Fiscaliteit

Vlaams 

De belangrijkste nieuwigheid op Vlaams niveau is de hervorming van het gunstregime voor het schenken en erven van familiebedrijven. De nieuwe regels gelden vanaf 1 januari 2026. Herbekijk het webinar voor meer informatie.

Federaal

Op federaal niveau zijn er een heel aantal nieuwigheden. Deze hervormingen werden door de federale Regering aangekondigd, maar het federaal Parlement moet deze nog goedkeuren in het voorjaar van 2026. Wijzigingen zijn dus nog mogelijk. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden:

  • Er komt een belasting op de meerwaarde gerealiseerd bij een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa, de zogenaamde “meerwaardebelasting”. Bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen op de beurs of de verkoop van aandelen van jouw onderneming bij jouw pensionering. De belasting zal normaal gezien gelden op meerwaarden opgebouwd en gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Meer details vind je op onze overzichtspagina of herbekijk het webinar.
  • De btw-tarieven voor een aantal sectoren worden hervormd. Het btw-tarief stijgt van 6% naar 12% voor sport , cultuur en vermaak, toerisme en afhaalmaaltijden. Dit betekent dat bijvoorbeeld fitnessabonnementen, tickets voor pretparken, een frituurbezoek en hotelovernachtingen duurder worden. Het btw-tarief op niet-alcoholische dranken in de horeca daalt van 21% naar 12%. De nieuwe tarieven zouden gelden vanaf 1 maart 2026. Dit gebeurt via Koninklijke Besluiten, waardoor geen goedkeuring door het Parlement vereist is.
  • Het fiscale gunstregime voor auteursrechten wordt hervormd. De IT-sector wordt terug toegelaten. Het gunstregime  wordt wel minder interessant doordat de forfaitaire kostenaftrek verdwijnt. Enkel de werkelijke beroepskosten (met bewijs) zullen dus van de bruto-inkomsten uit auteursrechten kunnen worden afgetrokken. De wijziging zou gelden vanaf 1 januari 2026.
  • De tarieven van het VVPR bis-stelsel en de liquidatiereserve, waarmee je een dividendenuitkering kan optimaliseren, wijzigen. In de zomer van 2025 keurde het Parlement een eerste hervorming van de liquidatiereserve goed (voor reserves aangelegd vanaf 1 januari 2026): een uitkering aan 6,5% roerende voorheffing is mogelijk na een wachttermijn van 3 jaar. Dit tarief zal worden verhoogd naar 9,8%. De totale belastingdruk zal daardoor 18% bedragen (want bij aanleg van de liquidatiereserve betaal je een heffing van 10%). Deze tweede tariefverhoging zou eveneens gelden voor liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026. Om de belastingdruk in beide stelsels gelijk te trekken, wordt het tarief van 15% in het VVPR bis-stelsel verhoogd naar 18%. Het is nog onduidelijk vanaf wanneer deze wijziging zal gelden.
  • Om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, moet de vennootschap een minimale bezoldiging toekennen aan haar bedrijfsleider. Het minimum stijgt van 45.000 EUR naar 50.000 EUR (en wordt jaarlijks geïndexeerd). Bovendien mag deze minimale bezoldiging slechts voor 20% uit forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard bestaan (zoals een bedrijfswagen, GSM of de terbeschikkingstelling van een woning). De sanctie voor het niet-naleven van beide regels is het verlies van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Deze wijzigingen zouden gelden vanaf 1 januari 2026.
  • De Regering verstrengt ook de regels voor het fiscaal interessant verlonen van werknemers. De totale loonmassa van een onderneming mag slechts voor maximaal 20% uit forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard bestaan. Een onderneming die deze grens overstijgt, moet op het saldo een (niet-aftrekbare) belasting van 7,5% betalen. Deze wijziging zou gelden vanaf 1 januari 2026.

Je sociaal statuut als zelfstandige

  • Extra kwartaal vrijstelling van bijdragen voor zelfstandige moeders: beval je vanaf 1 januari 2026 van een kindje, dan heb je vanaf nu als zelfstandige moeder recht op 2 kwartalen vrijstelling van sociale bijdragen. Word je baby in januari, februari of maart geboren, dan moet je tijdens het 2e en 3 kwartaal geen sociale bijdragen betalen. Deze vrijstelling van bijdragen wordt automatisch toegekend. Voor meer informatie kun je terecht bij je sociaal verzekeringsfonds.
     
