Hoofdberoep of bijberoep?
In dit artikel kom je alles te weten over het verschil tussen zelfstandige in hoofdberoep en zelfstandige in bijberoep. En wat zijn je rechten als je van het ene stelsel overschakelt naar het andere?
Informatie
- Verschil hoofdberoep en bijberoep
- Voorwaarden voor bijberoep
- Bijdragen bijberoep
- Sociale rechten bijberoep
- Overstap bijberoep naar hoofdberoep
- Gelijkstelling bijberoep
- Recht op vakantie bij overschakelen naar bijberoep?
- Vakantie bij overschakelen naar hoofdberoep
- Wie kan (niet) aansluiten in bijberoep?
- Werkloosheidsuitkeringen als zelfstandige in bijberoep
- Student-zelfstandige
- Bijverdienen als zelfstandige op pensioen
Verschil tussen zelfstandige in hoofdberoep en bijberoep
Als zelfstandige in bijberoep betaal je minder sociale bijdragen dan in hoofdberoep, daarom heb je meestal geen recht op uitkeringen als zelfstandige. Om als zelfstandige in bijberoep beschouwd te worden moet je minstens halftijds werken als werknemer of ambtenaar. Soms kun je een bijberoep ook met sociale uitkeringen combineren, maar daarvoor gelden strenge voorwaarden. Ben je met pensioen en heb je een bijverdienste als zelfstandige, dan heb je een ander statuut als gepensioneerde. Maar er is een uitzondering voor gepensioneerde ambtenaren die de wettelijke pensioenleeftijd nog niet bereikten, dan wordt je toch als zelfstandige in bijberoep beschouwd in plaats van als gepensioneerde.
In een ander artikel leggen we de concrete voorwaarden voor bijberoep uit. Want je moet voldoende uren werken om als zelfstandige in bijberoep beschouwd te worden. De tijd die je aan je zelfstandige activiteit besteedt en hoeveel je als zelfstandige verdient, spelen geen enkele rol. Je mag met je bijberoep meer verdienen dan in je andere job.
Ben je zelfstandige in bijberoep, dan zijn er 2 gevolgen:
- Je betaalt lagere sociale bijdragen dan een zelfstandige in hoofdberoep, zolang je minder verdient dan 17.374,08 euro (2026) per jaar.
- In principe bouw je in bijberoep geen sociale rechten op als zelfstandige, behalve wanneer je evenveel sociale bijdragen betaalt als een hoofdberoeper. Je hebt dan recht op een pensioen en enkele uitkeringen uit je bijberoep.
Voldoe je niet aan de voorwaarden om zelfstandige in bijberoep te zijn, dan ben je zelfstandige in hoofdberoep. Maar je kunt ook zelfstandige in hoofdberoep zijn met de gelijkstelling met bijberoep. Hou er dan wel rekening mee dat je met de gelijkstelling met bijberoep helemaal geen sociale rechten opbouwt. Je zult later geen pensioen ontvangen. En word je ziek of ga je failliet dan dan heb je in tegenstelling tot gewone zelfstandigen in hoofdberoep geen recht op een uitkering.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Wanneer ben je zelfstandige in bijberoep?
Je bent zelfstandige in bijberoep, op voorwaarde dat je minstens halftijds werkt als werknemer of ambtenaar. Er gelden daarbij andere regels voor leerkrachten dan voor gewone werknemers en ambtenaren. Voor wie een uitkering ontvangt zijn de voorwaarden streng.
Gepensioneerde zelfstandigen en werknemers met een zelfstandige bijverdienste hebben een apart statuut en zijn dus geen zelfstandigen in bijberoep. Ook gepensioneerde ambtenaren die de wettelijke pensioenleeftijd bereikten vallen onder dit statuut voor gepensioneerden.
Ben je gepensioneerd ambtenaar, maar heb je de wettelijke pensionleeftijd nog niet bereikt, dan ben je zelfstandige in bijberoep op voorwaarde dat jouw pensioen minstens 1.922,16 euro per maand bedraagt.
Bijberoep als werknemer of ambtenaar
Om als werknemer of ambtenaar als zelfstandige in bijberoep beschouwd te worden, moet je 2 voorwaarden vervullen:
- Je moet minstens een halftijdse arbeidsovereenkomst hebben. Dit betekent dat wanneer een voltijdse collega 38 uur per week werkt, jouw gemiddelde arbeidstijd minstens aan 19 uur per week moet bedragen.
- Maar een halftijds contract volstaat niet. Werken jouw voltijdse collega's in een 38-urenweek, dan moet je elk kwartaal minstens 235 uur effectief werken. Vakantiedagen en alle andere dagen waarvoor je een loon ontvangt tellen ook mee. Ben je niet onbetaald afwezig, dan zal je met een halftijdse arbeidsovereenkomst automatisch deze voorwaarde vervullen.
Een voorbeeld: moet je volgens je arbeidsovereenkomst 2 dagen per week werken (40%), dan ben je zelfstandige in hoofdberoep. Want jouw contract is minder dan halftijds (50%). Overuren kunnen daar veranderen niets aan veranderen.
Werk je niet in een 38-uren week, dan pas je de regel van 3 toe. Wie bijvoorbeeld in een 36-urenweek werkt zal minstens 223 uur per kwartaal moeten presteren, want 235 / 38 x 36 is gelijk aan 222,63 uur.
Bijberoep als contractueel leerkracht
Voor contractuele leerkrachten gelden dezelfde regels als voor werknemers om zelfstandige in bijberoep te zijn. Maar er is een aandachtspunt: de uitgestelde bezoldiging tijdens de zomermaanden.
