Sociale bescherming
Als zelfstandige moet je verplicht aansluiten bij een Sociaal Verzekeringsfonds. Wat zijn je sociale rechten als zelfstandige? En hoe goed ben je als zelfstandige beschermd bij ziekte of ouderschapsverlof?
Informatie
- Wat zijn sociale bijdragen? Wat krijg je in ruil?
- Sociale rechten bijberoep
- Pensioen als zelfstandige
- Ziekte-uitkering
- Sneller een uitkering
- Moet je bij ziekte sociale bijdragen betalen?
- Moederschapsrust
- Recht op vaderschapsverlof?
- Ondersteuning als mantelzorger
- Werkloosheidsuitkering als zelfstandige?
- Overbruggingsrecht
- Pensioen meewerkende echtgenoot
- Mentaal welzijn en burn-out
Wat zijn sociale bijdragen? Wat krijg je in ruil?
Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten moeten zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en sociale bijdragen betalen aan dat sociaal verzekeringsfonds. Deze bijdrage wordt berekend op basis van je inkomsten als zelfstandige, in ruil krijg je als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot recht op sociale bescherming en dienstverlening rond mentaal welzijn op het werk en burn-outpreventie.
Ben je zelfstandige in bijberoep, dan kun je beperktere sociale rechten genieten als zelfstandige, op voorwaarde dat je voldoende hoge sociale bijdragen betaalt.
Naast de gewone terugbetalingen in de ziekteverzekering en de gezinsbijslag (In Vlaanderen het groeipakket), bestaat de sociale zekerheid van zelfstandigen uit:
- Begeleiding rond mentaal welzijn op het werk en burn-outpreventie
- Een pensioen, waarbij voor meewerkende echtgenoten soms voordeligere regels gelden
- Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en een vrijstelling van bijdragen bij ziekte of na een ongeval
- Moederschapsuitkeringen en gratis dienstencheques
- 20 dagen geboorteverlof of vaderschapsuitkering
- 10 weken adoptieverlof of pleegouderverlof
- Uitkering overbruggingsrecht na een faillissement, een verplichte sluiting of wanneer je om financiële redenen stopt
- 12 maanden uitkeringen voor mantelzorgers
- 10 dagen rouwverlof na het overlijden van een kind of jouw partner
Naast deze wettelijke sociale zekerheid, kun je als zelfstandige ook overwegen aanvullende verzekeringen af te sluiten.
Je kunt bij Liantis terecht voor je wettelijke en aanvullende sociale bescherming.
| Beluister de podcast |
|---|
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 14/08/2026
Welke sociale rechten heb je als zelfstandige in bijberoep?
In bijberoep bouw je in principe geen sociale rechten op als zelfstandige, behalve wanneer je voldoende hoge sociale bijdragen betaalt. Je hebt natuurlijk wel recht op uitkeringen als werknemer of als ambtenaar.
Betaal je minstens de minimumbijdrage hoofdberoep, omdat je minstens 17.374,08 euro (2026) verdient, dan heb je als zelfstandige in bijberoep recht op:
- Volwaardige pensioenrechten als zelfstandige, ook het minimumpensioen.
- Bij ziekte: een aanvulling op je uitkering als werknemer, zodat je totale uitkering even hoog is als de uitkering voor hoofdberoepers. Jouw ziekenfonds kan uitleggen welke formaliteiten je moet vervullen.
- Bij moederschap: een aanvulling op je uitkering als werkneemster zodat je totale uitkering even hoog is als de uitkering voor zelfstandigen in hoofdberoep. Voor meer informatie over de uitkeringen kun je bij je ziekenfonds terecht. Omdat je als werkneemster verplicht bent om altijd 15 weken moederschapsrust te nemen, tijdens dewelke je helemaal niet mag werken, kun je er als zelfstandige in bijberoep niet voor kiezen om een deel van de moederschapsrust als zelfstandige om te zetten in gratis dienstencheques.
- Een uitkering als mantelzorger: een uitkering wanneer je elke beroepsactiviteit (zelfstandige en andere) volledig onderbreekt om een ernstig ziek familielid of een gehandicapt kind te verzorgen.
Je hebt als zelfstandige in bijberoep nooit recht op het overbruggingsrecht, vaderschaps- of geboorteverlof of rouwverlof.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Op welk pensioen heb ik als zelfstandige recht?
Zelfstandigen hebben recht op een gewoon rustpensioen (als alleenstaande) of een gezinspensioen, dat aangevuld kan worden met een pensioenbonus. Ga je vanaf 1 januari 2027 vervroegd op pensioen (voor de wettelijke pensioenleeftijd) zonder voldoende lang effectief gewerkt te hebben, dan kan jouw pensioenbedrag verminderd worden door de toepassing van de pensioenmalus.
Meewerkende echtgenoten bouwen dezelfde pensioenrechten op, maar er gelden voor sommige meewerkende echtgenoten deels andere regels bij de berekening van het pensioenbedrag, voor het recht op een minimumpensioen en om een pensioenbonus op te bouwen.
Wie gehuwd is met een zelfstandigen, een meewerkende echtgenoot of een werknemer heeft op basis van de loopbaan van de echtgenoot recht op:
- Het overlevingspensioen of de overgangsuitkering wanneer je weduwe of weduwnaar bent en niet hertrouwt.
- Een echtscheidingspensioen als aanvulling op je eigen rustpensioen, op voorwaarde je niet hertrouwt. Dit bestaat niet bij ambtenaren, maar als ex-echtgenoot van een ambtenaar heb je na zijn overlijden wel recht op een overlevingspensioen.
