, toenemende administratieve lasten en complexe regelgeving. Daardoor dreigen nog meer opvangplaatsen te verdwijnen. Dat is niet alleen slecht nieuws voor gezinnen, maar ook voor werknemers, werkgevers en onze economie. Kinderopvang is immers essentieel om mensen aan het werk te krijgen en te houden. UNIZO vraagt daarom dringend een beleid dat meer opvangplaatsen mogelijk maakt en zelfstandige kinderopvangondernemers voldoende ondersteuning en toekomstperspectief biedt om kwaliteitsvolle opvang te blijven aanbieden.
“We willen meer mensen aan het werk krijgen, maar daarvoor is ook voldoende kinderopvang nodig. Het tekort aan kinderopvangplaatsen treft niet alleen ouders, maar ook werkgevers ondervinden de gevolgen wanneer medewerkers noodgedwongen thuisblijven, minder uren presteren of zelfs helemaal niet aan de slag kunnen. En dan zijn er nog de zelfstandige kinderopvangondernemers, die ondanks hun enorme maatschappelijke en economische waarde steeds meer moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Zij willen opvangplaatsen creëren, maar botsen op veel drempels. We hebben elke opvangplaats broodnodig, maar maken het de mensen die ze willen aanbieden steeds moeilijker.”
-Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO
Ondanks jarenlange beloftes geen verandering
Volgens de cijfers van Opgroeien telde Vlaanderen eind 2025 nog 5.389 opvanglocaties voor baby's en peuters, goed voor 92.819 vergunde plaatsen. De cijfers van het eerste kwartaal van 2026 tonen een lichte verbetering, met 5.421 opvanglocaties en 92.910 vergunde plaatsen. Dat zijn amper 91 plaatsen meer dan eind 2025, waardoor Vlaanderen nog altijd 265 opvangplaatsen minder telt dan eind 2024.
De stilstand is des te opmerkelijker omdat het tekort aan kinderopvang al jaren op de politieke agenda staat. Er werden bijkomende investeringen aangekondigd en plannen voorgesteld om het aanbod uit te breiden, maar op het terrein is daar voorlopig nauwelijks iets van te merken.
Nieuwe begeleidingsnorm dreigt het tekort verder te vergroten
Bovendien dreigt het aantal opvangplaatsen vanaf 2027 nog verder onder druk te komen. Vanaf 1 januari wordt de kind-begeleiderratio volgens de geplande hervorming verlaagd van negen naar zeven kinderen per begeleider. Dat betekent dat opvanginitiatieven meer personeel nodig hebben om hetzelfde aantal kinderen te kunnen blijven opvangen.
“We begrijpen dat de Vlaamse regering de kwaliteit van de kinderopvang wil verbeteren. Dat willen de ondernemers in de sector zelf ook. Maar de nieuwe begeleidingsnorm vraagt meer personeel, terwijl opvanginitiatieven vandaag al moeite hebben om voldoende mensen te vinden en rendabel te blijven. Wie geen extra begeleiders kan aanwerven, zal noodgedwongen minder kinderen kunnen opvangen. Zo dreigt een maatregel die de kinderopvang moet verbeteren het tekort aan plaatsen alleen maar te vergroten.”
Ook de afschaffing van de kinderopvangtoeslag maakt kinderopvang voor ouders duurder. Die toeslag bood gezinnen financiële ondersteuning voor kinderopvanginitiatieven die met een vrije prijs werken. Dat zijn vaak kleinere zelfstandige opvanginitiatieven die minder subsidies krijgen en daardoor geen inkomens gerelateerde plaatsen kunnen aanbieden. Door het wegvallen van de toeslag wordt die opvang voor gezinnen duurder en dus minder toegankelijk. Dat maakt het voor ouders nog moeilijker om werk en gezin te combineren en zet de zelfstandige kinderopvangondernemers verder onder druk.
Zelfstandige kinderopvangondernemers krijgen het steeds moeilijker
Voor UNIZO ligt een belangrijk deel van de oplossing bij de zelfstandige kinderopvangondernemers. Zij spelen een essentiële rol in het bestaande aanbod en kunnen mee zorgen voor de broodnodige uitbreiding. Maar net voor hen wordt het steeds moeilijker om een opvanginitiatief financieel leefbaar te houden.
Eén van de grootste knelpunten is het ongelijke subsidiesysteem. Startende en kleinere zelfstandige kinderopvanginitiatieven krijgen vaak geen subsidie inkomenstarief en moeten met een vrije prijs werken. Ouders betalen daardoor meer, maar omdat de organisator naast een beperkte basissubsidie vooral afhangt van de ouderbijdragen, blijft er weinig over om personeel goed te verlonen, extra begeleiders aan te werven of te investeren in kwaliteit.
Daarbovenop komen de toenemende administratieve verplichtingen en complexe regelgeving. Wie een nieuw opvanginitiatief wil opstarten of een bestaande locatie wil uitbreiden, botst op vergunningsprocedures die veel tijd en inspanningen vragen.
“Kwaliteit en veiligheid moeten in de kinderopvang altijd vooropstaan. Duidelijke regels en controles zijn noodzakelijk, maar moeten haalbaar blijven voor zelfstandige ondernemers. Zij krijgen steeds meer verplichtingen opgelegd, zonder altijd over voldoende middelen en ondersteuning te beschikken. Daarom moet de inspectie naast controle ook inzetten op dialoog en begeleiding, zodat ondernemers de kwaliteit kunnen verbeteren zonder onnodige administratieve lasten en drempels.”
UNIZO vraagt meer plaatsen, eerlijke subsidies en minder administratieve lasten
UNIZO vraagt de Vlaamse regering om dringend werk te maken van een beleid dat het bestaande aanbod beschermt en bijkomende kinderopvangplaatsen mogelijk maakt. Daarvoor moet het subsidiesysteem worden herbekeken, zodat elk opvanginitiatief over voldoende financiële middelen beschikt om kwaliteitsvolle opvang aan te bieden, ongeacht de organisatievorm of de grootte ervan.
Daarnaast vraagt UNIZO een vermindering van de administratieve lasten, duidelijke en stabiele regelgeving en kortere vergunningsprocedures. Ook lokale besturen kunnen een belangrijke rol spelen door ondernemers te helpen bij het vinden van geschikte locaties. De inspectie moet kwaliteit blijven bewaken, maar daarbij meer vertrekken vanuit dialoog, de concrete context en ondersteuning van ondernemers.
“Wie meer mensen aan het werk wil krijgen, moet ook zorgen voor voldoende kinderopvang. Zelfstandige kinderopvangondernemers spelen daarin een onmisbare rol en verdienen de nodige ondersteuning. Geef hen eerlijke financiering, verminder de administratieve rompslomp en zorg voor regels die werkbaar zijn. We hebben al jaren plannen en beloftes gehoord. Wat we nu nodig hebben, zijn concrete resultaten. Want zolang er opvangplaatsen verdwijnen, betalen niet alleen gezinnen en kinderopvangondernemers de prijs, maar onze hele economie”