Overbruggingsrecht
Als zelfstandige heb je recht op een overbruggingsrecht wanneer je moet stoppen met werken of wanneer het slecht gaat met jouw onderneming. Op deze pagina lees je er alles over.
Informatie
Heb je recht op een uitkering bij een stopzetting of faillissement?
Je hebt als zelfstandige recht op een uitkering overbruggingsrecht van je sociaal verzekeringsfonds wanneer je gedwongen bent om tijdelijk of definitief te stoppen met werken. Ook wanneer jouw onderneming in economische moeilijkheden zit, heb je soms recht op een uitkering. Het overbruggingsrecht is dus een soort werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen, maar dan beperkt in de tijd en zonder verdere opbouw van pensioenrechten. Telkens je er beroep op doet eindigt het overbruggingsrecht na maximum 12 maanden. Soms is de duur korter.
Duurt je overbruggingsrecht lang genoeg, dan verkrijg je automatisch een vrijstelling van sociale bijdragen met behoud van een aantal sociale rechten. Deze sociale rechten zijn beperkt en in principe bouw je geen pensioenrechten op.
Ook bij korte onderbrekingen, van minstens 7 dagen, heb je recht op het overbruggingsrecht. Per week onderbreking ontvang je 25% van het volledige maandbedrag.
Via de links krijg je een antwoord op de volgende vragen:
- Wat wordt bedoeld met een gedwongen stopzetting of onderbreking?
- Wanneer heb je recht op een overbruggingsrecht bij een stopzetting om economische moeilijkheden?
- Wat zijn de algemene voorwaarden?
- Hoe lang kun je de uitkering ontvangen?
- Hoe hoog is de uitkering? kun je het overbruggingsrecht met andere uitkeringen cumuleren? En welke andere sociale rechten zijn eraan gekoppeld?
- Mag je het overbruggingsrecht combineren met een beroepsactiviteit?
- Hoe de aanvraag indienen?
- Welke pensioenrechten en andere sociale rechten bouw je op tijdens het overbruggingsrecht?
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026
Wat is een gedwongen stopzetting of onderbreking?
Je hebt recht op een overbruggingsrecht wanneer je gedwongen bent om je zelfstandige activiteiten stop te zetten of ze tijdelijk te onderbreken. Een gedwongen stopzetting of onderbreking is wanneer je door een gebeurtenis buiten jouw wil om moet stoppen met werken. Ben je arbeidsongeschikt door een ziekte of een ongeval, dan moet je ziekte-uitkeringen aanvragen.
We geven enkele voorbeelden:
- Je onderneming gaat failliet.
- Door schade aan gebouwen, bijvoorbeeld na een brand of bij waterschade moet je tijdelijk sluiten om de schade te herstellen.
- Door schade aan je werkmateriaal is het onbruikbaar en kun je voorlopig niet meer werken. Een zelfstandige vrachtwagenchauffeur zal bijvoorbeeld recht hebben op een uitkering wanneer zijn enige vrachtwagen na een ongeval onbruikbaar is.
- Door een gebeurtenis zoals een grote elektrische panne kun je niet werken. Ook bij ernstige hinder door wegenwerken, op voorwaarde dat je het verlies kunt beperken door te sluiten, kun je een uitkering aanvragen.
- Door de uitoefening van je beroep ontwikkelde je een allergie. Bakkers kunnen bijvoorbeeld farinose of bakkersastma krijgen, een allergie voor bloem.
- Een andere economische actor neemt een beslissing waardoor je gedwongen bent te stoppen. Bijvoorbeeld: wanneer een bank of een verzekeringsmaatschappij de samenwerking beëindigt met een zelfstandige bank- of verzekeringsagent. Wanneer een grote keten jou wegconcurreert omdat ze bij jou in de buurt een nieuwe vestiging openden. Wanneer jouw enige klant besliste om met een andere leverancier of onderaannemer samen te werken. Wanneer jouw enige of grootste klant failliet gaat.
Buiten jouw wil om, betekent dat je niet bewust de situatie veroorzaakte waardoor je niet meer kunt werken:
- Baat je bijvoorbeeld een kinderopvang uit die moet sluiten omdat de Vlaamse overheid klachten kreeg, dan heb je alleen recht op een uitkering wanneer de sluiting achteraf onterecht blijkt te zijn. Dien in zo'n geval wel onmiddellijk de aanvraag in, want laattijdige aanvragen worden nooit aanvaard terwijl weigeringsbeslissingen wel herzien kunnen worden.