- Een pensioen voor feitelijk gescheiden echtgenoten, wanneer je nog gehuwd bent, jullie officiële adres verschilt en één van jullie heeft recht op het gezinspensioen in plaats van een pensioen als alleenstaande. Jullie ontvangen dan elk de helft van het gezinspensioen. Dit komt vaak voor wanneer iemand naar een rusthuis verhuist. Het pensioen voor feitelijk gescheiden echtgenoten bestaat niet bij ambtenaren.
Je vindt meer informatie over het overlevingspensioen, de overgangsuitkering, het echtscheidingspensioen en het pensioen voor feitelijk gescheiden echtgenoten in de volgende documenten:
Er bestaat voor elk type pensioen een minimumpensioen, behalve voor het echtscheidingspensioen. Je ontvangt het minimumpensioen wanneer dit voordeliger is dan een gewoon pensioen. De pensioendienst maakt automatisch de vergelijking.
Je kunt je pensioen aanvragen via MyPension. Op MyPension moet je inloggen met itsme of met je elektronische identiteitskaart en een kaartlezer. Je kunt de aanvraag ook indienen bij je gemeentebestuur of via het gratis telefoonnummer 1765.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Ik ben ziek en moet tijdelijk stoppen met werken. Heb ik recht op een uitkering?
Niet kunnen werken door ziekte of na een ongeval is nooit een pretje. Zeker niet als zelfstandige. Maar je hebt wel recht op ziekte-uitkeringen. Ben je minstens 8 dagen ziek, dan heb je vanaf de eerste dag recht op een uitkering. Het is belangrijk dat je op tijd en op de juiste manier aangifte doet. Een gewoon ziektebriefje is niet genoeg.
Moet je zelf aangifte doen van de ziekte?
Soms zal je arts in jouw naam een elektronische aangifte doen, soms moet je zelf een papieren aangifte indienen. Of je zelf een aangifte moet indienen hangt af van 3 zaken:
- Stelt je huisarts vast dat je door ziekte of een ongeval niet kunt werken? Of doet een andere arts dat?
- Is het een eerste aangifte van arbeidsongeschiktheid? Of betreft het een verlenging van de arbeidsongeschiktheid?
- Is de verwachte duur van de arbeidsongeschiktheid langer dan 14 dagen? Of is de verwachte duur maximum 14 dagen?
In de tabel hieronder lees je in welke situaties je zelf een aangifte moet indienen.
| Stelt jouw huisarts vast dat je niet kunt werken? | Is het een eerste aangifte of een verlenging? | Hoe lang kun je niet werken? | Hoe gebeurt de aangifte? |
|---|---|---|---|
| Huisarts | 1e aangifte | Minstens 8 dagen en maximum 14 dagen | Je moet zelf aangifte doen |
| Huisarts | 1e aangifte | Minstens 15 dagen | De arts doet in jouw naam een elektronische aangifte |
| Huisarts | Verlenging | Niet van belang | De arts doet in jouw naam een elektronische aangifte |
| Andere arts | Niet van belang | Niet van belang | Je moet zelf aangifte doen |
Zodra je ziekenfonds de aangifte ontving, zal de arts van het ziekenfonds beslissen of je recht hebt op uitkeringen en hoe lang. Het is mogelijk dat hij je uitnodigt voor een medisch onderzoek.
Hoe dien je zelf een aangifte in?
Als je zelf aangifte moet doen, volg dan deze stappen:
- Download het standaardformulier "Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid" van de website van je ziekenfonds of vraag dat aan je arts. Het eerste deel vul je zelf in, het tweede deel moet jouw arts invullen
- Stuur de aangifte binnen de 7 kalenderdagen per post naar je ziekenfonds. Bij sommige ziekenfondsen kun je het ook online indienen. Tenslotte mag je het ook in persoon afgeven aan het loket van je ziekenfonds, waarna je een ontvangstbewijs ontvangt. Maar steek de aangifte nooit zomaar in de brievenbus van je ziekenfonds
- Bij een ziekenhuisopname wordt je automatisch als arbeidsongeschikt beschouwd. Maar ook dan moet je een aangifte indienen. Er geldt dan een langere termijn: de aangifte moet ingediend zijn binnen de 7 kalenderdagen na het ontslag uit het ziekenfonds. Uiteraard mag je de aangifte onmiddellijk indienen, zodra je daartoe in staat bent
Ga altijd op tijd naar de arts om geen uitkeringen te verliezen
Ga je te laat naar je arts of doe je te laat aangifte? Dan verlies je een deel van de uitkeringen.
- Jouw ziekenfonds mag maximum 14 dagen terug gaan in de tijd, te rekenen vanaf de datum van ondertekening van het 'getuigschrift arbeidsongeschiktheid' door jouw arts. Was je bijvoorbeeld 3 weken ziek voordat je bij je arts op consultatie ging, dan kun je alleen voor de laatste 2 weken een uitkering ontvangen
- Was je voordat je de aangifte opstuurde naar je ziekenfonds al langer dan 8 dagen ziek, dan zal het ziekenfonds verplicht zijn om het uitkeringsbedrag met 10% verminderen. Deze vermindering geldt voor alle dagen van arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de datum van de aangifte
Ook bij een elektronische aangifte door de arts kun je een deel van je uitkeringen verliezen. Er gelden dezelfde regels als voor een papieren aangifte. Voorbeeld: was je 3 weken ziek voordat je bij de arts op consultatie ging, dan zal je alleen uitkeringen ontvangen voor de laatste 2 weken ziekte én zullen je uitkeringen met 10% verminderd worden omdat de elektronische aangifte niet binnen de 7 dagen na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd ingediend.
Vergeet niet om ook de zogenaamde gelijkstelling wegens ziekte aan te vragen bij je sociaal verzekeringsfonds. Krijg je de gelijkstelling, dan moet je geen sociale bijdragen meer betalen, maar bouw je toch verder sociale rechten op (bijvoorbeeld pensioenrechten).
