Voor wat betreft de reglementering omtrent huisdieren op de werkvloer en in de ondernemingen, zijn verschillende wetgevingen van toepassing, waaronder:
Het welzijn van de werknemers op het werk en de reglementering ivm de levensmiddelenhygiëne
1. Welzijn van de werknemers op het werk.
In deze wetgeving, die enkel van toepassing is op werknemers, komt de aanwezigheid van huisdieren op het werk niet aan bod. Als werkgever bepaal je dus zelf of huisdieren zijn toegestaan of niet. Daarbij moet je wel altijd het welzijn van alle werknemers in acht nemen. Dat wil zeggen dat de eventuele aanwezigheid van een huisdier moet worden meegenomen in de risicoanalyses van werkplekken, functies en taken van de betrokken werknemers. Werknemers kunnen immers allergisch of bang zijn voor dieren. De risicoanalyse moet daarom alle gezondheids- en veiligheidsrisico's in overweging nemen. Als uit de risicoanalyse blijkt dat preventieve maatregelen nodig zijn, ben je als werkgever verplicht deze te treffen.
Onze tip: Wil je een hond toelaten op de werkvloer? Bespreek dit dan altijd met je werknemers en stel samen duidelijke regels op.
2. Voedselhygiëne
Huisdieren kunnen een bron van besmetting zijn en zijn daarom in de meeste ruimtes waar met voedsel wordt gewerkt niet toegestaan.
In winkels waar voedsel wordt verkocht, zijn honden niet toegestaan, behalve geleidehonden. Ook in apotheken, waar vaak voedingssupplementen worden verkocht, gelden dezelfde regels als in andere winkels.
In restaurants of zaken waar eten geconsumeerd wordt, zijn honden in principe wel toegelaten zolang ze niet komen in de ruimtes waar het eten bereid of opgeslagen wordt. De eigenaar kan er wel voor kiezen om honden te toegang te verbieden.
Huisdieren mogen niet op plaatsen komen waar levensmiddelen worden bewerkt, gehanteerd of opgeslagen. Dit verbod geldt niet :
- voor huisdieren die worden binnengebracht in ruimten of delen van ruimten die uitsluitend worden gebruikt voor het verbruiken van levensmiddelen, op voorwaarde dat de dieren geenszins een gevaar voor verontreiniging inhouden;
- voor afgerichte of af te richten honden die visueel en anders motorisch gehandicapte personen in hun beweging verplaatsing begeleiden, alleen in ruimten waar levensmiddelen in de handel worden gebracht. De africhter moet een desbetreffend attest kunnen voorleggen.
3. Lokale regels
Naast deze algemene regels kunnen er ook lokale regels zijn die de toegang van huisdieren beperken op bepaalde openbare plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan stranden of parken.
Belangrijk: Het weigeren van de toegang aan een persoon met een geleidehond kan gezien worden als een daad van discriminatie.
Meer info: www.provikmo.be