- Is jouw vrachtwagen onbruikbaar na een ongeval zonder dat je bewust een zware fout maakte, dan heb je recht op een uitkering. Maar was je dronken of negeerde je een rood licht, dan heb je geen recht op een uitkering.
- Wordt je veroordeeld voor een frauduleus faillissement, dan heb je geen recht op een uitkering.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Wanneer zit je in economische moeilijkheden?
Zit jouw onderneming in economische moeilijkheden, dan heb je mogelijk recht op een overbruggingsrecht. Je moet je onderneming dan definitief stopzetten en je moet één van de volgende voorwaarden vervullen:
- Je verdient maximum 17.374,08 euro (2026) in het jaar van de stopzetting en het jaar daaraan voorafgaand. Ben je meewerkende echtgenoot, dan mag jouw persoonlijke bezoldiging niet hoger zijn dan 7.632,44 euro (2026). Deze bedragen komen overeen met de inkomstendrempel waarop de wettelijke minimumbijdrage in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot berekend wordt.
- Je kreeg een vrijstelling van bijdragen van het RSVZ voor minstens 1 kwartaal of voor regularisatiebijdragen. Het RSVZ moet de beslissing tijdens de laatste 12 maanden genomen hebben, maar de vrijgestelde kwartalen mogen verder in het verleden liggen.
- Of je ontving voor de stopzetting al een leefloon van het OCMW.
Was je bestuurder, zaakvoerder of werkend vennoot, dan gelden 2 bijkomende voorwaarden:
- De ontbinding en vereffening van de vennootschap moet opgestart zijn.
- En de vereffening mag jou maximum 34.748,16 euro (2026) opleveren. Dit bedrag komt overeen met 2 keer de minimumdrempel hoofdberoep.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026
Voorwaarden voor het verkrijgen van het overbruggingsrecht
Om recht te hebben op het overbruggingsrecht moet je niet alleen gedwongen zijn om te stoppen met werken of in economische moeilijkheden zitten, je moet ook een aantal algemene voorwaarden vervullen om. Die zijn:
- Voorafgaand aan de stopzetting of onderbreking moet je minstens 4 kwartalen aangesloten zijn als zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot. Doe je meermaals beroep op het overbruggingsrecht, dan moet je elke keer opnieuw die voorwaarde vervullen.
- Tijdens de laatste 4 jaar (16 kwartalen) voorafgaand aan het overbruggingsrecht, moet je voor minstens 4 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben. Ook kwartalen waarvoor je geen bijdrage moest betalen omdat je ziek was, tellen mee.
- Je moet in België wonen.
Je mag het overbruggingsrecht wel combineren met een andere uitkering, op voorwaarde dat je toestemming had om de andere uitkering met een zelfstandige activiteit te combineren. En in sommige gevallen kun je het overbruggingsrecht tijdelijk met de heropstart of een nieuwe beroepsactiviteit combineren.
Had je voor de start van je zelfstandige activiteit recht op werkloosheidsuitkeringen? Dan vraag je best tegelijkertijd het overbruggingsrecht en werkloosheidsuitkeringen aan, want beide uitkeringen zijn combineerbaar. Dit heeft als voordeel dat je:
- Dankzij de werkloosheidsuitkeringen pensioenrechten opbouwt, want aan het overbruggingsrecht zijn geen uitkeringen gekoppeld.
- De werkloosheidsuitkeringen in sommige gevallen verder uitbetaald kunnen worden, nadat je overbruggingsrecht eindigde.
Hou rekening met de beperking van de werkloosheid in de tijd. Werkloosheidsuitkeringen worden vanaf 2026 nog maximum 2 jaar uitbetaald.
Hoe lang kun je werkloosheidsuitkeringen ontvangen na de stopzetting van je zelfstandige activiteit?
- Werd je na je ontslag onmiddellijk zelfstandige in hoofdberoep, dan zal je na de stopzetting van je zelfstandige activiteit tot 2 jaar lang werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten. Dat kan korter zijn wanneer je onvoldoende beroepsverleden hebt als werknemer.