Je moet de gelijkstelling altijd zelf aanvragen. De aanvraag en toekenning gebeuren nooit automatisch.
Ook bij een verlenging van de arbeidsongeschiktheid moet er telkens opnieuw binnen de 7 dagen een elektronische of papieren aangifte gebeuren. Dit komt doordat de beslissing van het ziekenfonds een einddatum heeft. Dien je geen nieuwe aanvraag in, dan veronderstellen ze dat je opnieuw voltijds werkt.
Veel zelfstandigen vergeten de verlenging aan te vragen of gaan niet tijdig bij hun arts langs om deze formaliteit in orde te brengen. Daardoor verliezen ze uitkeringen, ook al blijven ze te ziek om te werken.
Wat zijn de voorwaarden om een uitkering te krijgen?
Eerst en vooral moet je arbeidsongeschikt zijn. Dit betekent dat je door ziekte of na een ongeval jouw beroep niet meer kunt uitoefenen. Ben je langer dan 12 maanden ziek, dan zijn de voorwaarden strenger: je blijft dan verder arbeidsongeschikt op voorwaarde dat je ook geen enkel ander passend beroep als zelfstandige of als werknemer kunt uitoefenen.
Je mag minieme resttaken uitoefenen, die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de onderneming. Dit zijn zéér beperkte taken, die geen inkomsten kunnen genereren. Zo mag je bijvoorbeeld de telefoon beantwoorden om klanten te waarschuwen of door te verwijzen. Je mag je leveranciers of klanten ook zelf contacteren om ze te waarschuwen. Moet je nog facturen betalen of zelf facturen uitschrijven voor reeds geleverde prestaties, dan mag dat. En natuurlijk moet je je belastingaangifte invullen, net zoals de eventuele aangifte voor de vennootschapsbelasting en moet je ervoor zorgen dat alle boekhoudkundige verplichtingen in orde zijn. Ook andere noodzakelijke formaliteiten, zoals het opstellen van een verslag van een algemene vergadering of bestuursvergadering zijn toegelaten.
Om uitkeringen te kunnen ontvangen moet je elke persoonlijke zelfstandige activiteit stopzetten. Daarnaast moet je nog een aantal andere voorwaarden vervullen:
- Je bent zelfstandige in hoofdberoep, meewerkende echtgenoot of een zelfstandige in bijberoep die minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep betaalt.
- Je moet in orde zijn met de betaling van je sociale bijdragen voor het tweede en derde kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid begint. Soms moet je ook de sociale bijdragen betaald hebben van het kwartaal waarin je ziek werd.
- Je mag zelf niet meer werken, maar dat betekent niet dat jouw onderneming moet ophouden te bestaan. Andere personen (werknemer, helper, zakenpartner, ...) mogen de activiteiten voort zetten. Elders lees je hoe je dat organiseert en wat de gevolgen zijn voor de gelijkstelling wegens ziekte.
- Vrijwilligerswerk is niet zomaar toegelaten, de arts van het ziekenfonds moet nagaan of je het vrijwilligerswerk verenigbaar is met je gezondheidstoestand.
Het ziekenfonds zal ook vragen om een inlichtingenblad in te vullen.
Heb je vanaf dag 1 recht op een uitkering?
Ja, je hebt als zelfstandige vanaf de 1e dag ziekte recht op een uitkering, op voorwaarde dat je:
- Minstens 8 dagen arbeidsongeschikt bent.
- En je de aangifte van arbeidsongeschiktheid op tijd indiende.
Hoe hoog is de uitkering?
Behalve voor zondagen, betaalt je ziekenfonds voor elke dag een forfaitaire uitkering. Hoe hoog dat bedrag is hangt af van je gezinssituatie.
Uitkeringsbedrag bij ziekte (bruto per dag, index maart 2026)
| 1e 6 maanden | 7e tot en met 12e maand | Vanaf de 13e maand | |
|---|---|---|---|
| Met gezinslast | 81,10 euro | 81,10 euro | 81,10 euro |
| Als alleenstaande | 64,27 euro | 64,27 euro | 64,27 euro |
| Als samenwonende | 49,29 euro | 49,29 euro* | 55,10 euro** |
*Als je een uitkering als samenwonende ontvangt, dan heb je vanaf 1 januari 2027 van de 7e tot en met de 12e maand arbeidsongeschiktheid recht op 55,10 euro (index maart 2026) per dag.
** Als je een uitkering als samenwonende ontvangt, dan heb je vanaf de 13e maand recht op 55,10 euro (index maart 2026) op voorwaarde dat je een gelijkstelling ziekte kreeg. Zonder gelijkstelling heb je recht op 49,29 euro (index maart 2026).
Hoelang krijg je de uitkering?
Je ontvang de uitkering zolang het ziekenfonds de arbeidsongeschiktheid blijft erkennen. Bij de aangifte moet jouw arts een einddatum vermelden. Maar het is uiteindelijk de arts van het ziekenfonds die beslist.
Er zijn verschillende situaties mogelijk. De arts van het ziekenfonds:
- Aanvaardt de begin- en de einddatum opgegeven door jouw arts.
- Aanvaardt de begindatum, maar hij wil jou eerst onderzoeken voordat hij de einddatum bepaalt. Je wordt dan opgeroepen voor een onderzoek. Op basis van dat onderzoek kan de arts de einddatum vervroegen.
De uiteindelijke beslissing, ontvang je altijd met de post. Omdat beslissingen altijd een einddatum hebben, moet je op tijd een nieuwe aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen wanneer je niet genezen bent. Ga je voor een verlenging naar je huisarts, dan zal hij de aanvraag elektronisch doen. Ga je voor de verlenging naar een andere arts, dan moet je zelf een nieuwe papieren aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen.
