Meewerkende echtgenoten hebben dezelfde sociale rechten als alle andere zelfstandigen. Je bouwt rechten op voor het gewoon rustpensioen (als alleenstaande), het gezinspensioen, het overlevingspensioen, de overgangsuitkering en het echtscheidingspensioen. Dat pensioen kan aangevuld worden met de pensioenbonus of wanneer je vanaf 1 januari 2027 vervroegd op pensioen (voor de wettelijke pensioenleeftijd) verminderd worden door de toepassing van de pensioenmalus gaat zonder voldoende lang effectief gewerkt te hebben.
Maar daarbij gelden voor meewerkende echtgenoten enkele uitzonderingen:
Voordelige berekening van het pensioenbedrag
Normaal wordt jouw pensioen berekend op basis van de inkomsten waarop je sociale bijdragen betaalde. Maar ook al bedraagt de minimumbijdrage die je als meewerkende echtgenoten verschuldigd bent ongeveer de helft van de minimumbijdrage in hoofdberoep (berekend op een inkomen van 7.632,44 euro (2026) in plaats van 17.374,08 euro (2026)), toch bouw je dezelfde pensioenrechten op als een zelfstandige in hoofdberoep. Je pensioenbedrag wordt daarom altijd berekend op basis van een minimuminkomen van 17.374,08 euro.
Minder strenge voorwaarde voor het minimumpensioen
Om recht te hebben op een minimumpensioen moet je in principe minstens 30 jaar lang pensioenrechten opgebouwd hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom geldt voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan 30 jaar geraken een minder strenge regel.
De minder strenge regel geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1968
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, dan heb je recht op een minimumpensioen op voorwaarde dat:
- Het aantal kwartalen waarvoor je vanaf 1 januari 2003 pensioenrechten opbouwde als meewerkende echtgenote, zelfstandige of werknemer
- Moet minstens gelijk zijn aan 2/3e van het aantal kalenderkwartalen tussen 1 januari 2003 en het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin je effectief op pensioen gaat.
Waarom moet je tijdens de referentieperiode vanaf 2003 aan 2/3e pensioenopbouw geraken? Omdat de normale loopbaanvoorwaarde van 30 jaar gelijk is aan 2/3e van een volledige loopbaan van 45 jaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1966, wil je op 1 januari 2034 op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaan en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op een minimumpensioen. Want je zal in dit geval tegen 2034 28,5 jaar (114 kwartalen) pensioenrechten hebben opgebouwd. Dat is meer dan 2/3e van de 31 jaar (124 kwartalen).
Minder strenge voorwaarde om een pensioenbonus op te bouwen
Om een pensioenbonus te kunnen opbouwen moet je na de wettelijke pensioenleeftijd verder werken zonder op pensioen te gaan, moet je volgens de normale regels 35 jaar lang minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben en moet je volgens de normale regels in totaal minstens 90 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom gelden voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan de normale 35 jaar en 90 kwartalen bijdragebetaling geraken minder strenge loopbaanvoorwaarden.
De minder strenge regeling geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1973
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, kun je als meewerkende echtgenote een pensioenbonus opbouwen op voorwaarde dat je:
- Na de wettelijke pensioenleeftijd verder werkt zonder pensioen
- Gedurende minstens 35/45e van het aantal jaren in de periode van 1 januari 2003 tot aan je wettelijke pensioenleeftijd telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of als zelfstandige, of waarin je effectief werkte als werknemer of ambtenaar
- En je voor minstens de helft van de kwartalen gelegen tussen 1 januari 2003 en de maand waarin je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of zelfstandige, of dat je effectief werkte als werknemer of ambtenaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1971, wil je vanaf 1 januari 2039 wanneer je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebt verder werken zonder pensioen en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op de pensioenbonus. Want je zal in dit geval tegen 2039:
- 34 jaar lang telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan 35/45e van de 36 jaar (28 jaar) tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038
- En gedurende 134 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan de helft van de 144 kwartalen tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038