- Was je na je ontslag eerst een tijd werkloos met uitkeringen voordat je zelfstandige in hoofdberoep werd, dan zal je na de stopzetting van je zelfstandige activiteit de resterende werkloosheidsperiode kunnen uitdoen. Voorbeeld: ontving je 6 maanden maanden uitkeringen voordat je zelfstandige in hoofdberoep werd, dan zal je na de stopzetting nog maximum 18 maanden (anderhalf jaar) werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten.
Hoe lang mag je zelfstandige geweest zijn om te kunnen terugkeren naar werkloosheid?
Vanaf 1 maart 2026 kun je na de stopzetting van je zelfstandige activiteit altijd terugkeren naar werkloosheid. Tot dan geldt de regel dat je je zelfstandige activiteit binnen de 15 jaar moet stopzetten om te kunnen terugkeren naar de werkloosheid.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 07/08/2025
Hoe lang ontvang je uitkeringen?
Het overbruggingsrecht is in de tijd beperkt. Telkens je er beroep op doet eindigt het overbruggingsrecht na maximum 12 maanden. Maar de duur van het overbruggingsrecht is ook afhankelijk van jouw loopbaan. Hoe langer jouw loopbaan als zelfstandige is, hoe langer je een uitkering overbruggingsrecht kunt genieten.
Elke zelfstandige heeft tijdens zijn loopbaan recht op minstens 12 maanden uitkeringen. Voor dit basisrecht, volstaat het dat je 4 kwartalen zelfstandige bent voordat je het overbruggingsrecht aanvraagt.
Maar wanneer je tijdens je loopbaan meermaals het overbruggingsrecht nodig hebt, dan kan dit basisrecht van 12 maanden opgebruikt zijn. Is dat het geval, dan kun je extra maanden krijgen. Maar het aantal extra maanden hangt af van de lengte van jouw loopbaan sinds het vorige overbruggingsrecht:
| Zelfstandige loopbaan sinds het vorige overbruggingsrecht | Aantal maanden uitkeringen overbruggingsrecht |
|---|---|
| minder dan 3 jaar | 3 maanden |
| 3 jaar | 4 maanden |
| 4 jaar | 5 maanden |
| 5 jaar | 6 maanden |
| 6 jaar | 7 maanden |
| 7 jaar | 7 maanden |
| 8 jaar | 9 maanden |
| 9 jaar | 10 maanden |
| 10 jaar | 11 maanden |
| minstens 11 jaar | 12 maanden |
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Het bedrag van de uitkeringen
De maandelijkse uitkering overbruggingsrecht bedraagt 1.671,01 euro (index maart 2026) bruto per maand. Met een kind of een andere persoon ten laste voor de ziekteverzekering, bedraagt de uitkering 2.088,11 euro (index maart 2026) bruto per maand. Hou er rekening mee dat het overbruggingsrecht belast wordt, maar je bent geen sociale bijdragen verschuldigd op de uitkering.
Duurt de onderbreking minder dan 4 weken, dan ontvang je per volledige week 25% van de maanduitkering. Ben je bijvoorbeeld 16 dagen gesloten, dan ontvang je 50% van de maanduitkering.
Je mag het overbruggingsrecht combineren met een andere uitkering zoals een ziekte-uitkering of een werkloosheidsuitkering. Maar dan wordt het bedrag van het overbruggingsrecht verminderd met het bedrag van de andere uitkering. Let op, de combinatie is alleen mogelijk wanneer je toestemming had om de andere uitkering met een zelfstandige activiteit te combineren.
Naast de uitkering ontvang je ook een zogenaamd 'behoud van rechten'. Dit betekent dat je recht hebt op ziekte-uitkeringen wanneer je tijdens het overbruggingsrecht arbeidsongeschikt zou worden. Je blijft ook in orde voor de ziekteverzekering. Maar je bouwt tijdens het overbruggingsrecht geen of slechts zeer beperkte pensioenrechten op.
Gezinslast betekent dat een kind of een andere persoon, voor de ziekteverzekering ten laste is. Meestal zijn dit de kinderen, maar het kan ook een huisvrouw of een huisman zijn.
Heb je kinderen, dan kun je zelf kiezen of ze bij jou ten laste zijn. Je kunt het uitkeringsbedrag dus verhogen door de kinderen bij jou ten laste te laten inschrijven. Contacteer daarvoor je ziekenfonds. Maar wacht niet met de aanvraag overbruggingsrecht, want dan riskeer je de uitkeringen te verliezen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026
Bouw je verder pensioenrechten op tijdens het overbruggingsrecht?