De uitgestelde bezoldiging wordt berekend op basis van jouw prestaties tijdens het voorafgaande schooljaar. Daarom geldt als vuistregel dat je tijdens de zomer zelfstandige in bijberoep blijft, op voorwaarde dat je het ganse schooljaar minstens halftijds werkte. Maar om helemaal zeker te zijn, raden we je aan om ook werkloosheidsuitkeringen aan te vragen.
Bijberoep als vast benoemde leerkracht
Werk je als een vast benoemde of statutaire leerkracht, dan gelden er strengere regels om zelfstandige in bijberoep te zijn:
- Je moet minstens 60% van een volledig uurrooster presteren.
- Met in elk kwartaal minstens 282 uur prestaties (berekend in een 38-uren week).
Werk je niet in een 38-uren week, pas dan de regel van 3 toe. Wie bijvoorbeeld in een 36-urenweek werkt zal minstens 268 uur per kwartaal moeten presteren, want 282 / 38 x 36 is gelijk aan 267,16 uur.
Werk je minstens 50%, maar minder dan 60%, dan ben je zelfstandige in hoofdberoep. Maar je kunt dan wel de gelijkstelling met bijberoep aanvragen.
Bijberoep met uitkeringen
Bij de meeste uitkeringen geldt dat je de uitkering verliest wanneer je een nieuwe activiteit als zelfstandige start. Een bestaand bijberoep voortzetten met behoud van de uitkeringen mag soms wel. Maar vraag wel eerst toestemming. Voor meer informatie contacteer je de instelling die de uitkering uitbetaalt.
Bij ziekte of werkloosheid mag je vaak wel een zelfstandige activiteit in bijberoep opstarten. Ook hier geldt dat je altijd eerst toestemming aanvraagt:
- Ziekte-uitkeringen: ben je arbeidsongeschikt en wil je als zelfstandige starten in plaats van opnieuw als werknemer aan de slag te gaan, contacteer dan je ziekenfonds. De kans bestaat dat je toestemming krijgt om een zelfstandige activiteit op te starten met behoud van een deel van je uitkeringen. Zolang je uitkeringen ontvangt, zul je als zelfstandige in bijberoep beschouwd worden.
- Werkloosheid: wie werkloos is kan tot één jaar lang een zelfstandige activiteit uitproberen dankzij de 'springplank naar een zelfstandige activiteit'. Tijdens dat jaar behoud je de uitkeringen, op voorwaarde dat je niet te veel verdient. Na een jaar moet je beslissen of je zelfstandige in hoofdberoep wordt of stopt. De springplank eindigt automatisch zodra je geen recht meer hebt op werkloosheidsuitkeringen.
Om zelfstandige in bijberoep te zijn moet je als werknemer of ambtenaar minstens halftijds werken. Neem niet zomaar onbetaald verlof. Ben je contractueel leerkracht, vergeet dan niet om tijdens de zomer werkloosheidsuitkeringen aan te vragen. Voor vast benoemde leerkrachten zijn de regels wat strenger omdat je minstens 60% moet werken, maar je kunt wel de gelijkstelling met bijberoep aanvragen wanneer je minstens 50% werkt.
Geniet je een uitkering dan mag je niet zomaar een zelfstandige activiteit uitoefenen. Vraag altijd eerst toestemming bij de instelling die de uitkering uitbetaalt. Ben je arbeidsongeschikt of werkloos, dan zijn er mogelijkheden om een nieuwe zelfstandige activiteit in bijberoep te starten. In de meeste andere gevallen mag je geen nieuwe zelfstandige activiteit opstarten, maar mag je soms wel een bestaande activiteit voortzetten.
Bij ouderschapsverlof hoort een uitkering van de RVA. Die uitkering kan je maar in twee situaties combineren met het uitoefenen van een bijberoep:
- Je neemt voltijds ouderschapsverlof op. Het maakt hier niet uit hoe lang je je bijberoep al doet, de combinatie is toegelaten.
- Als je je bijberoep wilt combineren met de opname van deeltijds ouderschapsverlof (1/2, 1/5, 1/10) dan kan het enkel wanneer je al minstens gedurende 12 maanden zelfstandige in bijberoep bent.
Starten in bijberoep tijdens ouderschapsverlof kan enkel tijdens voltijds ouderschapsverlof. Meer informatie daarover en over combinaties met tijdskrediet en andere thematische verloven voor werknemers of ambtenaren vind je op de website van RVA.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Welke bijdragen betaal je als zelfstandige in bijberoep
Als zelfstandige in bijberoep betaal je net zoals zelfstandigen in hoofdberoep elk jaar 20,5% sociale bijdragen. Maar in bijberoep betaal je geen wettelijke minimumbijdrage. In bijberoep heb je zelfs recht op een vrijstelling van sociale bijdragen wanneer jouw zelfstandige inkomsten lager zijn dan 1.922,16 euro (2026).
De sociale bijdragen worden berekend op jouw netto belastbaar inkomen als zelfstandige. Dit zijn jouw bruto inkomsten na aftrek van de beroepskosten en de betaalde sociale bijdragen.
Zoals alle zelfstandigen betaal je sociale bijdragen op basis van de inkomsten van het jaar zelf. Maar omdat die inkomsten pas achteraf gekend zijn, betaal je eerst voorlopige sociale bijdragen. Deze voorlopige bijdragen worden berekend op basis van jouw geïndexeerde inkomen van 3 jaar voordien. Denk je dat je meer of minder gaat verdienen dan 3 jaar geleden, dan kun je de sociale bijdragen laten aanpassen.
Ben je starter, dan betaal je de 1e 3 jaar elk kwartaal een forfaitaire bijdrage van 98,51 euro (2026) aangevuld met een beheerskost. Ook deze voorlopige bijdrage kun je laten aanpassen.
