IPA-loonakkoord bereikt: Wat denken wij?

UNIZO is tevreden met het ontwerp van loonakkoord dat 26 februari 2019, ’s ochtends, werd bereikt. Daarmee werd een belangrijke stap gezet naar sociale vrede voor de komende twee jaar. Het ontwerpakkoord bevat een evenwicht tussen de noden van onze werkgevers en die van de werknemers. De bereikte compromistekst, die onze topman Danny Van Assche mee onderhandelde, zal op 20 maart aan de UNIZO-Raad van Bestuur worden voorgelegd.

Voor UNIZO zijn de belangrijke punten de volgende:

  • We respecteren onverkort de loonnormwet, die levensbelangrijk is voor het concurrentievermogen van onze ondernemingen, terwijl de koopkracht van de werknemers - ook belangrijk voor de binnenlandse consumptie - erop vooruit gaat. De lonen kunnen met maximum 1,1% over de komende twee jaar omhoog gaan, bovenop de index. In de onderhandelingen over de invulling van de maximumstijging op sectoraal en/of ondernemingsniveau zal men zo veel mogelijk rekening houden met de specifieke economische situatie van de sector en/of de onderneming, het behoud en de creatie van tewerkstelling en de concurrentiekracht.
  • De koopkracht van de laagste inkomens wordt versterkt, zonder die jobs onbetaalbaar te maken. Het minimumloon zal vanaf 1 juli 2019 met 1,1% stijgen. Daarnaast wordt tegen 30 september 2019 bekeken hoe een bijkomende verhoging van het minimumloon voorgesteld kan worden, waarbij kostenverhogingen zoveel als mogelijk vermeden moeten worden voor de werkgevers in de betrokken sectoren.
  • De sociale uitkeringen in het werknemersstelsel, het zelfstandigenstelsel en de sociale bijstand stijgen voor een totaal bedrag van 283,5 miljoen euro in 2019 en 644,4 miljoen euro in 2020. Dat zijn de zogenaamde welvaartsaanpassingen.
  • Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd door de tussenkomst van de werkgever in het woon-werkverkeer per trein vanaf 1 juli 2019 op te trekken naar 70% van de kostprijs. Er zal eveneens een tussenkomst voorzien worden voor wie met de metro, tram of bus komt en op minder dan 5 km van zijn werk woont. Daarnaast roepen de sociale partners op om gebruik te maken van het systeem van de fietsvergoeding en het mobiliteitsbudget. Op termijn zal ook nagedacht worden hoe nog meer ingezet kan worden op het gebruik van duurzame mobiliteitsmodi en hoe de bestaande systemen van tussenkomst kunnen worden vereenvoudigd.
  • Er komt meer flexibiliteit voor werkgever en werknemer. Het aantal vrijwillige overuren dat gepresteerd kan worden wordt opgetrokken van 100 naar 120u per jaar.
  • In gemeenschappelijk overleg met de vakbonden wordt in een eindleeftijd voor de bijzondere  brugpensioen/SWT-stelsels (excl. SWT voor mindervalide werknemers) voorzien, namelijk 60 jaar in (de loop van) 2021. Dat gaat verder dan wat de arbeidsdeal voorzag, aangezien die niet op alle bijzondere brugpensioen/SWT-stelsels betrekking had. Voor SWT-herstructurering gaat de leeftijd naar 58 jaar in 2019, naar 59 jaar in 2020 en naar 60 jaar in 2021. Dat houdt een vertraging van één jaar in ten opzichte van de arbeidsdeal.

"De leeftijd voor SWT bij herstructureringen blijft minstens 60 jaar, zij het iets later ten aanzien van de arbeidsdeal. Maar let wel: Voor SWT-stelsels voor zware beroepen is er nu óók een afbouwscenario en dat was níet voorzien in de arbeidsdeal. In dit akkoord wordt heel duidelijk gezegd dat in 2021 ook die regeling op 60 jaar komt. Dus eigenlijk gaat het akkoord verder dan de arbeidsdeal", aldus Danny Van Assche.

Onderstaande tabel verduidelijkt waar het loonakkoord van de sociale partners verder gaat dan de arbeidsdeal van de regering.

  • De leeftijdsvoorwaarde voor het uitzonderingsregime van de landingsbanen, d.w.z. tijdskrediet voor oudere werknemers in een zwaar beroep of met een lange loopbaan, blijft op 55 jaar voor wat betreft de 1/5de landingsbaan en stijgt naar 57 jaar voor wat betreft de deeltijdse landingsbaan. Ook daar wordt dus een stap vooruit gezet.