Duurt je overbruggingsrecht lang genoeg, dan verkrijg je automatisch een vrijstelling van sociale bijdragen met behoud van een aantal sociale rechten:
- Terugbetalingen in de ziekteverzekering
- Het behoud van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bij ziekte
- En zeer beperkte pensioenrechten
Wanneer ontvang je de vrijstelling met behoud van rechten?
De vrijstelling met behoud van rechten wordt toegekend vanaf het kwartaal volgend op het feit of de gebeurtenis op basis waarvan je recht hebt op een overbruggingsrecht. En hij eindigt onmiddellijk van zodra je de voorwaarden voor het overbruggingsrecht niet meer vervult.
Voorbeeld: stel dat het gebouw waarin je onderneming gevestigd is op 15 maart ernstig beschadigd raakt door een overstroming. Dan heb je vanaf 1 april recht op de de vrijstelling van bijdragen met behoud van sociale rechten. Zijn de herstellingswerken op 15 juli klaar, dan ben je vanaf 1 juli opnieuw sociale bijdragen verschuldigd. Je zal dus 1 kwartaal vrijstelling verkregen hebben, met het behoud van sociale rechten.
In het geval waarbij de herstellingen aan het gebouw al op 15 juni klaar geweest zouden zijn, zou je geen recht gehad hebben op een vrijstelling. De vrijstelling wordt enkel toegekend voor kwartalen waarvoor je van de 1e tot de laatste dag alle voorwaarden vervulde om een overbruggingsrecht te genieten.
Verwar deze vrijstelling met behoud van sociale rechten niet met de gewone vrijstelling van bijdragen die je bij het RSVZ of de beroepscommissie kunt aanvragen.
Welke pensioenrechten geniet je?
Voor het pensioen moeten we een onderscheid maken tussen 3 situaties:
- Periodes van overbruggingsrecht die te kort waren om vrijgesteld te zijn van sociale bijdragen. Voor deze periodes bouw je verder pensioenrechten op dankzij de betaling van sociale bijdragen
- Maximum 4 kwartalen van overbruggingsrecht met een vrijstelling van bijdragen met behoud van rechten omwille een gedwongen stopzetting of onderbreking, op voorwaarde dat de stopzetting of onderbreking niet veroorzaakt werd door een faillissement of een allergie. Deze kwartalen leveren geen pensioenbedrag op, maar tellen wel mee als kwartalen van effectief werk voor: het vervroegd pensioen vanaf 60 jaar op na 42 jaar effectief werk, het vermijden van de pensioenmalus en de toegang tot de pensioenbonus
- Maximum 4 kwartalen van overbruggingsrecht met een vrijstelling van van bijdragen met behoud van rechten, gelegen in de periode van het 4e kwartaal 2020 tot en met het 3e kwartaal 2022, op voorwaarde dat je dit overbruggingsrecht verkreeg op basis van feiten of gebeurtenissen die zich voordeden tussen 1 april 2020 en 30 september 2021. Deze 4 kwartalen worden als inactiviteitsperiodes gelijkgesteld voor de berekening van het pensioen en leveren dus een pensioenbedrag op. Let op, deze 4 kwartalen tellen niet zomaar als effectief gewerkte kwartalen, daarvoor moeten ze toegekend zijn na een gedwongen stopzetting of onderbreking die niet veroorzaakt werd door een faillissement of een allergie.
Aan het crisisoverbruggingsrecht uit de Coronacrisis was geen automatische vrijstelling van bijdragen gekoppeld. Daarom geldt voor het crisisoverbrugging dat je verder pensioenrechten opbouwde zolang je de sociale bijdragen betaalde.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026
Hoe vraag je de uitkering aan?
Je moet het overbruggingsrecht bij je sociaal verzekeringsfonds aanvragen. Je hebt daarvoor 6 maanden te tijd, te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin je stopt met werken of waarin je failliet gaat. Je moet bij je sociaal verzekeringsfonds een specifiek aanvraagformulier indienen.