  • Arbeidsongevallenverzekering voor zelfstandige platformwerkers: baat je een zogenaamd ‘digitaal opdrachtgevend platform’ uit dan ben je vanaf 1 januari 2026 wettelijk verplicht om voor de zelfstandigen waarmee je samenwerkt een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Laat je na een verzekering af te sluiten, dan zal het Fonds voor Arbeidsongevallen (Fedris) de schade vergoeden en de kosten bij jou terugvorderen. 
    Ben je als zelfstandige aan de slag op zo’n platform, dan geniet je vanaf 1 januari 2026 van deze verzekering. Was je opdrachtgever niet verzekerd, dan kun je bij het fonds voor arbeidsongevallen (Fedris) aankloppen.
    Opdrachtgevende platformen (officieel "digitaal platform opdrachtgever") zijn aanbieders van betalende diensten die via een algoritme (of een gelijkaardige technologie) in staat zijn om een beslissings- of controlemacht uit te oefenen op de vergoedingen en de manier waarop het werk verricht wordt. Denk bijvoorbeeld aan taxi-apps of maaltijdkoeriers.

Mobiliteit

Jaarlijkse verkeersbelasting en BIV - Vanaf 1 januari 2026 vervalt in het Vlaams Gewest de vrijstelling van jaarlijkse verkeersbelasting en belasting op de inverkeerstelling (BIV) voor voertuigen die uitsluitend elektrisch of op waterstof rijden en die vanaf dan worden ingeschreven. Voor deze voertuigen wordt zowel de jaarlijkse verkeersbelasting als de BIV berekend volgens de bestaande tabellen, net zoals bij andere wagens, met als bijzonderheid dat bij verschil tussen het bedrag op basis van fiscale pk en kW het laagste bedrag geldt. Enkel voertuigen die vóór 2026 zijn ingeschreven, behouden hun vrijstelling zolang ze niet worden uitgeschreven of van eigenaar wisselen.

Hinderpremie wordt afgeschaft - De Vlaamse hinderpremie van 2000 euro zal vanaf 2026 niet langer bestaan. Als je als ondernemer te maken hebt met langdurige openbare werken kan je enkel nog een beroep doen op de sluitingspremie. De sluitingspremie is een premie van 80 euro per dag vanaf de 8e dag van sluiting wanneer je te maken hebt met zware hinder door openbare werken.

Milieu, Energie en Duurzaamheid

  • Ondernemingen betalen vanaf 2026 per kilo restafval in Vlaanderen: Vanaf 1 januari 2026 zullen de afvalinzamelaars (containerfirma’s) verplicht zijn om de inzameling van bedrijfsrestafval te factureren op basis van het werkelijk aangeboden gewicht. In Brussel blijft de sorteerwetgeving voorlopig ongewijzigd, u vindt alle Brusselse informatie hier.
     
  • Wijzigingen Mijn VerbouwPremie vanaf 1 maart 2026: vanaf 1 maart 2026 wordt de Mijn VerbouwPremie hervormd. De hervorming heeft vooral impact op eigenaar-bewoners uit de twee hoogste inkomenscategorieën (inkomenscategorie 1 en 2), ze heeft ook impact op andere investeerders in woningen. Vanaf dan worden ook de premies voor niet-woongebouwen (bedrijfspanden en kantoren) beëindigd. De huidige voorwaarden voor premie-aanvragen blijven geldig tot 28 februari 2026. Voor meer gedetailleerde info of om na te gaan of u aan de voorwaarden voldoet, kan u de simulator van Mijn VerbouwPremie raadplegen. De Brusselse Renolution-premies zijn voorlopig niet meer beschikbaar in 2026 en wachten op een goedkeuring van het Brussels parlement. 
     
  • EPC-certificaat verplicht voor alle grote niet-residentiële gebouwen in Vlaanderen: vanaf 1 januari 2026 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid (o.a. kantoren, winkels, …) over een EPC niet-residentieel (EPC NR) beschikken, ongeacht verkoop of verhuur.  Eigenaars van een kleine niet-residentiële gebouwéénheid met bruikbare vloeroppervlakte van maximaal 500 m² kunnen ervoor kiezen om in plaats van een EPC NR een EPC van een kleine niet-residentiële gebouweenheid te laten opmaken. Voor Brusselse gebouwen is een EPB (Energieprestatie van gebouwen) verplicht bij de verkoop en verhuur van een woning groter dan 18m² of een kantoor groter dan 500m². Voor oudere kantoren groter dan 500m met een stedenbouwkundige vergunning voor 1 juli 2008 moet u een aanvraag EPB 'tertiaire eenheid' aanvragen. Voor nieuw gebouwde niet-residentiële eenheden waarvan de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning na 1 juli 2017 is ingediend of voor zwaar gerenoveerde niet-residentiële eenheden waarvan de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning na 1 januari 2023 is ingediend, moet je een EPB 'niet-residentieel' aanvragen. Voor gebouwen zonder verwarming en bij schenkingen is een EPB in Brussel niet verplicht.
     