Omdat je minder sociale bijdragen betaalt dan zelfstandigen in hoofdberoep, bouw je met een bijberoep geen sociale rechten op. Maar er is een uitzondering. Verdien je minstens 17.374,08 euro (2026) per jaar, dan betaal je evenveel bijdragen als zelfstandigen in hoofdberoep. In dat geval bouw je toch sociale rechten op in je bijberoep.
Op de website van Liantis kun je zelf de sociale bijdragen berekenen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Welke sociale rechten heb je als zelfstandige in bijberoep?
In bijberoep bouw je in principe geen sociale rechten op als zelfstandige, behalve wanneer je voldoende hoge sociale bijdragen betaalt. Je hebt natuurlijk wel recht op uitkeringen als werknemer of als ambtenaar.
Betaal je minstens de minimumbijdrage hoofdberoep, omdat je minstens 17.374,08 euro (2026) verdient, dan heb je als zelfstandige in bijberoep recht op:
- Volwaardige pensioenrechten als zelfstandige, ook het minimumpensioen.
- Bij ziekte: een aanvulling op je uitkering als werknemer, zodat je totale uitkering even hoog is als de uitkering voor hoofdberoepers. Jouw ziekenfonds kan uitleggen welke formaliteiten je moet vervullen.
- Bij moederschap: een aanvulling op je uitkering als werkneemster zodat je totale uitkering even hoog is als de uitkering voor zelfstandigen in hoofdberoep. Voor meer informatie over de uitkeringen kun je bij je ziekenfonds terecht. Omdat je als werkneemster verplicht bent om altijd 15 weken moederschapsrust te nemen, tijdens dewelke je helemaal niet mag werken, kun je er als zelfstandige in bijberoep niet voor kiezen om een deel van de moederschapsrust als zelfstandige om te zetten in gratis dienstencheques.
- Een uitkering als mantelzorger: een uitkering wanneer je elke beroepsactiviteit (zelfstandige en andere) volledig onderbreekt om een ernstig ziek familielid of een gehandicapt kind te verzorgen.
Je hebt als zelfstandige in bijberoep nooit recht op het overbruggingsrecht, vaderschaps- of geboorteverlof of rouwverlof.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026
Je maakt de overstap van bijberoep naar hoofdberoep: wat betekent dat voor je sociale bijdragen?
Je bent zelfstandige in bijberoep zolang je ook halftijds als werknemer of ambtenaar werkt. Geef je de andere job op, dan word je automatisch zelfstandige in hoofdberoep. Het belangrijkste gevolg is dat je waarschijnlijk hogere sociale bijdragen betaalt, maar ook sociale rechten opbouwt als zelfstandige.
Word je ontslagen, dan kun je het 1e jaar zelfstandige in bijberoep blijven door bij je aanvraag voor werkloosheidsuitkeringen de Springplank naar zelfstandige aan te vragen.
Sociale bijdragen en rechten als zelfstandige in hoofdberoep
Door zelfstandige in hoofdberoep te worden, zal je waarschijnlijk hogere sociale bijdragen moeten betalen. Want in hoofdberoep betaal je minstens de minimumbijdrage, berekend op een inkomen van 17.374,08 euro (2026). Maar was je tijdens de 20 kwartalen (5 jaar) voorafgaand aan de omschakeling naar hoofdberoep nooit zelfstandige in hoofdberoep en nooit meewerkende echtgenoot, dan ben je primostarter. Primostarters betalen de 1e 4 kwartalen (bij kunstwerkers de 1e 8 kwartalen) een lagere minimumbijdrage, op een inkomen van 8.972,07 euro (2026).
De wettelijke voorlopige sociale bijdragen zullen verder berekend worden op basis van de geïndexeerde inkomsten van 3 jaar voordien, rekening houdend met de minimumbijdrage in hoofdberoep of als primostarter. Verdien je in werkelijkheid meer dan het inkomen waarop de minimumbijdrage berekend wordt, dan geef je voor de berekening van de voorlopige bijdragen best een geschat inkomen door aan je sociaal verzekeringsfonds. Op die manier vermijd je dat je achteraf hoge regularisatiebijdragen moet betalen, berekend op basis van de werkelijke inkomsten.
In ruil voor de hogere sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep of primostarter, bouw je sociale rechten op. De belangrijkste zijn: pensioenrechten, uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid na ziekte of een ongeval, moederschaps- en vaderschapsuitkeringen, het overbruggingsrecht wanneer je gedwongen bent (tijdelijk) te stoppen (bv. na een brand of faillissement) en uitkeringen wanneer je mantelzorger wordt.
Het pensioen van een zelfstandige was vroeger 30% tot 50% lager dan het pensioen van een werknemer met een vergelijkbaar inkomen. Na een jarenlange strijd van UNIZO is deze grote ongelijkheid verleden tijd. Sinds 2021 bouwen zelfstandigen dezelfde pensioenrechten op als werknemers en zijn de minimumpensioenen gelijkgeschakeld.
Bij de andere uitkeringen, zoals bij ziekte, zijn de verschillen groter. Het grootste verschil zijn de forfaitaire uitkeringen. Elke zelfstandige ontvangt dezelfde uitkering, je inkomstenniveau maakt niets uit. Verder is de duur van overbruggingsrecht (een soort werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen) beperkt tot 12 maanden. En voor zelfstandigen bestaan er alleen verlofstelsels voor de moederschapsrust, het vaderschaps- of geboorteverlof, het mantelzorgverlof en het rouwverlof.
- Breng je sociaal verzekeringsfonds op de hoogte van je overstap naar zelfstandige in hoofdberoep.
- Verwittig ook je ziekenfonds en je kinderbijslagfonds .
