12% van de handelspanden in België staat vandaag leeg, het hoogste niveau sinds de metingen begonnen in 2008. Een pijnlijk en zorgwekkend cijfer dat veel verder gaat dan een resem lege etalages of ‘te huur’-bordjes. Het zegt alles over onze stads- en dorpskernen van vandaag en morgen. Een spijtig verhaal over de teloorgang van ‘het centrum’, dat steeds meer aan waarde verliest, minder mensen aantrekt en minder omzet genereert.

Ik ken niemand die niet van onze kernen houdt. Of het nu gaat over kleine dorpjes of grotere steden. Een verzameling van boetiekjes klein en groot, cafés, tearooms en eethuisjes, de winkelstraat of het handelscentrum, hoe klein ook, maakt deel uit van de Belgische gezelligheid. Het brengt mensen, klanten en ondernemers samen, en zorgt voor echte ontmoetingen.

Dat patrimonium verdwijnt. Winkels, bankkantoren en horecazaken sluiten massaal de deuren. En die deuren blijven vaak lang gesloten. We zien dat ongeveer een derde van de leegstaande panden in België langer dan drie jaar leegstaat. Twintig procent staat zelfs langer dan vijf jaar leeg. Eén van de hoofdredenen daarvoor is de handel die zich steeds verder verspreidt buiten de kernen. Het gevolg van keuzes die we al jaren maken. We laten toe dat handelsactiviteiten zich ontwikkelen op plaatsen die daar eigenlijk niet voor bedoeld zijn, met perifere projecten waar ruimte en bereikbaarheid de grootste troeven zijn. Tegelijk zien we ook daar leegstand ontstaan. We bouwen dus letterlijk leegstand bij. Le monde à l’envers.

Waar klanten komen, ontstaat handel. Maar op systeemniveau werkt dit model zichzelf tegen. Elke nieuwe ontwikkeling buiten de kern haalt activiteit weg uit die kern. Minder passage leidt tot minder omzet, minder omzet leidt tot sluitingen, en zo ontstaat een negatieve spiraal die zichzelf versterkt.

Om dat tij te keren, moeten we spreken over kernversterking in de ruimste zin van het woord. Een sterke kern is veel meer dan een verzameling winkels. Het gaat ook over diensten, horeca, ambacht en kleinschalige productie. Zij zorgen samen voor dynamiek en voor redenen om naar daar te komen. Daarom moeten we evolueren naar wat wij een “bedrijvige kern” noemen: een plek waar economische activiteit centraal staat in al haar vormen. Maar dat vraagt duidelijke keuzes.

We hebben dan ook nood aan een veel strenger en gerichter beleid dat ongewenste perifere ontwikkelingen een halt toeroept. Niet met halve maatregelen, maar met een kader dat duidelijk maakt wat nog kan en wat niet meer kan. Alleen zo realiseren we een echte winkelshift, waarbij activiteit opnieuw richting onze kernen wordt gestuurd.

De kansen liggen vandaag op tafel. Met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wordt bepaald hoe we onze ruimte in de toekomst organiseren. Het beleidskader Economie binnen dat plan biedt een unieke kans om kernversterking niet alleen te benoemen, maar ook effectief te verankeren in regelgeving. 

Ook andere initiatieven tonen dat er beweging mogelijk is. Met de Bouwboost wil minister Brouns sneller bouwen in bestaande kernen en tegelijk de open ruimte vrijwaren. Een belangrijke stap, maar vandaag ligt de focus vooral op wonen. Terwijl een kern pas echt sterk wordt wanneer er ook ruimte is om te ondernemen. Wonen alleen maakt geen centrum levendig.

Daarom moeten we breder durven kijken. Hoe trekken we ondernemers opnieuw naar de kern? Hoe maken we het opnieuw aantrekkelijk om daar te investeren? Denk aan gerichte stimuli zoals omgekeerde opcentiemen, aan voldoende basisvoorzieningen zoals geldautomaten, en aan het slimmer inzetten van data om beleid te onderbouwen. Zaken die samen het verschil maken.

Zonder economische activiteit blijft er weinig over. Dan krijg je kernen die stilvallen en langzaam doodbloeden. Exact wat we vandaag al op te veel plaatsen zien gebeuren. Dit kan en moet anders!

Nuttig voor jou