Gelijktijdige toepassing van de camerawet en cao nr. 68
Wanneer je een camera wenst te plaatsen in je onderneming om bv. diefstal door klanten te voorkomen, dan moet je de regels van de camerawet respecteren (Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s). Plaats je de camera ook om toezicht te houden op jouw werknemers dan moet je de bijkomend ook de regels respecteren die opgenomen zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats.
Camerawet: kort overzicht van de wettelijke verplichtingen
De camerawet moet nageleefd worden wanneer een bewakingscamera wordt geplaatst en gebruikt met het doel om je zaak te bewaken en daarop toezicht uit te oefenen. Wanneer dergelijke camera gebruikt wordt, moet je derden hiervan inlichten door een pictogram aan te brengen op een duidelijke zichtbare plaats. Bovendien moet je de camera ook aangeven bij de politie (op www.aangiftecamera.be). De beelden mogen nooit langer dan 1 maand bijgehouden worden. Je moet ook een register bijhouden met alle beeldverwerkingsactiviteiten.
Meer info lees je hier:
Bewakingscamera's, wat zijn de regels waaraan je je moet houden?
Meer informatie over deze regelgeving vind je ook op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit of op de website van de FOD Binnenlandse zaken.
Cao nr. 68: kort overzicht van de wettelijke verplichtingen
Wanneer je de camera’s ook wenst te gebruiken om toezicht op je werknemers uit te oefenen, dan moet je dus ook (gelijktijdig) de regels respecteren die opgenomen zijn in cao nr. 68. Wanneer de camerawet iets anders bepaalt dan cao nr. 68 en de regels conflicteren, dan heeft de camerawet voorrang.
Cao nr. 68 bepaalt dat camerabewaking op de arbeidsplaats enkel toegelaten is voor het bereiken van één van volgende doeleinden:
- de veiligheid en gezondheid
- de bescherming van de goederen van de onderneming
- de controle van het productieproces
- de controle van de arbeid van de werknemer
Het doel van de camerabewaking moet je duidelijk en expliciet omschrijven.
Cao nr. 68 maakt ook een onderscheid tussen voortdurende en tijdelijke camerabewaking. Zo mag de camerabewaking enkel tijdelijk zijn en is voortdurende camerabewaking dus verboden wanneer je de camera plaatst voor de volgende doeleinden: (i) de controle van het productieproces die betrekking heeft op de werknemers en (ii) de controle van de arbeid van de werknemer.
Voortdurende camerabewaking is wel toegelaten indien je de camera plaatst voor de volgende doeleinden: (i) de veiligheid en gezondheid, (ii) de bescherming van de goederen van de onderneming en (iii) de controle van het productieproces die enkel betrekking heeft op de machines.
Het is bovendien ook essentieel dat je het proportionaliteitsbeginsel in acht neemt. De camerabewaking mag niet verder gaan dan nodig om het beoogde doel te bereiken. Vooraleer je een camera plaatst moet je je dus in eerste instantie afvragen of het noodzakelijk is dat je kiest voor camerabewaking en of er geen minder ingrijpende alternatieven voorhanden zijn.
Te volgen procedure op basis van cao nr. 68
Voorafgaandelijk en bij het opstarten van de camerabewaking moet je de ondernemingsraad informatie verschaffen over alle aspecten van de camerabewaking. Als er geen ondernemingsraad is in je bedrijf, dan moet je deze informatie verschaffen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Als er ook geen comité is in jouw bedrijf, aan de vakbondsafvaardiging van de onderneming of, wanneer er geen vakbondsafvaardiging is, aan de werknemers zelf (dat kan bijvoorbeeld door een bijlage bij het arbeidsreglement te voegen die door iedere werknemer werd ondertekend).