- Overweeg een aanvullend pensioen en vul forfaitaire uitkeringen aan met aanvullende verzekeringen. Je kunt hiervoor bij Liantis Risk Solutions terecht. Lees ook onze snelwijzer over het aanvullend pensioen:
| Beluister de podcast |
|---|
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Wat betekent gelijkstelling bijberoep?
De gelijkstelling met bijberoep is een regeling waardoor zelfstandigen in hoofdberoep minder sociale bijdragen kunnen betalen. Alleen zelfstandigen die minder dan 9.101,26 euro (2026) netto per jaar verdienen kunnen de gelijkstelling met bijberoep aanvragen.
Omdat je minder sociale bijdragen betaalt, bouw je als zelfstandige in hoofdberoep met een gelijkstelling met bijberoep geen pensioenrechten of andere sociale rechten op.
Wat zijn de voorwaarden voor een gelijkstelling met bijberoep?
Ten eerste moet jouw netto belastbaar inkomen lager zijn dan 9.101,26 euro per jaar. Dit is jouw inkomen na aftrek van de beroepskosten en betaalde sociale bijdragen.
Daarnaast moet je aan één van de volgende drie voorwaarden voldoen:
- Ofwel ben je gehuwd met een werknemer of ambtenaar die werkt of een uitkering ontvangt. Wettelijk samenwonen volstaat niet.
- Ofwel ontvang je een overlevingspensioen of overgangsuitkering.
- Ofwel ben je een vast benoemde leerkracht met een tewerkstelling tussen de 50% en 60% van een voltijds uurrooster.
Wat is het voordeel van een gelijkstelling met bijberoep?
Het voordeel van de gelijkstelling met bijberoep is dat je geen minimumbijdrage in hoofdberoep moet betalen. Je bent zelfs vrijgesteld van sociale bijdragen wanneer je maximum 1.922,15 euro (2026) per jaar verdient. Heb je een hoger inkomen, dan betaal je 20,5% sociale bijdragen op je werkelijke inkomen.
Zodra je meer dan 9.101,25 euro (2026) per jaar verdient ben je een gewone zelfstandige in hoofdberoep. Je betaalt dan minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep. Wil je later, wanneer je terug minder verdient, opnieuw gebruik maken van de gelijkstelling met bijberoep? Dan moet je de gelijkstelling met bijberoep opnieuw aanvragen.
Wat is het nadeel van een gelijkstelling met bijberoep?
Het nadeel van de gelijkstelling met bijberoep is dat je geen sociale rechten opbouwt. Daardoor zal je bij ziekte geen recht hebben op uitkeringen en later ook niet op een eigen pensioen.
Want om als zelfstandige sociale rechten op te bouwen, moet je minstens de minimumbijdrage in hoofdberoep betalen.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Heb je recht op vakantie als je van zelfstandige in hoofdberoep overschakelt naar bijberoep?
Werkte je eerst als zelfstandige en word je werknemer, dan heb je in het jaar van de omschakeling geen recht op gewone vakantie. Bovendien zal het aantal vakantiedagen waarop je recht hebt in je 2e jaar als werknemer beperkt zijn. Maar er zijn alternatieven:
In het 1e jaar, waarin je werknemer wordt kun je aanvullende vakantie aanvragen
In het 2e jaar als werknemer, kun je de normale vakantiedagen aanvullen met aanvullende vakantie
Normale vakantie
Het aantal dagen gewone vakantie wordt altijd berekend op basis van je arbeidsprestaties als werknemer tijdens het voorafgaande jaar. Tijdens de normale vakantie betaalt je werkgever een enkel vakantiegeld (dit betekent dat hij je loon doorbetaalt) en je ontvangt ook een dubbel vakantiegeld (wordt meestal in de maand mei uitbetaald). Ook dit enkel en dubbel vakantiegeld worden berekend op basis van je arbeidsprestaties als werknemers tijdens het jaar voordien.
Daardoor heb je in het jaar waarin je werknemer wordt geen recht op gewone vakantie en geen recht op het enkel en dubbel vakantiegeld. In het daaropvolgende jaar zal je wel recht hebben op gewone vakantie, enkel vakantiegeld en dubbel vakantiegeld. Maar tenzij je op 1 januari in dienst trad zal je nog geen volledige vakantierechten opgebouwd hebben.
De basisregel is dus dat je in 2026 recht hebt op vakantie, op enkel vakantiegeld en op dubbel vakantiegeld in verhouding tot je arbeidsprestaties als werknemer in 2025. Op basis van je prestaties als zelfstandige heb je geen recht op vakantie als werknemer.
Aanvullende vakantie
Onder bepaalde voorwaarden, nadat je minstens 3 maanden in dienst bent als werknemer:
Heb je het 1e jaar jaar recht op de aanvullende vakantie
En kun je in 2e jaar je gewone vakantie aanvullen met aanvullende vakantie
Let op, je moet de aanvullende vakantie eerst bij je werkgever aanvragen. En het aantal dagen aanvullende vakantie waarop je recht hebt zal berekend worden in verhouding tot je arbeidsprestaties in de loop van het jaar zelf.
Tijdens de aanvullende vakantie zal je werkgever een aanvullend vakantiegeld uitbetalen in plaats van een enkel vakantiegeld. Het is een voorschot op het dubbele vakantiegeld dat je normaal het jaar nadien ontvangt. Dit betekent ook dat je voor de aanvullende vakantie geen recht hebt op een dubbel vakantiegeld. En het betekent ook dat de opname van een aanvullende vakantie betekent dat je het jaar nadien een lager dubbel vakantiegeld ontvangt.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Wat gebeurt met mijn vakantie als ik zelfstandige in hoofdberoep wordt?
Als zelfstandige kun je ook vakantie nemen, maar je kiest zelf hoe lang en je moet er zelf geld voor opzij zetten. Want je hebt natuurlijk geen werkgever meer die vakantiegeld uitbetaalt of die controleert hoeveel vakantie je opneemt.
