Een bedrijfsleider die een goed huurt wil bij de aanvang of in de loop van de huurovereenkomst werken uitvoeren om het pand aan te passen aan de (gewijzigde) noden van zijn handel. Mag hij die werken uitvoeren? Is er daartoe toestemming vereist van de verhuurder? Kan men dat regelen in het contract?
Het antwoord op al deze vragen hangt af van de aard van de werken. Zo maakt men het onderscheid tussen verbouwingswerken die het gehuurde goed voor het bedrijf geschikt maken en gewone werken.
Verbouwingswerken om het goed geschikt te maken
De wet op de handelshuur voorziet in dit geval een specifieke regeling waarvan niet mag afgeweken worden in het contract. De eventuele bepalingen hieromtrent in het huurcontract spelen dan ook geen rol. Dat betekent dat zelfs indien het huurcontract zou verbieden om dergelijke verbouwingswerken uit te voeren, de huurder toch het recht heeft om te verbouwen.
Daarbij moet wel aan enkele voorwaarden voldaan zijn:
1. De verbouwing moet dienstig zijn voor de onderneming van de huurder
De wet definieert het begrip "verbouwing" niet. Op basis van de rechtspraak en rechtsleer, kan men onder verbouwing werken van een zekere belangrijkheid verstaan, die het pand blijvend een andere structuur geven. Als "verbouwing" kunnen dus beschouwd worden: het verbreden van een toegang, het plaatsen van één groot uitstalraam en daartoe verschillende ramen vervangen, het plaatsen van een oven, het installeren van niet-wegneembare reclamepanelen van een bepaalde omvang,...
De verbouwing moet nuttig zijn. Het is echter niet vereist dat ze strikt noodzakelijk zou zijn. Typische voorbeelden hiervan zijn het vergroten van de ingangsdeur of het steken van nieuwe uitstalramen. Die werken zijn niet echt noodzakelijk om een handel uit te oefenen. Ze zijn wel nuttig omdat ze de toegankelijkheid vergroten of een betere presentatie en commercialisatie van de goederen mogelijk maken.
Aangezien de werken dienstig moeten zijn voor de onderneming vallen veranderingswerken aan de bijhorende woning niet onder dat soort van werken.
2. Door de werken mogen de veiligheid, de goede staat en de esthetische waarde van het gebouw niet in het gedrang komen
Een pand met een antiek interieur zou bijvoorbeeld niet gewijzigd mogen worden. De verhuurder kan echter geen sentimentele redenen inroepen om zich te verzetten tegen geplande verbouwingswerken.
3. De kosten mogen drie jaar huur niet te boven gaan.
Of aan deze voorwaarde voldaan is moet uitgemaakt worden op basis van de totale kostprijs zoals bepaald in het bestek (bv. ook het honorarium van de architect moet in aanmerking genomen worden om de totale kostprijs te berekenen).
De huurder en verhuurder kunnen evenwel contractueel anders overeenkomen om verbouwingswerken uit te voeren waarvan de kostprijs meer dan drie jaar huur zal bedragen.
4. Huurder moet verhuurder vooraf met aangetekend schrijven of deurwaardersexploot op de hoogte brengen van voorgenomen veranderingen, samen met de plannen en bestekken.
Opgelet : Zelfs als het contractueel toegelaten is om deze verbouwingswerken uit te voeren, moet deze procedure gevolgd worden.
De huurder moet ook de plans en bestekken of kostenramingen aan de verhuurder overmaken. Dat moet de verhuurder toelaten om zich om wettige redenen (d.i. wanneer de verbouwingswerken niet beantwoorden aan de hogergenoemde vier voorwaarden) te verzetten. De verhuurder moet zich verzetten binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving. Doet hij dat niet of laattijdig, dan wordt hij geacht in te stemmen met de verbouwingswerken. Het verzet van de verhuurder moet gebeuren bij een ter post aangetekende brief of bij deurwaardersexploot. De verhuurder vermeldt ook best de reden van verzet in de kennisgeving.
Wil de huurder ondanks het verzet van de verhuurder de verbouwingswerken toch laten uitvoeren, dan moet hij de verhuurder binnen de dertig dagen dagvaarden voor de vrederechter van het kanton waar het goed gelegen is.
Gewone werken
Onder gewone werken verstaat men gebruikelijke aanpassingen en kleine werken van inwendige schikking die geen verandering aanbrengen aan de structuur van het pand. Hieronder vallen o.a.:
- schilderwerken en behangen,
- het indelen van ruimtes door middel van wegneembare wanden,
- installeren van sanitair, keuken, elektriciteit, water, gas, lichtreklames, e.d..
Ook het oprichten van nieuwe gebouwen valt in principe in de categorie van de gewone werken (maar let wet dat niet iedere vorm van nieuwbouw uitgesloten is).
Aangezien de partijen vrij over het lot van die werken mogen overeenkomen, zal de regeling afhangen van hetgeen bepaald is in de huurovereenkomst. Zo kan de overeenkomst bepalen dat voor alle of bepaalde werken de toestemming van de verhuurder vereist is, op welke wijze de toestemming moet gevraagd worden en wat het lot is van de werken op het einde van het huurcontract.
Het is dan ook aan te raden om dat zo uitgebreid mogelijk te regelen in de huurovereenkomst: bv. welke werken er uitgevoerd mogen worden, of er al dan niet toestemming moet gevraagd worden aan de verhuurder en zo ja hoe die toestemming moet bekomen worden (bv. voorafgaandelijk bezorgen van de planning) en tenslotte wat er met de uitgevoerde werken op het einde van de overeenkomst moet gebeuren.
Wanneer de huurovereenkomst geen bepaling(en) over de gewone werken bevat, dan is de toestemming van de verhuurder niet vereist.
- Gedurende de huurtermijn, heeft de verhuurder geen enkel recht op de uitgevoerde werken. De huurder kan er vrij over beschikken.
- Bij het einde van de huur zal het lot voor de uitgevoerde werken afhangen van hun aard.
- Werken die niet wegneembaar zijn. Bijvoorbeeld : ververij, behang, vloer, elektrische installatie, enz. Volgens de meeste rechtspraak heeft de huurder geen recht op vergoeding.
- Werken die wegneembaar zijn. Bijvoorbeeld : boiler, etc...
- Indien de huurder die werken wegneemt, kan de verhuurder enkel de herstelling eisen van eventuele schade tengevolge van het wegnemen.
- Indien de huurder die werken niet heeft weggenomen, dan kan de verhuurder ofwel de huurder verplichten om ze weg te nemen ofwel de werken behouden mits betaling van de materialen en de installatiekosten.