Wanneer je een langere tijd arbeidsongeschikt bent, zal de arts jouw dossier verder opvolgen. Hij zal op geregelde tijdstippen controleren of je arbeidsongeschikt blijft, bijvoorbeeld door je uit te nodigen voor een medisch onderzoek.
Je kunt niet alleen uitgenodigd worden voor een medisch onderzoek. Ook een terug-naar-werk-coördinator kan jou uitnodigen. De terug-naar-werk-coördinator zoekt samen met jou naar mogelijkheden om opnieuw aan de slag te gaan. Hij kan bijvoorbeeld een opleiding voorstellen, zodat je in de toekomst ander werk kunt doen. Werk je niet mee, dan zijn sancties mogelijk.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Onmiddellijk een uitkering als je ziek bent als zelfstandige
Als je als zelfstandigen ziek wordt, dan kreeg je vroeger pas vanaf de 15e dag ziekte een uitkering van je ziekenfonds. Maar vandaag heb je vanaf de 1e dag recht op uitkeringen, op voorwaarde dat je minstens 8 dagen ziek bent.
Een voorbeeld
Jan en Sandra baten samen een zaak uit. Op 15 juli worden ze allebei geveld met een stevige griep. Sandra geneest snel en kan 5 dagen later opnieuw aan de slag. Bij Jan zijn er complicaties, waardoor hij in totaal drie weken arbeidsongeschikt is. Jan zal 3 weken lang recht hebben op een uitkering. Maar Sandra zal geen uitkering ontvangen omdat ze maar 5 dagen ziek is, minder dan de 8 die nodig.
Wat moet je doen wanneer je als zelfstandige arbeidsongeschikt wordt?
Heb je een ongeval of word je ziek, en zal je waarschijnlijk langer dan zeven dagen arbeidsongeschikt zijn, dan ga je best op de zo snel mogelijk naar je arts.
Ben je langer dan 14 dagen ziek en ga je naar een huisarts, dan zal hij in jouw naam een elektronisch aangifte van de arbeidsongeschiktheid doen. Ben je minder lang ziek of ga je niet naar een huisarts maar naar een specialist, dan vraag je hem om het ‘getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’ in te vullen. Een gewoon ziektebriefje volstaat nooit.
Bezorg het getuigschrift binnen de zeven dagen aan je ziekenfonds. Schrijf op de enveloppe "aangifte arbeidsongeschiktheid". En stuur hem met een gewone brief op of geef het tegen een ontvangstbewijs af. Steek je aangifte nooit zomaar in de brievenbus van je ziekenfonds. Bij sommige ziekenfondsen kun je de aangifte ook online indienen.
Meer details over jouw rechten en alle formaliteiten lees je in dit artikel over arbeidsongeschiktheid.
Je ontvangt alleen een uitkering wanneer je zelf elke zelfstandige activiteit stopt. Maar dit betekent niet dat je je zaak moet sluiten. Je zakenpartner, familie of medewerkers mogen je zaak in jouw naam verder uitbaten tijdens je arbeidsongeschiktheid. Hou er wel rekening mee dat dit gevolgen kan hebben voor de gelijkstelling wegens ziekte, dat is een vrijstelling van sociale bijdragen.
Ben je gedeeltelijk genezen, maar nog altijd arbeidsongeschikt, dan kun je een aanvraag indienen om deeltijds het werk te hervatten. Breek je bijvoorbeeld een been, dan zal je de 1e dag zeker moeten stoppen met werken. Maar je zal na enkele dagen sommige taken opnieuw kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld de administratie.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Moet je bij ziekte sociale bijdragen betalen?
Je moet geen sociale bijdragen meer betalen op voorwaarde dat je een gelijkstelling wegens ziekte krijgt. Een gelijkstelling vraag je aan bij je sociaal verzekeringsfonds. Het betekent dat je zonder bijdragebetaling verder sociale rechten opbouwt, zoals pensioenrechten.
Om recht te hebben op de gelijkstelling moet je:
- Ziekte-uitkeringen ontvangen van je ziekenfonds.
- Extra bewijs leveren van de stopzetting van je activiteiten.
- En voldoende lang ziek zijn.
Het bewijs van de stopzetting is anders in een eenmanszaak dan in een vennootschap. Er zijn 5 mogelijke situaties, die we één voor één uitleggen:
- Eigenaar van een eenmanszaak
- Meewerkende echtgenoot
- Helper in een eenmanszaak
- Bestuurder of zaakvoerder
- Werkende vennoot
Sociale bijdragen worden per kwartaal berekend. Daarom wordt een kwartaal in principe alleen gelijkgesteld wanneer je een gans kwartaal niet kon werken.
Maar er bestaat een regeling waardoor je soms al na 1 maand een gelijkstelling krijgt. Wie in de eerste maand van een kwartaal (januari, april, juli of oktober) arbeidsongeschikt wordt kan onmiddellijk een gelijkstelling krijgen, op voorwaarde dat je ten vroegste in de derde maand (maart, juni, september of december) genezen bent. Wordt je in de tweede of derde maand van een kwartaal ziek, dan zal de gelijkstelling ten vroegste beginnen in het volgende kwartaal op voorwaarde dat je ziek blijft tot de derde maand van dat volgende kwartaal.
Dit betekent concreet dat als je 'op het juiste moment' ziek bent, je na 1 maand ziekte recht kunt hebben op een gelijkstelling. Heb je pech, dan moet je minstens 4 maanden ziek zijn. Vraag jouw sociaal verzekeringsfonds om advies bij jouw situatie.
Je bent de eigenaar van een eenmanszaak
Voor de uitkering volstaat het dat je zelf stopt met werken. Jouw personeel, je meewerkende echtgenoot of een helper mogen de onderneming in jouw naam verder zetten. Op die manier kun je verder inkomsten verwerven, zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkeringen.