Was je werknemer en kies je ervoor om voltijds zelfstandige in hoofdberoep te worden, dan kun je achteraf geen vakantie meer opnemen bij je vroegere werknemer. Maar dit betekent niet dat je zomaar je vakantiedagen of vakantiegeld kwijt bent. Je kunt resterende vakantiedagen voor het einde van de opzegperiode opnemen of ze laten uitbetalen, en je hebt recht op een vertrekvakantiegeld.
De niet opgenomen vakantiedagen
Heb je in het jaar waarin je arbeidsovereenkomst eindigt nog recht op vakantie, dan heb je verschillende keuzes:
- Je neemt de vakantiedagen op vóór het einde van je arbeidsovereenkomst, dus voor de opzegperiode eindigt. In dit geval wordt het enkel vakantiegeld gewoon uitbetaald. Het enkel vakantiegeld is het loon dat de werkgever tijdens je vakantie doorbetaalt
- Je neemt de vakantie niet op. Deze vakantiedagen zullen ter compensatie uitbetaald worden onder de vorm van een vertrekvakantiegeld
- Je kunt er ook voor kiezen om een deel van de vakantiedagen op te nemen en een ander deel te laten uitbetalen.
Daarnaast bouw je in het lopende jaar vakantierechten op voor het jaar nadien. Eindigt je arbeidsovereenkomst voordien, dan zal je die nooit meer kunnen opnemen. Daarom worden deze dagen automatisch uitbetaald onder de vorm van een vertrekvakantiegeld.
Dubbel vakantiegeld
Ben je in mei (of wanneer het vakantiegeld normaal wordt uitbetaald) nog in dienst bij je werkgever, dan zal je dubbel vakantiegeld gewoon uitbetaald worden. Eindigt je arbeidsovereenkomst vroeger, dan wordt het dubbel vakantiegeld onmiddellijk aan het einde van de opzegperiode uitbetaald als een vertrekvakantiegeld.
Daarnaast bouw je in het lopende jaar een dubbel vakantiegeld op voor het jaar nadien. Eindigt je arbeidsovereenkomst, dan wordt dit dubbel vakantiegeld onmiddellijk aan het einde van de opzegperiode uitbetaald als een vertrekvakantiegeld.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Wie komt niet in aanmerking voor een aansluiting in bijberoep?
Opgelet, op basis van de volgende uitkeringen kun je nooit in bijberoep aangesloten worden:
-
Individuele Beroepsopleiding (IBO) zonder uitkering van de RVA, zelfs wanneer de Vlaamse overheid een toelage uitbetaalt.
-
Tegemoetkomingen (inkomenstegemoetkoming, integratietegemoetkoming, …) die buiten de gewone ziekteverzekering of sociale zekerheid vallen.
-
Uitkeringen arbeidsongeschiktheid of invaliditeit uit het stelsel der zelfstandigen.
-
Vergoedingen voor arbeidsongevallen.
-
Leefloon.
-
Studietoelage.
-
Uitkeringen uit aanvullende verzekeringen.
-
Wanneer een gewone uitkering (bv. werkloosheid of ziekte als werknemer) teruggevorderd wordt.
Dit zijn uitkeringen, bijstandsuitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen die geen pensioenrechten opleveren. Je moet in een ander statuut voldoende pensioenrechten opbouwen om in bijberoep te kunnen aansluiten.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 04/08/2025
Werkloosheidsuitkeringen combineren met zelfstandige in bijberoep: kan dat?
Ontvang je werkloosheidsuitkeringen, dan kun je onder voorwaarden een zelfstandig bijberoep uitoefenen met behoud van de uitkeringen. Er bestaan 2 mogelijkheden:
- Via het systeem van de "Springplank naar zelfstandige" kun je tot 1 jaar lang als zelfstandige in bijberoep een nieuwe zelfstandige activiteit uitproberen of een bestaande activiteit voortzetten. Het is de bedoeling dat je controleert of doorgroeien naar een zelfstandige activiteit in hoofdberoep haalbaar is
- Wil je geen zelfstandige in hoofdberoep worden, dan kun je zonder beperking in de tijd onder strenge voorwaarden een bestaande activiteit in bijberoep voortzetten. In dit systeem kun je niet starten als zelfstandige in bijberoep.
Springplank naar een zelfstandige activiteit
Ben je werkloos en wil je een zelfstandige activiteit uitproberen, dan kun je dankzij de springplank naar zelfstandige tot 12 maanden lang een zelfstandige activiteit uitoefenen met behoud van de werkloosheidsuitkeringen. Op die manier doe je ervaring op en kun je nagaan of een zelfstandige activiteit in hoofdberoep haalbaar is.
Verlies je sneller je werkloosheidsuitkeringen, dan verlies je samen met je uitkeringen ook de springplank. Je wordt dan automatisch zelfstandige in hoofdberoep.
Wat na de Springplank naar zelfstandige?
Na afloop van de Springplank naar zelfstandige moet je kiezen tussen:
- Zelfstandige in hoofdberoep worden, zonder uitkeringen
- Of stoppen als zelfstandige, met behoud van de uitkeringen
Maar er is een uitzondering: was je al zelfstandige voordat je werkloos werd, dan kun je omschakelen naar het systeem van de voortzetting van een bestaande zelfstandige activiteit in bijberoep.
Welke voorwaarden gelden voor de Springplank naar zelfstandige?
Je moet de volgende voorwaarden vervullen:
- Je moet de zelfstandige activiteit vooraf aangeven.
- De laatste 6 jaar mag je geen zelfstandige in hoofdberoep geweest zijn en nog geen beroep gedaan hebben op de Springplank naar zelfstandige.
