Hoe weet ik of mijn vennootschap een grote of kleine vennootschap is?
De wetgeving bevat drie drempels om te bepalen of een vennootschap klein of groot is.
Een vennootschap die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar geen of maximaal één drempel overschrijdt, is een kleine vennootschap. Zodra gedurende twee opeenvolgende boekjaren twee of drie drempels worden overschreven, wordt de vennootschap beschouwd als een grote vennootschap.
In maart 2024 verhoogde de wetgever twee drempels, zodat deze de economische realiteit terug weerspiegelen. Voor boekjaren gestart sinds 01/01/2024 gelden bijgevolg de volgende drempels:
- 50 werknemers VTE (jaargemiddelde);
- jaaromzet (excl. btw) van 11.250.000 EUR;
- balanstotaal van 6.000.000 EUR.
Waarom is dit belangrijk?
UNIZO lanceerde een succesvolle oproep voor een verhoging van de drempels (Bijkomende kosten en lasten dreigen voor honderden vennootschappen | UNIZO). De kwalificatie als kleine of grote vennootschap is namelijk niet zonder gevolg.
Een kleine (niet-beursgenoteerde) vennootschap is, bijvoorbeeld, niet verplicht om een commissaris te benoemen. Een kleine vennootschap kan ook zijn jaarrekening opmaken volgens het verkort schema.
Er zijn ook fiscale gevolgen. Bepaalde voordelen in de vennootschapsbelasting gelden enkel voor kleine vennootschappen. Bijvoorbeeld de verhoogde basis-investeringsaftrek, het VVPR bis-regime op dividenden en het verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 EUR winst.