Voor de gelijkstelling is dit anders. Voor de gelijkstelling mag je helemaal geen inkomsten meer hebben. Daarom moet je bewijzen dat jouw onderneming volledig gestopt is.
Je kunt de stopzetting op 2 manieren bewijzen:
- Met BTW-aangiftes: nihil-aangiftes (nulaangiftes) bewijzen dat er geen transacties meer zijn. Je mag wel nog facturen uitschrijven voor in het verleden geleverde prestaties.
- Door bij een ondernemingsloket jouw ondernemingsnummer te schrappen. Dit is een officiële stopzetting.
Je kunt jouw eenmanszaak ook aan iemand anders overlaten, bijvoorbeeld aan jouw partner. Jouw partner kan de zaak dan in eigen naam verder zetten, waardoor jij recht hebt op de gelijkstelling terwijl de eenmanszaak blijft bestaan. Want als jij geen eigenaar meer bent, zijn het ook jouw inkomsten niet meer.
Contacteer een ondernemingsloket om jouw eenmanszaak over te laten.
Je bent meewerkende echtgenoot
Het volstaat dat jouw partner op papier bevestigt dat je gestopt bent met werken.
Je bent helper in een eenmanszaak
Sinds 1 juli 2024 bestaat er een register van werkende vennoten en helpers. Voor de bouwsector en de schoonmaaksector is het register verplicht, in andere sectoren is het gebruik ervan vrijwillig.
Sta jij in het register van werkende vennoten en helpers, dan vraag je aan de eigenaar van de onderneming om jouw registratie als helper te beëindigen.
Sta je niet in het register en werk je niet in de bouwsector of de schoonmaaksector, dan volstaat het dat de eigenaar van de eenmanszaak op papier bevestigt dat je gestopt bent met werken.
Sta je niet in het register, maar werk je in de bouwsector of de schoonmaaksector, dan moet de eigenaar van de eenmanszaak jou eerst in het register registreren en meteen weer schrappen.
Wijzigingen aan het register zijn gratis en moeten altijd via MyEnterprise gebeuren.
Je bent bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap
Vennootschapsbestuurders kunnen de stopzetting alleen bewijzen door ontslag te nemen of door hun mandaat onbezoldigd te maken.
In een eenpersoonsvennootschap moet je de stopzetting in principe bewijzen met nihil BTW-aangiftes. Op die manier bewijs je dat er geen activiteiten meer zijn in de vennootschap. Je mag wel nog facturen uitschrijven voor prestaties uit het verleden. Wanneer er personeel is en je het mandaat onbezoldigd uitoefent, wordt soms aanvaard dat het personeel de eenpersoonsvennootschap verder uitbaat. Maar dat wordt geval per geval onderzocht. Contacteer jouw sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie en bijstand.
Een onbezoldigd mandaat betekent dat je geen enkele commerciële, technische, boekhoudkundige of andere activiteit meer uitoefent. Daarnaast moet het bestuur van de vennootschap of de algemene vergadering beslissen om geen bezoldiging meer toe te kennen. Je mag ook geen bedrijfswagen meer hebben en geen enkel ander voordeel alle aard meer genieten.
Let op, wil je na je genezing opnieuw (deeltijds) beginnen werken, dan moet het bestuur of de algemene vergadering eerst beslissen om opnieuw een bezoldiging toe te kennen. Gebeurt dat niet, dan wordt verondersteld dat je voor de ganse duur van het mandaat een bezoldiging ontving.
Je bent werkend vennoot in een vennootschap
Voor werkende vennoten gelden dezelfde regels als voor helpers.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 04/08/2025
Moederschapsrust voor zelfstandigen
Als zelfstandige moeder heb je tijdens de moederschapsrust recht op uitkeringen. Je kunt kiezen uit 4 opties:
- Ofwel neem je minstens 3 weken en maximum 12 weken moederschapsrust. Dan ontvang je bijkomend 105 gratis dienstencheques (de moederschapshulp).
- Ofwel kies je voor een langere moederschapsrust van:
- 13 weken met 70 gratis dienstencheques
- 14 weken met 35 gratis dienstencheques
- 15 weken zonder dienstencheques
Ben je van een meerling bevallen, dan heb je altijd recht op een extra week moederschapsrust. Afhankelijk van het aantal dienstencheques heb je dan recht op 13 tot 16 weken moederschapsrust (met 105 tot 0 dienstencheques).
De uitkeringen moet je aanvragen bij je ziekenfonds. De dienstencheques moet je aanvragen bij je sociaal verzekeringsfonds. Je ontvangt normaal gezien automatisch een bericht van je sociaal verzekeringsfonds, maar je moet daar niet op wachten.
Belangrijk: je moet altijd aan je sociaal verzekeringsfonds laten weten hoeveel dienstencheques je wilt: 35, 70 of 105 dienstencheques. Je ontvangt dan een attest waarmee je bij het ziekenfonds de extra weken moederschapsrust kunt aanvragen. Doe je dit niet, dan ontvang je 12 weken moederschapsrust zonder dienstencheques!
Je mag de moederschapsrust zeer flexibel opnemen:
- Je bent verplicht 3 weken voltijdse moederschapsrust te nemen vanaf de week voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Dus één week voor de bevalling en de twee weken erna.
- De resterende 9 weken tot 12 weken (met 105, 70, 35 of 0 dienstencheques) mag je vrij spreiden over een periode van 48 weken na de bevalling. Je mag de moederschapsrust ook deeltijds opnemen, dan heb je tijdens die 48 weken recht op 18 weken tot 24 weken halftijdse moederschapsrust. Daarnaast mag je binnen die periode van 48 weken ook continu wisselen tussen halftijdse en voltijdse moederschapsrust, onderbroken door weken waarin je voltijds werkt.