- Je mag geen werknemers in dienst nemen en je mag niet met onderaannemers werken. Je mag wel via een vennootschap werken, op alle dagen van de week en op alle uren van de dag.
- Wie in Brussel zelfstandige wordt, moet voor sommige beroepen de beroepsbekwaamheid bewijzen (bv. om een restaurant uit te baten). Wil je beroep doen op de springplank dan moet je die beroepsbekwaamheid zelf bewijzen.
- Je mag in de Springplank naar zelfstandige niet je oude job als werknemer uitoefenen.
- Je mag geen kunstwerkuitkering genieten.
- Je moet ingeschreven zijn bij de VDAB wanneer je in Vlaanderen woont, bij Actiris wanneer je in Brussel woont of bij Le Forem wanneer je in Wallonië woont.
- Je moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat je passend werk moet aanvaarden.
Hoe hoog zijn de werkloosheidsuitkeringen tijdens de springplank naar zelfstandige?
Jouw werkloosheidsuitkeringen kunnen verminderd worden wanneer je via de springplank als zelfstandige werkt. Verdien je maximum 18,08 euro (index maart 2026) per dag, dan behoud je de volledige werkloosheidsuitkering. Verdien je meer, dan wordt je uitkering verminderd met het bedrag dat je te veel verdiende. Was je een gans kalenderjaar zelfstandige, dan zijn je daginkomsten gelijk aan je netto belastbaar jaarinkomen (inkomen na aftrek van de beroepskosten en de betaalde sociale bijdragen als zelfstandige) gedeeld door 312.
Voorbeeld: verdien je 8.000 euro netto per jaar als zelfstandige, dan bedraagt jouw daginkomen 25,64 euro (= 8.000 / 312). Dit betekent dat jouw daguitkeringen dan met 7,56 euro (= 25,64 - 18,08) worden verminderd.
Werkte je geen volledig kalenderjaar als zelfstandige, dan moet je je netto belastbaar jaarinkomen delen door het aantal uitkeringsdagen. Als vuistregel geldt dat er maandelijks 26 uitkeringsdagen zijn (er wordt rekening gehouden met een 6-dagenweek). Voorbeeld: startte je op 1 april, dan deel je volgens de vuistregel je inkomen van 8.000 euro door 234 (9 x 26 dagen). Je daginkomen bedraagt dan 34,19 euro, waardoor je uitkering met 16,11 euro verminderd moet worden.
Voortzetting van een bestaande activiteit in bijberoep
Je kunt een bestaande zelfstandige activiteit onder strenge voorwaarden zonder beperking in de tijd voortzetten:
- Je was al minstens 3 maanden zelfstandige voordat je ontslagen werd.
- Je moet de zelfstandige activiteit vooraf aangeven.
- Je mag het bijberoep gewoonlijk niet op weekdagen tussen 7u en 18u uitoefenen. Werk je uitzonderlijk toch op een weekdag, vermeld dit dan op de controlekaart.
- Duid arbeidsdagen op zaterdagen, zondagen en feestdagen aan op de controlekaart.
- De activiteit moet bijkomstig blijven, dit wordt beoordeeld door de directeur van het werkloosheidsbureau.
- Je moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat je passend werk moet aanvaarden.
- Je mag geen personeel aannemen en niet via een vennootschap werken, omdat dan verondersteld wordt dat je niet meer beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt.
- Je moet ingeschreven zijn bij de VDAB wanneer je in Vlaanderen woont, bij Actiris wanneer je in Brussel woont of bij Le Forem wanneer je in Brussel woont.
Je kan in dit systeem werkloosheidsuitkeringen niet combineren met één van de volgende zelfstandige activiteiten:
- Activiteiten die standaard na 18u uitgeoefend worden (bijvoorbeeld nachtwaker).
- Die in de bouw in principe niet tussen 18u 's avonds en 7u 's ochtends of in het weekend mogen worden uitgeoefend. Contacteer je uitbetalingsinstelling voor meer informatie.
- Horeca-activiteiten.
- Ambulante activiteiten, zoals leurder of reiziger.
- Verzekeringsagent of verzekeringsmakelaar.
Voor meer informatie kun je bij je werkloosheidskas terecht.
Voor elke dag waarop je als zelfstandige werkt, verlies je 1 dag uitkeringen. Dit geldt ook wanneer je in het weekend of een feestdag werkt, maar niet wanneer je op een werkdag na 18u werkt. Daarnaast zal de uitkering verminderen wanneer je meer dan 18,08 euro (index maart 2026) per dag verdient. Meer informatie over de berekeningswijze van de daginkomsten vind je hierboven, bij de Springplank naar zelfstandige activiteit.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026
Kan je een zelfstandige activiteit starten als student?
Vanaf 2026 zijn er 3 belangrijke wijzigingen:
- Blijf je na je 25e verjaardag studeren, dan blijf je verder student-zelfstandige zolang je ook alle andere voorwaarden vervult
- Je behoudt het statuut van student-zelfstandige tijdens het kwartaal van afstuderen, ook wanneer je in januari je laatste examen aflegt of je eindwerk indient
- Ben je niet voor minstens 27 studiepunten ingeschreven en moet je de eindverhandeling (scriptie/thesis) nog indienen of een stage vervolmaken die noodzakelijk zijn om het diploma te bekomen, dan kun je nog maximum 1 jaar lang student-zelfstandige blijven.