  • Verplicht gebouwautomatisering- en controlesysteem voor bepaalde niet-residentiële gebouwen in Vlaanderen: niet-residentiële gebouwen met verwarmings- en/of koelsystemen met nominaal vermogen van meer dan 290 kW moeten tegen 31 december 2025 over een gebouwautomatisering- en controlesysteem beschikken. De verplichting geldt voor nieuwe en bestaande niet-residentiële gebouwen.

     

  • Ontbossingswetgeving (EUDR): de EU Deforestation Regulation (EUDR) verbiedt de verkoop van producten gelinkt aan ontbossing (o.a. hout, rubber, soja, koffie, rundvlees). Grote en middelgrote ondernemingen zullen aan deze wetgeving moeten voldoen vanaf 30 december 2026, kleine ondernemingen pas vanaf 30 juni 2027.

 

Internationaal

  • Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM): Dit is de meest ingrijpende verandering voor KMO's die grondstoffen of halffabricaten importeren van buiten de EU (bijv. staal, aluminium, cement, meststoffen, waterstof, elektriciteit). De overgangsfase van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) stopt op 31 december 2025. Vanaf 1 januari 2026 moet je als importeur betalen voor de CO2-uitstoot van je geïmporteerde goederen. Dit doe je door 'CBAM-certificaten' aan te kopen. De prijs hiervan is gekoppeld aan de Europese CO2-prijs (ETS), wat je importkosten direct verhoogt. Bovendien moet je de status van "geautoriseerde CBAM-aangever" hebben om vanaf 1 januari 2026 nog goederen de EU binnen te mogen brengen.
     
  • ICS2 – Versterkte controles bij invoer uit het Verenigd Koninkrijk: Voor Vlaamse KMO's actief in transport of handel met het VK en niet-EU landen, wijzigen de veiligheidsregels. Door het ICS2 (Import Control System 2 moeten vervoerders die goederen vanuit het VK (of Zwitserland/Noorwegen) naar Vlaanderen brengen, vanaf begin 2026 gedetailleerde "Safety & Security" data indienen vóór de vrachtwagen de ferry oprijdt.  Het nieuwe douaneveiligheidssysteem (Import Control System 2, of ICS2) zal waarschijnlijk Voor weg- en spoorvervoer was de deadline najaar 2025, maar er is uitstel verleend tot (waarschijnlijk) februari 2026 voor de strikte handhaving of volledige live-gang bij bepaalde lidstaten.
     
  • Handel met het VK: De volledige implementatie van het Britse Border Target Operating Model (BTOM) zal tegen 2026 een feit zijn. Dit betekent dat veiligheidsdeclaraties voor export van de EU naar het VK (die meermaals zijn uitgesteld) tegen die tijd routine moeten zijn.

     

  • vast douanetarief van €3 voor kleine pakketten van buiten de EU: Op 13 november 2025 bereikten de EU-ministers een akkoord over het afschaffen van de douanevrijstelling voor kleine pakketten onder €150. De officiële afschaffing gaat in zodra de Europese Customs Data Hub operationeel is, wat verwacht wordt in 2028. Zolang deze Data Hub nog niet operationeel is, wordt vanaf juli 2026 als tijdelijke maatregel een vast douanetarief van 3 euro ingevoerd voor alle kleine pakketten uit derde landen met een waarde van minder dan €150.

Brussel

Low Emission Zone: Dieselwagens met EURO5 en benzinewagens met euronorm 2 zullen niet meer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mogen rondrijden. Er geldt een overgangsperiode tot maart 2026 waarin de overtreders eerst een waarschuwingsbrief ontvangen en pas bij een nieuwe overtreding een boete van €350. 

Je kan per uitzondering een dagpas aanvragen via deze link

Wil je weten tot wanneer je voertuig nog mag rijden in het Brussels Gewest? 