- Tenslotte mag je 1 van de 9 weken tot 12 weken ook voltijds opnemen tijdens de 2e week voor de vermoedelijke bevallingsdatum.
Het bedrag van de uitkering is tijdens de 1e 4 weken wat hoger dan tijdens de volgende weken. En voor weken waarin je de moederschapsrust deeltijds opneemt, wordt het weekbedrag gehalveerd. Een overzicht:
Brutobedrag van de moederschapsuitkeringen (index maart 2026)
| Voltijdse uitkeringen | Halftijdse uitkeringen | |
|---|---|---|
| 1e 4 weken | 908,11 euro per week | 454,05 euro per week |
| vanaf de 5e week | 830,59 euro per week | 415,30 euro per week |
Op de uitkeringen ben je belastingen verschuldigd, hou ermee rekening dat het ziekenfonds maar 11,11% bedrijfsvoorheffing inhoudt.
Dienstencheques kosten in Vlaanderen 10 euro per stuk voor de 1e 400 en 11 euro per stuk vanaf de 401e dienstencheque. In Brussel kosten dienstencheques 11,40 euro per stuk voor de 1e 300 dienstencheques en 14 euro per stuk vanaf de 301e dienstencheque. Koppels hebben in Vlaanderen recht op 800 cheques aan 10 euro per stuk, in Brussel hebben koppels recht op 600 dienstencheques aan 11,40 euro per stuk.
Tijdens de dagen waarop je moederschapsrust opneemt, mag je niet werken. Jouw onderneming mag uiteraard blijven draaien en inkomsten verwerven (die inkomsten hebben geen impact op jouw uitkering), maar jij mag zelf niet werken. Dat wil zeggen dat je ook geen administratie mag doen, geen bestellingen registreren, geen pakjes klaarmaken voor verzending, geen mails beantwoorden, enzovoort. Er zijn uitzonderingen mogelijk voor noodzakelijke taken zoals bijvoorbeeld het doorgeven van de lonen van je personeel of het indienen van een belastingaangifte. De flexibele opname van de moederschapsrust zoals hierboven beschreven, is bedoeld om het mogelijk te maken om toch (deeltijds) te werken tijdens deze periode indien je dat zou willen.
Meer informatie over jouw rechten bij het opnemen van moederschapsrust vind je op de website van Liantis.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Heb je als zelfstandige papa recht op vaderschapsverlof?
Bij de geboorte van een kind, heb je als zelfstandige vader of meeouder recht op 20 dagen geboorteverlof met een uitkering. Je moet het verlof opnemen binnen de 4 maanden na de geboorte. Daarnaast moet je moet zelfstandige in hoofdberoep zijn of meewerkende echtgenoot en moet je de sociale bijdragen betaald hebben.
Om recht te hebben op het geboorteverlof, moet je de wettelijke afstamming van het kind bewijzen. Binnen een huwelijk en bij wettelijke samenwoonst is er geen probleem, je wordt dan automatisch als vader of meeouder beschouwd. Maar wanneer je feitelijk samenwoont, heb je alleen recht op de uitkeringen wanneer je al minstens 3 jaar samenwoont of wanneer je het kind officieel erkent. Woon je niet samen, dan moet je het kind erkend hebben.
Welke uitkeringen ontvang je tijdens het geboorteverlof?
Je kunt kiezen uit 3 verschillende systemen:
- Je neemt 20 volledige dagen vaderschapsverlof op, binnen de 4 maanden na de geboorte.
- Je neemt 40 halve dagen vaderschapsverlof op, binnen de 4 maanden na de geboorte.
- Of je kiest voor 15 gratis dienstencheques als vaderschapshulp, in combinatie met 8 dagen vaderschapsverlof op te nemen binnen de 4 maanden na de geboorte.
De uitkering bedraagt 105,60 euro (index maart 2026) bruto per volledige dag geboorteverlof. Neem je halve dagen geboorteverlof op, dan heb je voor elke halve dag recht op 52,80 euro (index maart 2026).
Hoe vraag je het geboorteverlof aan?
Je vraagt het geboorteverlof aan bij je sociaal verzekeringsfonds. Daarvoor heb je tijd tot de laatste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal van de geboorte. Je moet een kopie van het geboorteattest van het kind bij de aanvraag voegen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Ondersteuning voor zelfstandige mantelzorgers
Je hebt recht op een uitkering wanneer je jouw zelfstandige activiteiten gedeeltelijk of volledig onderbreekt om zorg te verlenen aan een gehandicapt kind of een ernstig ziek familielid. Verminder je jouw activiteiten met minstens de helft, dan heb je recht op een uitkering van 835,51 euro (index maart 2026) bruto per maand. Bij een volledige onderbreking krijg je 1.671,01 euro (index maart 2026) bruto per maand. En voor elke 3 opeenvolgende maanden van volledige onderbreking heb je recht op een kwartaal vrijstelling van bijdragen.
Zelfstandigen in bijberoep die voldoende hoge sociale bijdragen betalen moeten elke beroepsactiviteit volledig onderbreken. Dit betekent dat je helemaal niet meer mag werken, ook niet als werknemer. En ontvang je van de RVA een uitkering voor tijdskrediet of loopbaanonderbreking, dan heb je geen recht op een uitkering mantelzorg als zelfstandige.
Aan welke criteria moet jij voldoen?
Je moet jouw zelfstandige activiteiten minstens een maand lang met minstens de helft verminderen. Hoe je de activiteiten vermindert beslis je zelf.
Tijdens je loopbaan heb je recht op maximum 12 maanden uitkeringen. Dit maximum geldt altijd, ook wanneer je een lagere uitkering ontvangt omdat je je activiteiten niet volledig onderbrak.