Om na je 25e verjaardag student-zelfstandige te blijven zijn er 3 belangrijke voorwaarden:
- Je was al student-zelfstandige vóór 1 oktober van het jaar waarin je 25 jaar oud werd
- Je blijft nadien ononderbroken studeren (ingeschreven zijn voor minstens 27 studiepunten)
- En je blijft ook alle andere voorwaarden ononderbroken vervullen
Voldoe je op een gegeven moment na 1 oktober van het jaar waarin je 25 jaar oud werd niet meer aan alle voorwaarden, dan verlies je onmiddellijk en definitief het voordeel van het statuut student-zelfstandige. Dit betekent dat eens je na die datum zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep werd, je niet meer kunt terugkeren naar het statuut van student-zelfstandige. Is er vóór die datum een onderbreking in je statuut van student-zelfstandige, dan kun je tot en met 30 september van het jaar waarin je 26 jaar oud er naar terugkeren.
Start je de zelfstandige activiteit na 1 oktober van het jaar waarin je 26 jaar oud werd of word je pas nadien student, dan zul je dus zelfstandige in hoofdberoep zijn.
Zoals elke zelfstandige, moeten ook student-zelfstandigen zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Maar ben je student en was je start je de zelfstandige activiteit voor 1 oktober van het jaar waarin je 25 jaar oud wordt, dan betaal je dankzij het statuut van student-zelfstandige minder of zelfs helemaal geen sociale bijdragen.
Het statuut van student-zelfstandige geeft je de mogelijkheid om iets bij te verdienen als zelfstandige en om ondernemerschap uit te proberen. Het groeipakket of de gezinsbijslag wordt normaal doorbetaald en de meeste studenten-zelfstandigen blijven fiscaal ten laste van hun ouders.
Omdat je minder sociale bijdragen betaalt dan zelfstandigen in hoofdberoep, bouw je als student-zelfstandige geen sociale rechten op. Maar je behoudt natuurlijk wel het recht op terugbetalingen in de ziekteverzekering.
Wil je je inschrijven als student-zelfstandige? Contacteer dan Liantis sociaal verzekeringsfonds.
Als helper in een eenmanszaak moet je niet aansluiten als zelfstandige en geen sociale bijdragen betalen:
- Vóór 1 januari van het jaar waarin je 20 jaar oud wordt. Let op, wie huwt moet altijd en onmiddellijk aansluiten als zelfstandige en sociale bijdragen betalen
- Of zolang je het groeipakket (kinderbijslag) ontvangt. Dit betekent dat je als student-helper tot je 25e verjaardag geen sociale bijdragen moet betalen
Wanneer je in een vennootschap helpt, dan wordt je niet als een helper beschouwd. Je bent dan een gewone zelfstandige die zich moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en sociale bijdragen moet betalen.
Wie betaalt sociale bijdragen als student-zelfstandige?
Je bent student-zelfstandige wanneer je:
- Jonger bent dan 26 jaar.
- Les volgt aan een in België of in het buitenland erkende school, hogeschool of universiteit.
- Ingeschreven bent voor minstens 27 studiepunten, met de bedoeling een diploma te behalen. Wordt de opleiding niet in studiepunten uitgedrukt, dan moet je wekelijks minstens 17 uur les volgen.
- Deelneemt aan de examens. Je mag ook aan je sociaal verzekeringsfonds ook een attest bezorgen van de school, waaruit blijkt dat je effectief de lessen volgde. Maar hou er rekening mee dat niet elke school aanwezigheden bijhoudt.
Wat gebeurt er met het kindergeld van student-zelfstandigen?
In Vlaanderen wordt het Groeipakket verder uitbetaald zolang je als student-zelfstandige lagere sociale bijdragen betaalt dan een zelfstandige in hoofdberoep. Dit betekent concreet dat jouw netto belastbaar inkomen (inkomen na aftrek van de beroepskosten en betaalde sociale bijdragen) lager moet zijn dan 17.374,08 euro (2026).
Betaalt Brussel kindergeld uit, dan mag je tijdens het school- of academiejaar maximum 240 uur werken, tijdens de zomermaanden geldt geen beperking. Voor student-zelfstandigen betekent dit in de praktijk dat je inkomen lager moet zijn dan 17.374,08 euro (2026) netto (zelfstandige inkomsten na aftrek van de beroepskosten en de betaalde sociale bijdragen).
Welke sociale bijdragen betaal je als student-zelfstandige?
Student-zelfstandigen betalen meestal minder sociale bijdragen. 3 inkomstendrempels zijn van belang:
- Verdien je minder dan 8.687,04 euro (2026) netto per jaar (zelfstandige inkomsten na aftrek van de beroepskosten en de betaalde sociale bijdragen), dan ben je vrijgesteld van sociale bijdragen.
- Verdien je meer dan 8.687,03 euro maar minder dan 17.374,08 euro, dan betaal alleen sociale bijdragen op de 1e inkomstenschijf tot 8.687,03 euro. Die sociale bijdrage bedraagt 20,5% per jaar. Elk kwartaal betaal je een kwart van deze sociale bijdrage.
- Van zodra je minstens 17.374,08 euro netto per jaar verdient, betaal je dezelfde sociale bijdragen als zelfstandigen in hoofdberoep. Dat betekent dat je jaarlijks 20,5% sociale bijdragen betaalt op je volledige inkomen als zelfstandige. Elk kwartaal betaal je een kwart van deze sociale bijdrage.
Sociale bijdragen worden berekend op basis van de zelfstandige inkomsten van het jaar zelf. Maar omdat je officiële inkomsten pas gekend zijn nadat je het aanslagbiljet van de belastingen ontvangt, zal je sociaal verzekeringsfonds eerst voorlopige sociale bijdragen aanrekenen. Achteraf worden de voorlopige bijdragen geregulariseerd (herberekend) op basis van de werkelijke inkomsten.