Pensioen

  • VAPZ: de maximumbijdrage stijgt : heb je als zelfstandige een VAPZ afgesloten, dan mag je vanaf 2026 jaarlijks 8,5% storten van het inkomen waarop je 3 jaar voordien wettelijke sociale bijdragen betaalde. Sloot je een sociaal VAPZ af, dan mag je vanaf 2026 9,78% bijdragen storten. 
    Ter herinnering: de bijdragen van een VAPZ zijn altijd fiscaal aftrekbaar als beroepskost, op voorwaarde dat je ook je sociale bijdragen tijdig betaalt. 
    Verwar het VAPZ en het sociaal VAPZ niet met het gewone pensioensparen of een 2e pijlerpensioen van je werkgever of van je vennootschap.
    Let op: deze wet zal pas in de loop van het jaar 2026 gestemd worden. Stort je begin 2026 bijdragen, dan moet je voorlopig de oude percentages respecteren (8,15% voor een gewoon VAPZ en 9,4% voor een sociaal VAPZ). Na de stemming zul je het verschil kunnen bijbetalen. 

    Meer informatie over het aanvullend pensioen vind je in onze Snelwijzer
     
  • Vanaf 2026 kunnen alle zelfstandigen in bijberoep een aanvullend pensioen opbouwen: ben je zelfstandige in bijberoep, dan kun je vanaf 2026 bijdragen storten voor een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) of voor een Sociaal VAPZ. De bijdrage bedraagt maximum 8,5% van het inkomen waarop je de wettelijke sociale bijdragen stort. Sluit je een sociaal VAPZ af dan mag je maximum 9,78% storten. Heb je zeer lage inkomsten, dan mag je altijd minstens 100 euro storten.
    Verwar het VAPZ en het sociaal VAPZ niet met het gewone pensioensparen of een 2e pijlerpensioen van je werkgever of van je vennootschap. 
    Let op: deze wet zal pas in de loop van het jaar 2026 gestemd worden. Je moet op de stemming wachten voordat je VAPZ-bijdragen zult kunnen storten. 

    Meer informatie over het aanvullend pensioen vind je in onze Snelwijzer
     
  • Hervormde pensioenbonus vanaf 1 januari 2026: op 31 december 2025 stopt de opbouw van de pensioenbonus ingevoerd door de regering De Croo. Deze pensioenbonus bouwde je op van zodra je verder werkte nadat je ‘de vroegst mogelijke pensioendatum’ bereikte (d.w.z. van zodra je vervroegd met pensioen kon gaan). Heb je deze bonus opgebouwd dan ontvang je deze bonus zodra je met pensioen gaat (ook wanneer je na 31 december 2025 met pensioen gaat). Hij wordt altijd uitbetaald onder de vorm van een eenmalig kapitaal. De regering De Wever voert op 1 januari 2026 een nieuwe bonus in. Deze nieuwe bonus bouw je op, op voorwaarde dat je na de wettelijke pensioenleeftijd verder werkt zonder met pensioen te gaan. Hij bedraagt 2%, 3% of 5% per jaar, afhankelijk van jouw geboortejaar. Heb je op 1 januari 2026 de pensioenleeftijd al bereikt, dan start de opbouw vanaf 1 januari 2026. 
    De invoering van de pensioenmalus werd uitgesteld tot 2027. Wie in 2026 al met pensioen kan gaan, zal vrijgesteld zijn van de malus. Meer informatie vind je in onze overzichtspagina van het Zomerakkoord. 

    Let op, de wet zal pas in de eerste maanden van 2026 gestemd worden. Maar de pensioendiensten zullen de nieuwe bonus achteraf met terugwerkende kracht toekennen. De wet die de oude bonus afschaft is wel al gestemd.

Personeel

  • Beperking van de werkloosheid in de tijd. Personen die werkloos worden vanaf 01/01/2026 zitten automatisch in het nieuwe systeem dat de werkloosheidsduur beperkt van 12 tot maximaal 24 maanden. Personen die vandaag in het stelsel zitten, komen terecht in een gefaseerde uitdoofregeling:
     
    • Personen met meer dan 20 jaar werkloosheid, zullen hun werkloosheidsuitkering verliezen op 01/01/2026.
    • Personen met 8 tot 20 jaar werkloosheid: stopzetting op 01/03/2026.
    • Personen met 2 tot 8 jaar werkloosheid: stopzetting op 01/04/2026.

      Een werknemer mag 1 keer in zijn loopbaan (minstens 10 jaar effectief gewerkt) zelf ontslag nemen en kan voor een beperkte periode van 6 maanden beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Die periode kan verlengd worden met 6 maanden als de betrokken werknemer een opleiding tot knelpuntberoep volgt (gestart in het eerste trimester van werkloosheid). Dit systeem wordt uitgerold vanaf 1 maart 2026. 
       
  • Maaltijdcheques: vanaf 1 januari stijgt het maximumbedrag van een maaltijdcheque van 8 euro naar 10 euro.