Als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot moet je de sociale bijdragen betaald hebben voor de 2 kwartalen voorafgaand aan de start van de mantelzorg. Tijdens de mantelzorg moet je ook aangesloten blijven als zelfstandige. Je mag jouw onderneming dus niet definitief stop zetten of ontslag nemen als bestuurder, want dan verlies je het recht op uitkeringen.
Ook als zelfstandige in bijberoep moet je de sociale bijdragen betaald hebben tijdens de 2 kwartalen voorafgaand aan de onderbreking. Maar dit moet minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep zijn. Bovendien moet ook tijdens de mantelzorg steeds de minimumbijdrage in hoofdberoep blijven betalen.
Aan wie mag je zorg verlenen?
Je hebt recht op een uitkering wanneer je zorg verleent aan:
- Je ernstig zieke echtgenoot, wettelijk samenwonende partner of feitelijk samenwonende partner.
- Een ernstig zieke ouder, grootouder, kind, kleinkind, broer of zus.
- Een ernstig zieke ouder, grootouder, kind, kleinkind, broer of zus van jouw partner.
- Of bijstand of zorg verleent aan je gehandicapt kind jonger dan 25 jaar
De arts van jouw echtgenoot, partner of familielid beslist of er sprake is van een ernstige ziekte. Hij beslist ook of er nood is aan verzorging of bijstand. Je zal daarom een medisch attest nodig hebben. Omdat dit medisch attest de juiste informatie moet bevatten, vraag je best het modelformulier op bij je sociaal verzekeringsfonds.
Hoe vraag je de uitkering aan?
Je vraagt de uitkeringen aan bij je sociaal verzekeringsfonds. De aanvraag moet ingediend worden voordat je je activiteiten vermindert of onderbreekt. Bij een laattijdige aanvraag kan jouw sociaal verzekeringsfonds maximum 1 maand terug gaan in de tijd.
Stuur de aanvraag met een aangetekende brief op of per e-mail. Vergeet het medisch attest niet, maar wanneer je geen tijd wilt verliezen kun je het achteraf met een gewone brief of per e-mail opsturen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Werkloosheidsuitkering als zelfstandige?
Als zelfstandige bouw je geen rechten op voor een werkloosheidsuitkering. Maar:
- Ben je als zelfstandige gedwongen om (tijdelijk) te stoppen met werken, dan heb je wel recht op het overbruggingsrecht.
- Werd je zelfstandige na een ontslag als werknemer, met recht op werkloosheidsuitkeringen? En stop je na maximum 15 jaar als zelfstandige? Dan heb je waarschijnlijk opnieuw recht op werkloosheidsuitkeringen.
Vraag altijd werkloosheidsuitkeringen aan, want je kunt ze combineren met het overbruggingsrecht. Het bedrag van de uitkering overbruggingsrecht wordt dan verminderd met het bedrag van je werkloosheidsuitkeringen.
Dit heeft 2 voordelen:
- Dankzij werkloosheidsuitkeringen bouw je pensioenrechten op. Want aan het overbruggingsrecht zijn geen pensioenrechten verbonden, ook al vraagt UNIZO dit al lang.
- Vanaf 2026 zullen werkloosheidsuitkeringen maximum 2 jaar lang uitbetaald worden. Daardoor kun je na afloop van het jaar overbruggingsrecht (het uitkeringsbedrag wordt verminderd met het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen) nog 1 jaar lang werkloosheidsuitkeringen ontvangen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Heb je recht op een uitkering bij een stopzetting of faillissement?
Je hebt als zelfstandige recht op een uitkering overbruggingsrecht van je sociaal verzekeringsfonds wanneer je gedwongen bent om tijdelijk of definitief te stoppen met werken. Ook wanneer jouw onderneming in economische moeilijkheden zit, heb je soms recht op een uitkering. Het overbruggingsrecht is dus een soort werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen, maar dan beperkt in de tijd en zonder verdere opbouw van pensioenrechten. Telkens je er beroep op doet eindigt het overbruggingsrecht na maximum 12 maanden. Soms is de duur korter.
Duurt je overbruggingsrecht lang genoeg, dan verkrijg je automatisch een vrijstelling van sociale bijdragen met behoud van een aantal sociale rechten. Deze sociale rechten zijn beperkt en in principe bouw je geen pensioenrechten op.
Ook bij korte onderbrekingen, van minstens 7 dagen, heb je recht op het overbruggingsrecht. Per week onderbreking ontvang je 25% van het volledige maandbedrag.
Via de links krijg je een antwoord op de volgende vragen:
- Wat wordt bedoeld met een gedwongen stopzetting of onderbreking?
- Wanneer heb je recht op een overbruggingsrecht bij een stopzetting om economische moeilijkheden?
- Wat zijn de algemene voorwaarden?
- Hoe lang kun je de uitkering ontvangen?
- Hoe hoog is de uitkering? kun je het overbruggingsrecht met andere uitkeringen cumuleren? En welke andere sociale rechten zijn eraan gekoppeld?
- Mag je het overbruggingsrecht combineren met een beroepsactiviteit?
- Hoe de aanvraag indienen?
- Welke pensioenrechten en andere sociale rechten bouw je op tijdens het overbruggingsrecht?
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 12/08/2026
Pensioenrechten van meewerkende echtgenoten
Meewerkende echtgenoten hebben dezelfde sociale rechten als alle andere zelfstandigen. Je bouwt rechten op voor het gewoon rustpensioen (als alleenstaande), het gezinspensioen, het overlevingspensioen, de overgangsuitkering en het echtscheidingspensioen. Dat pensioen kan aangevuld worden met de pensioenbonus of wanneer je vanaf 1 januari 2027 vervroegd op pensioen (voor de wettelijke pensioenleeftijd) verminderd worden door de toepassing van de pensioenmalus gaat zonder voldoende lang effectief gewerkt te hebben.