Heb je meer tijd nodig om de aanvraag in te dienen, dan kun je een aangetekende brief sturen naar je sociaal verzekeringsfonds waarin je zegt:
- Dat je het overbruggingsrecht aanvraagt
- En waarom je het overbruggingsrecht aanvraagt (de reden van de stopzetting)
Op deze manier heb je de aanvraag binnen de 6 maanden ingediend. Daarna kun je rustig de tijd nemen om de officiële aanvraagformulieren in te vullen en de bewijsstukken te bezorgen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Mag je het overbruggingsrecht combineren met een beroepsactiviteit?
Tijdens een eerste periode mag je het overbruggingsrecht niet met werk combineren. Deze eerste periode loopt tot het einde van de eerste volledige kalendermaand onderbreking. Ben je bijvoorbeeld verplicht om vanaf 15 januari te stoppen met werken, dan kan je tot en met 28 februari de uitkeringen niet met werk combineren.
Maar tijdens deze periode wordt de uitkering wel per week uitbetaald. Kun je door een panne niet werken van 17 januari tot en met 4 februari, dan ontvang je per week onderbreking 25% van het normale maandbedrag (in dit voorbeeld 19 dagen onderbreking, met daarom 2 weken uitkeringen).
Onderbrak je je activiteiten langer of duurde de stopzetting langer, dan kun je daarna de uitkering tijdelijk met werk als zelfstandige, werknemer of ambtenaar combineren. Je uitkering wordt dan wel verminderd:
- Duurt het minstens 1 volledige kalendermaand maar minder dan 2 volledige maanden voordat je opnieuw begint te werken? Dan behoud je nadat je opnieuw begon te werken nog 1 maand lang 75% van het normale uitkeringsbedrag.
- Duurt de onderbreking of de stopzetting minstens 2 maar minder dan 3 volledige maanden voordat je opnieuw begint te werken? Dan behoud je daarna 2 maanden lang een uitkering. De 1e maand bedraagt de uitkering 75% van het normale bedrag, de 2e maand 50%.
- Duurt de onderbreking of de stopzetting minstens 3 volledige maanden voordat je opnieuw begint te werken, dan behoud je daarna nog 3 maanden lang de uitkering. De 1e maand bedraagt de uitkering 75% van het normale bedrag, de 2e maand 50% en de 3e maand 25%.
Bij deze cumulatieregeling maakt het niet uit hoeveel je verdient of hoeveel je werkt. Ga je na een faillissement bijvoorbeeld als werknemer werken, dan maakt het niet uit of je deeltijds of voltijds werkt.
Let op, je hebt nooit langer dan 12 maanden recht op een uitkering, ook niet wanneer je opnieuw begint te werken. En wanneer je vroeger al eens een overbruggingsrecht ontving, dan is het mogelijk dat je minder lang uitkeringen ontvangt. Dit komt doordat de uitkeringsduur van het overbruggingsrecht in de tijd beperkt is.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Terugvordering overbruggingsrecht - wat kun je doen?
Wat kan je doen als je met een terugvordering van het overbruggingsrecht geconfronteerd wordt?
- Je kunt een zogenaamde verzaking aan de terugvordering aanvragen (verderop lees je hoe je dit moet doen). Dit is een kwijtschelding van de (resterende) schuld. Er geldt geen aanvraagtermijn, je kunt een aanvraag indienen zolang je een schuld hebt. Je kunt een verzaking aanvragen wanneer:
- Je sociaal verzekeringsfonds, ziekenfonds, de overheid, … een fout maakte. Bijvoorbeeld omdat je sociaal verzekeringsfonds je onvoldoende informeerde
- Je je in een behartigenswaardige situatie bevindt, bijvoorbeeld omdat je financiële moeilijkheden hebt
- Of omdat het terug te betalen bedrag zeer klein is
- Wordt je aanvraag tot verzaking geweigerd, of dien je geen aanvraag in, dan kun je natuurlijk ook een afbetalingsplan aanvragen
- Je kunt een klacht indienen bij je sociaal verzekeringsfonds. Vind je dat je geen of onvoldoende gehoor krijgt, dan kun je een klacht indienen bij de Federale Ombudsman
- Je kunt binnen de 3 maanden na de beslissing een beroep indienen bij de arbeidsrechtbank
Wanneer je weigert te betalen, dan moet het sociaal verzekeringsfonds jou voor de arbeidsrechtbank dagvaarden. Want pas na een veroordeling door de rechtbank, kan je sociaal verzekeringsfonds een deurwaarder sturen om jou te dwingen tot de terugbetaling. Word je gedagvaard, dan heb je in principe altijd de mogelijkheid om de terugvordering bij de rechter te betwisten. Maar let op, eens je gedagvaard bent loop je het risico kosten te moeten betalen en kunnen gerechtelijke intresten beginnen lopen. Bovendien zijn er ook rechters die geen inhoudelijk debat toelaten wanneer je zelf geen beroep indiende binnen de beroepstermijn van 3 maanden.
