Eén op vijf ondernemers vreest zijn facturen niet meer te kunnen betalen. Vier op tien stelt investeringen uit omdat er geen financiële ruimte is, en twee op drie kijkt met grote zorgen naar de Belgische economie van morgen. Dat blijkt uit onze KMO-barometer. Pessimisme troef dus bij de Vlaamse ondernemer, zeker nu de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten stilaan via allerhande facturen binnenstromen. Beleidsbeslissingen op korte termijn zullen voor veel kmo’s dan ook het verschil maken tussen buigen of breken.

Zeker omdat bedrijven in België meer impact ondervinden van geopolitieke crisissen dan hun concullega’s uit het buitenland. Ons mechanisme van automatische loonindexering maakt ons systeem immers heel schokgevoelig: wanneer de kosten stijgen door externe factoren, zoals de situatie in het Midden-Oosten, werken die via de indexering ook nog eens tweemaal door in de loonkosten. Eerst via de indexering van de lonen zelf. Nadien ook door de impact van die hogere lonen en kosten op de producten en diensten die deel uitmaken van de indexkorf, waardoor die opnieuw aanleiding geven tot loonindexering. Bedrijven betalen dus driemaal.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de loonindexering opnieuw op tafel ligt. Een indexsprong zou alvast enig soelaas bieden, maar is geen structurele oplossing en heeft duidelijk heel wat tegenstanders, ook binnen de regering. 

We pleiten daarom al jaren voor een “duurzaamheidsindex”, waarbij fossiele brandstoffen uit de indexkorf worden gehaald. Zo vermijden we dat externe schokken, zoals stijgende energieprijzen, automatisch leiden tot nieuwe loonkostenstijgingen die voor veel kmo’s onwerkbaar zijn geworden. Dit verhindert dat we opnieuw in een situatie belanden waarbij de lonen in korte tijd sterk stijgen en de loonkosten op drie jaar bijna 20% omhoogschieten, zoals we tijdens de energiecrisis enkele jaren geleden zagen.

Maar ook de manier waarop we inflatie meten, mag naar de tekentafel. Vandaag wordt bij de berekening van energie-inflatie enkel rekening gehouden met nieuwe energiecontracten, terwijl een groot deel van de gezinnen nog onder lopende contracten valt. Dat geeft een vertekend beeld van de reële kostentoename en leidt tot overschatting van de inflatie, en dus ook van de loonindexering. Een correctere meting, waarbij ook lopende contracten worden meegenomen, is noodzakelijk om buitensporige schokken in de loonkosten te vermijden.

Nog een andere index, de centenindex, speelt een rol in dit verhaal. Die voorziet voor het deel van het loon boven 4.000 euro een indexsprong van 2%, waarvan de helft bij de werkgever blijft en de andere helft via de RSZ aan de sociale zekerheid wordt doorgestort in de vorm van een loonmatigingsbijdrage. In zijn huidige vorm is de centenindex echter te complex. En zo de impact ervan niet wordt geneutraliseerd voor de berekening van de loonnorm en de loonmatigingsbijdrage niet wordt beperkt in de tijd en in verhouding staat tot voordeel dat de werkgever geniet, zal de positieve impact voor werkgevers al snel verdampen en zal deze maatregel op termijn resulteren in een structurele loonkostverhoging in plaats van verlaging.

Een duurzaamheidsindex, deugdelijkere centenindex en een herziening van de energie-inflatie zullen op korte termijn zorgen voor meer vaarbaar water. Iets wat de vele bedrijven die nu richting storm varen, kan aanzetten om door te gaan, te investeren en innoveren. Wat nog steeds de meest efficiënte manier is om ondernemerschap, begroting en koopkracht te beschermen. 

Daarna moeten we de automatische indexering onder de loep durven nemen. Door het automatisme is dit geen geschikt instrument meer om koopkrachtproblemen gericht op te vangen. In periodes van hoge inflatie, zoals tijdens de energiecrisis, zijn selectieve en tijdelijke steunmaatregelen een veel efficiënter alternatief. Zij laten toe om ondersteuning te richten op wie die echt nodig heeft, zonder de loonkosten voor alle ondernemingen structureel te verhogen, vaak net op momenten waarop die daarvoor onvoldoende economische draagkracht hebben.

Het automatische karakter ervan maakt dat ondernemingen vandaag geen enkele mogelijkheid hebben om rekening te houden met hun eigen economische realiteit. Een mogelijkheid tot een tijdelijke of gedeeltelijke opt-out van indexatie, onder te bepalen voorwaarden, kan ondernemingen de nodige ademruimte geven in periodes van zware druk en vermijdt dat zij moeten op dat moment ingrijpen in investeringen of tewerkstelling.

Door deze bijsturingen van de loonindexering komen we tot een model dat de impact van grote externe schokken uit de loonvorming haalt, de impact van de loonindexering op hoge lonen extra tempert en er zo voor zorgt dat koopkracht voor de werknemers en competitiviteit en draagkracht voor de werkgevers terug meer in balans worden gebracht. Werknemers hebben alles te winnen bij gezonde ondernemingen, want tewerkstelling is de beste garantie op koopkracht en sociale bescherming. En we hebben ondernemers nodig, want die houden het land en onze economie recht!

Bart Buysse

UNIZO op visite bij Premier De Wever

Onze energieboodschap bij minister van Energie Bihet

De energiefactuur betaalbaar houden voor kmo’s.

In dit dossier geven we een overzicht van de obstakels die ondernemers ervaren om te investeren in duurzaamheid en elektrificatie. Van daaruit formuleren we concrete oplossingspistes en geven we een reeks beleidsaanbevelingen. 

Hier kan je ons energiedossier downloaden

Nuttig voor jou