In januari of bij je aansluiting, zal je sociaal verzekeringsfonds eerst wettelijke voorlopige bijdragen aanrekenen die je kunt aanpassen:
- Startende studenten-zelfstandigen betalen tot op het einde van het 3e volledige kalenderjaar een wettelijke voorlopige bijdrage bijdrage van 98,51 euro per kwartaal (overeenkomstig een inkomen van 10.609,19 euro) aangevuld met een beheerskost.
- Ben je langer al aangesloten als zelfstandige, dan berekent jouw sociaal verzekeringsfonds de wettelijke voorlopige bijdrage op basis van jouw geherwaardeerde inkomsten (geïndexeerde inkomsten) van 3 jaar voordien.
Wanneer je de voorlopige bijdrage vermindert, maar achteraf blijkt dat je toch meer verdiende dan verwacht, dan moet je verhogingen betalen. Die verhogingen bedragen minstens 10% van het bedrag dat je te weinig betaalde, behalve wanneer je in de loop van het jaar vrijwillig bijstort. Heeft de fiscus veel tijd nodig om het aanslagbiljet te versturen, dan kunnen de verhogingen oplopen tot 25% of meer. Contacteer je sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie, een accountant kan je helpen om jouw inkomsten correct in te schatten.
Welke fiscale behandeling als student-zelfstandige?
- Als student-zelfstandige blijf je fiscaal ten laste van je ouders, zolang je netto-bestaansmiddelen onder de drempel van 12.300 euro (inkomstenjaar 2026) blijven. Om die drempel te bepalen, wordt een 1e schijf van 7.010 euro (inkomstenjaar 2026) aan winsten, baten of bedrijfsleidersbezoldigingen niet meegerekend. Combineer je zelfstandige inkomsten als student-zelfstandige met andere inkomsten, dan moet de 7.010 euro naar verhouding verdeeld worden.
- Ontvang je bedrijfsleidersbezoldigingen van een vennootschap waarvan één van jouw ouders rechtstreeks of onrechtstreeks zelf bedrijfsleider is en controle uitoefent, dan mag je uit die vennootschap jaarlijks niet meer dan 2.000 euro aan bezoldigingen ontvangen. Bovendien mag die bezoldiging niet meer bedragen dan de helft van jouw inkomsten bedragen.
- Je moet zelf een belastingaangifte indienen. Maar je zal vrijgesteld zijn van belastingen, zolang je minder verdient dan de belastingvrije som (11.180 euro voor inkomstenjaar 2026).
- In principe moet je zoals elke zelfstandige de btw-verplichtingen naleven. Maar is jouw omzet kleiner dan 25.000 euro per jaar, dan kan je genieten van de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Je moet dan nog steeds een btw-nummer hebben, maar je btw-verplichtingen zijn beperkt. Meer informatie over deze regeling vind je hier.
Het UNIZO Startersplatform is een handige én gratis tool om je ondernemingsplan van A tot Z uit te werken!
Meer begeleiding nodig via UNIZO? Neem een kijkje naar ons aanbod.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 13/08/2026
Mag je bijverdienen als zelfstandige als je gepensioneerd bent?
Dat mag. Vanaf 1 januari van het jaar waarin je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt mag je zelfs onbeperkt bijverdienen.Ook wie 45 jaar loopbaan had op het moment van pensionering mag onbeperkt bijverdienen.
Vraag aan de pensioendienst of je echt 45 jaar loopbaan hebt, want de loopbaanjaren worden op een specifieke manier geteld.
Ben je te jong en heb je geen volledige loopbaan van 45 jaar, dan moet je je inkomsten beperken:
- Bijverdienste als zelfstandige: je mag maximum 8.346 euro (2026) netto per jaar bijverdienen. Dit zijn de netto belastbare inkomsten na aftrek van de beroepskosten en de betaalde sociale bijdragen.
- Bijverdienste als werknemer of ambtenaar: je mag 10.432 euro (2026) bruto per jaar bijverdienen. Jouw totale brutoloon telt mee, inclusief het enkel vakantiegeld, de eindejaarspremie, voordelen alle aard, opzegvergoedingen en alle andere premies. Alleen maaltijdcheques en het dubbel vakantiegeld tellen niet mee.
- Bijverdienste als flexijobber: 8.212 euro (2026) bruto per jaar.
Wanneer je nog kinderen ten laste zou hebben, dan gelden hogere grensbedragen. Ontvang je een gezinspensioen, dan moet ook jouw echtgenoot bepaalde inkomstengrenzen respecteren.
Ontvang je alleen een overlevingspensioen, dan gelden andere regels.
Het jaar waarin je met pensioen gaat moet je rekening houden met een pro rata berekening. Ga je bijvoorbeeld op 1 juli met pensioen, dan oefen je een half jaar een bijverdienste uit. Dat betekent dat je tijdens dat halve jaar maar de helft van het jaarbedrag mag bijverdienen (bv. 4.173 euro netto met een zelfstandige bijverdienste).
Verdiende je te veel, dan moet je je pensioen volledig of gedeeltelijk terugbetalen. Het bedrag dat je moet terugbetalen is afhankelijk van hoeveel je te veel verdiende. Verdiende je dubbel zoveel als toegelaten, dan moet je je volledige pensioen terugbetalen. Verdiende je de helft meer dan toegelaten, dan moet je de helft van je pensioen terugbetalen.
Moet je je pensioen gedeeltelijk of volledig terugbetalen, dan ontvang je bij de beslissing een formulier waarmee je een verzaking aan de terugvordering kunt aanvragen (dit is een kwijtschelding van de pensioenschuld). Je kunt zo’n aanvraag bijvoorbeeld indienen wanneer jouw schuld groter is dan wat je te veel verdiende, wanneer je financiële moeilijkheden hebt of wanneer je je in een bijzondere situatie bevindt (bv. ernstige ziekte, een familielid met een handicap, …).
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 10/08/2026