Hoe vraag je een verzaking aan de terugvordering aan?
- Dien per e-mail of per brief een schriftelijke aanvraag in. Je dient je aanvraag in bij je sociaal verzekeringsfonds.
- Motiveer je aanvraag. Leg dus uit waarom je vindt dat je recht hebt op een verzaking.
- Verduidelijk voor welke schuld je een verzaking aanvraagt door bijvoorbeeld te verwijzen naar de beslissing met de datum van de beslissing, het onderwerp en de referentie.
Via deze link vind je een modelformulering. Maar vergeet niet om de aanvraag te personaliseren. Wat was jouw situatie voordat je een overbruggingsrecht aanvroeg? Wat is jouw situatie vandaag? Wat was er voor jou niet duidelijk waardoor je nu met een terugvordering geconfronteerd wordt? Hoe is jouw (financiële) situatie en de situatie van je onderneming? Heeft de crisis nog gevolgen? Zijn er bijzondere sociale of familiale situaties? …
Verder verloop van de procedure: je sociaal verzekeringsfonds mag niet zelf beslissen, maar stuurt jouw aanvraag door naar het RSVZ, de overheidsinstelling bevoegd voor de sociale zekerheid van de zelfstandigen. Diende je een aanvraag tot verzaking in en heb je de indruk dat je vraag niet doorgestuurd werd naar het RSVZ, dan moet je aandringen om je aanvraag door te sturen. Je kunt dan eventueel een klacht indienen bij het RSVZ.
Hoe vraag je een afbetalingsplan aan?
Contacteer je sociaal verzekeringsfonds schriftelijk (mail, brief) of telefonisch en vraag of je de schuld in schijven mag afbetalen. Je doet best zelf een voorstel over de afbetalingstermijn. Ben je doorgaans een stipte betaler, dan zal je sociaal verzekeringsfonds het afbetalingsplan niet weigeren. Afbetalingsplannen die maximum een jaar duren worden bijna altijd aanvaard.
Moet je een overbruggingsrecht terugbetalen, dan worden geen intresten of verhogingen aangerekend. Alleen wanneer de rechter jou veroordeelde tot de terugbetaling, mag het sociaal verzekeringsfonds intresten aanrekenen.
Hoe dien je een beroep in bij de arbeidsrechtbank?
Je moet het beroep indienen binnen de 3 maanden na de beslissing. Dit is binnen de 3 maanden na de postdatum van de aangetekende brief waarmee het sociaal verzekeringsfonds de beslissing naar jou opstuurde. Maakte het sociaal verzekeringsfonds een fout tegen de vormvereisten uit de wet op het handvest van de sociaal verzekerde, bijvoorbeeld door de brief per gewone brief op te sturen, dan vervalt de termijn van 3 maanden. De andere vormvereisten vind je in art. 13 tot en met 16 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde.
Je kunt het beroep indienen met een zogenaamd verzoekschrift. Dit is een aangetekende brief die je opstuurt naar de griffie van de arbeidsrechtbank bevoegd voor jouw woonplaats. Er zijn geen modelformulier, maar het moet duidelijk zijn:
- Wie jij bent (naam, adres en rijksregisternummer)
- Dat je beroep aantekent tegen een beslissing van je sociaal verzekeringsfonds
- Tegen welke beslissing je beroep aantekent (onderwerp, datum van de beslissing en de referentie)
- Vergeet niet je brief te dateren en te onderteken
- En je voegt in bijlage best een kopie toe van de beslissing onderteken en dateer de brief.
Je zal daarna opgeroepen worden voor een zitting. Tegen dan kun je zelf of samen met een advocaat de juridische argumentatie verder uitwerken in conclusies, die neergelegd moeten worden via e-deposit.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026