Maar daarbij gelden voor meewerkende echtgenoten enkele uitzonderingen:
- Een voordelige berekening van het pensioenbedrag
- Een minder strenge loopbaanvoorwaarde voor het recht op een minimumpensioen
- Een minder strenge loopbaanvoorwaarde om vanaf 1 januari 2027 een pensioenbonus te kunnen opbouwen
Voordelige berekening van het pensioenbedrag
Normaal wordt jouw pensioen berekend op basis van de inkomsten waarop je sociale bijdragen betaalde. Maar ook al bedraagt de minimumbijdrage die je als meewerkende echtgenoten verschuldigd bent ongeveer de helft van de minimumbijdrage in hoofdberoep (berekend op een inkomen van 7.632,44 euro (2026) in plaats van 17.374,08 euro (2026)), toch bouw je dezelfde pensioenrechten op als een zelfstandige in hoofdberoep. Je pensioenbedrag wordt daarom altijd berekend op basis van een minimuminkomen van 17.374,08 euro.
Minder strenge voorwaarde voor het minimumpensioen
Om recht te hebben op een minimumpensioen moet je in principe minstens 30 jaar lang pensioenrechten opgebouwd hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom geldt voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan 30 jaar geraken een minder strenge regel.
De minder strenge regel geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1968
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, dan heb je recht op een minimumpensioen op voorwaarde dat:
- Het aantal kwartalen waarvoor je vanaf 1 januari 2003 pensioenrechten opbouwde als meewerkende echtgenote, zelfstandige of werknemer
- Moet minstens gelijk zijn aan 2/3e van het aantal kalenderkwartalen tussen 1 januari 2003 en het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin je effectief op pensioen gaat.
Waarom moet je tijdens de referentieperiode vanaf 2003 aan 2/3e pensioenopbouw geraken? Omdat de normale loopbaanvoorwaarde van 30 jaar gelijk is aan 2/3e van een volledige loopbaan van 45 jaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1966, wil je op 1 januari 2034 op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaan en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op een minimumpensioen. Want je zal in dit geval tegen 2034 28,5 jaar (114 kwartalen) pensioenrechten hebben opgebouwd. Dat is meer dan 2/3e van de 31 jaar (124 kwartalen).
Minder strenge voorwaarde om een pensioenbonus op te bouwen
Om een pensioenbonus te kunnen opbouwen moet je na de wettelijke pensioenleeftijd verder werken zonder op pensioen te gaan, moet je volgens de normale regels 35 jaar lang minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben en moet je volgens de normale regels in totaal minstens 90 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom gelden voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan de normale 35 jaar en 90 kwartalen bijdragebetaling geraken minder strenge loopbaanvoorwaarden.
De minder strenge regeling geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1973
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, kun je als meewerkende echtgenote een pensioenbonus opbouwen op voorwaarde dat je:
- Na de wettelijke pensioenleeftijd verder werkt zonder pensioen
- Gedurende minstens 35/45e van het aantal jaren in de periode van 1 januari 2003 tot aan je wettelijke pensioenleeftijd telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of als zelfstandige, of waarin je effectief werkte als werknemer of ambtenaar
- En je voor minstens de helft van de kwartalen gelegen tussen 1 januari 2003 en de maand waarin je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of zelfstandige, of dat je effectief werkte als werknemer of ambtenaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1971, wil je vanaf 1 januari 2039 wanneer je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebt verder werken zonder pensioen en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op de pensioenbonus. Want je zal in dit geval tegen 2039:
- 34 jaar lang telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan 35/45e van de 36 jaar (28 jaar) tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038
- En gedurende 134 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan de helft van de 144 kwartalen tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Begeleiding rond mentaal welzijn en burn-outpreventie
Je kunt bij je sociale verzekeringsfonds terecht voor begeleiding rond mentaal welzijn op het werk. Deze dienstverlening focust in de eerste plaats op burn-outpreventie.
Naast de berekening van de sociale bijdragen en de uitbetaling van sommige uitkeringen, zijn sociale verzekeringsfondsen ook verplicht om zelfstandigen via promotiecampagnes te wijzen op het belang van mentaal welzijn. Heb je concrete vragen, dan moet jouw sociaal verzekeringsfonds jou minstens doorverwijzen naar gespecialiseerde dienstverlening.
Een aantal sociale verzekeringsfondsen gaan een stap verder. Ze bieden gratis begeleiding aan waarmee ze een inschatting maken van jouw risico op een burn-out.
Tot slot, wanneer uit de eerste inschatting blijkt dat je een reëel risico loopt op een burn-out, kun je bij enkele sociale verzekeringsfondsen ook terecht voor een eerste gratis gesprek met een psycholoog. Let op, het is niet omdat jouw sociaal verzekeringsfonds een inschatting aanbiedt van het risico op een burn-out, dat je automatisch recht hebt op een gesprek met een psycholoog:
- Ten eerste biedt niet elk sociaal verzekeringsfonds met een inschatting op het burn-outrisico een gratis gesprek aan.
- Ten tweede kan een sociaal verzekeringsfonds beslissen om een eerste gesprek enkel aan te bieden aan zelfstandigen die een risico lopen op burn-out of die de eerste symptomen van een burn-out vertonen.
Liantis, de UNIZO-partner biedt een uitgebreide dienstverlening rond mentaal welzijn aan. Liantis biedt praktische tips aan, via de welzijnsbarometer kun je snel jouw risico checken en je kunt steeds een persoonlijk gesprek aanvragen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 14/08/2026