Naast de Europese vennootschapsvormen, zijn er in België 6 types van vennootschappen:
- De maatschap;
- De vennootschap onder firma (VOF);
- De commanditaire vennootschap (CommV);
- De besloten vennootschap (BV);
- De coöperatieve vennootschap (CV);
- De naamloze vennootschap (NV).
Binnen deze types kan je 3 categorieën onderscheiden: (i) vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, (ii) vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid en (iii) vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid.
Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid
De maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid.
- Dit betekent dat de maatschap geen eigen rechten en plichten heeft. Zij kan dus niet als zelfstandige juridische entiteit optreden (een maatschap kan bv. niet in eigen naam een contract afsluiten).
- De maatschap heeft dus ook geen afgescheiden vermogen, waardoor de vennoten aansprakelijk zijn voor de vennootschapsschulden.
Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid
Een VOF en CommV zijn vennootschapsvormen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid.
- De rechtspersoonlijkheid betekent dat zij als juridisch zelfstandige entiteit optreden. Een VOF of CommV heeft dus eigen rechten en plichten (en kan bv. in eigen naam een contract afsluiten).
- De rechtspersoonlijkheid is echter onvolkomen. Dit betekent dat er geen beperking is van de aansprakelijkheid: zowel de VOF/CommV als de vennoten kunnen worden aangesproken voor de betaling van de vennootschapsschulden.
Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid
Een NV, BV en CV zijn vennootschapsvormen met volkomen rechtspersoonlijkheid.
- Door de rechtspersoonlijkheid is de vennootschap een juridisch zelfstandige entiteit met eigen rechten en plichten. De vennootschap kan dus in rechte optreden.
- De rechtspersoonlijkheid is volkomen. Daardoor is een NV, BV en CV uitermate geschikt om het privévermogen (gezinswoning, spaargelden, ... ) af te splitsen van het ondernemingsvermogen.
In een NV, BV of CV blijft het privévermogen in principe buiten schot, als het met de zaak bergaf gaat en deze bepaalde schulden niet meer kan betalen. Alleen het vermogen van de vennootschap wordt dan in de weegschaal gegooid. Daardoor verlies je als vennoot in principe nooit meer dan je inbreng. Je persoonlijk vermogen blijft buiten schot.
In bepaalde gevallen is de scheiding tussen de vermogens echter niet waterdicht. Enkele voorbeelden:
- De ondernemingsrechtbank kan bij faillissement beslissen dat de zaakvoerder of bestuurder het faillissement mee in de hand heeft gewerkt. Hij/zij moet dan een deel van de vennootschapsschulden persoonlijk te betalen.
- Hetzelfde geldt voor de oprichters, als de vennootschap binnen de drie jaar is failliet gegaan omdat deze te weinig middelen had om de voorgenomen activiteiten op een normale manier uit te oefenen.
- Een persoonlijke borgstelling bij de bank kan er ook voor zorgen dat het privé vermogen van een aandeelhouder of bestuurder toch wordt aangesproken. Als de vennootschap een lening wil afsluiten, zal de bank bijna altijd een persoonlijke borgstelling vragen. Bij problemen kan de bank dan toch het privévermogen van de oprichter of bestuurder aanspreken. Hij/zij deed dan immers vrijwillig afstand van de scheiding tussen privé- en bedrijfsvermogen.