WERK – datum van inwerkingtreding is nog onduidelijk, waarschijnlijk vanaf 1 april 2026 

Flexi-jobs 

  • De flexi-jobs worden uitgebreid naar alle sectoren (de datum van inwerkingtreding is evenwel nog onduidelijk).
  • Opgelet: sectoren kunnen in hun paritair comité een (gedeeltelijke) opt-out afspreken.
  • Er worden nog een aantal voorwaarden bijgestuurd.
    • Het verbod om eigen voltijdse medewerkers in een verbonden onderneming als flexijobber in te schakelen wordt geschrapt. Voor medewerkers die 4/5de werken, blijft dit verbod bestaan. Je mag uiteraard wel flexijobbers inschakelen die bij een andere baas al een 4/5de baan hebben.
    • De voorwaarde dat flexijobber in kwartaal T niet voorafgaandelijke tewerkgesteld mag zijn als uitzendkracht wordt geschrapt, voor zover het uitzendkantoor hen niet aan dezelfde gebruiker ter beschikking stelt als uitzendkracht en flexi-jobber
    • Optrekken van het maximumbasisloon (150% - regel): De begrenzing van 150% van het minimale basisloon is voortaan niet meer van toepassing op het flexiloon maar op het basisloon dat deel uitmaakt van het flexiloon. Voortaan is dus niet meer het flexiloon (inclusief vergoedingen, premies en voordelen) begrensd, maar enkel het basisloon . Premies of toeslagen die niet algemeen geldend zijn bij de werkgever op basis van algemene wettelijke of reglementaire bepalingen maken deel uit van het basisloon.
    • Het maximum flexi-loon in horeca wordt opgetrokken naar 21 euro.
    • Er komt een fiscale vrijstelling van 12.000 naar 18.000 euro voor niet-gepensioneerde flexi-jobbers
    • De patronale bijdrage op een flexi-job blijft 28 %.  

Overuren  

  • Er komen 360 (para-)fiscaalvriendelijke en vrijwillige overuren in alle sectoren
    • Zonder motief, inhaalrust, sociale bijdragen of bedrijfsvoorheffing én geen aanrekening op de interne grens.
    • Géén overloontoeslag voor 240 van de 360 uren: Op de eerste 240 uren moet geen overloon betaald worden en die zullen sociaal- en fiscaal vrij zijn.
    • Voorafgaand is een schriftelijk éénjarig akkoord tussen werkgever en werknemer vereist (stilzwijgend en jaarlijks verlengd, met opzeg van 2 maanden, tenzij onderling anders overeengekomen) én indien er een aanbod is door de werkgever.
    • In de horeca gaat het om 450 (para-)fiscaalvriendelijke en vrijwillige overuren
    • Ook voor deeltijders? Slechts onder strikte voorwaarden: slechts bij overschrijding van voltijdse dag- of weekgrenzen, minstens 3j.anciënniteit in de onderneming en indien er sprake is van een tijdelijke vermeerdering van werk. 

Deeltijdse arbeid 

  • De regel dat je deeltijdse werknemers minstens 1/3de van een voltijdse job aan arbeidsduur moet aanbieden, wordt aangepast. Die drempel wordt verlaagd naar  1/10e van een voltijdse job.  

Versoepeling van nachtarbeid

Vandaag is nachtarbeid het werk gepresteerd tussen 20u en 6u. Dat blijft zo voor de meeste sectoren, behalve voor een aantal specifieke sectoren, waar nachtarbeid voortaan gedefinieerd wordt als werk tussen 23u en 6u.  

Dat gaat om sectoren die vallen onder distributie en aanverwante sectoren:  

  • de paritaire comités 201 (zelfstandige kleinhandel), 202 (bedienden kleinhandel in voedingswaren), 226 (bedienden internationale handel en vervoer), 311 (grote kleinhandelszaken), 312 (warenhuizen), 100 (aanvullend comité arbeiders), 119 (arbeiders handel in voedingswaren), 125.03 (houthandel), 127 (handel in brandstoffen), 140.03 (wegvervoer en logistiek voor derden), 149.01 (electriciens installatie en distributie), 149.04 (metaalhandel), 200 (aanvullend comité bedienden), 202.01 (bedienden middelgrote levensmiddelenbedrijven)  

Indien het gaat om werkgevers die als activiteit kleinhandel met online betalingstransacties (met uitzondering van nachtwinkels, die steeds gevat zijn, ook niet-online), groothandel, logistiek of e-commerce  

Verdere info over nachtarbeid volgt later wanneer dit meer duidelijk is. 

Beperking opzegtermijnen tot 52 weken 

  • Voor nieuwe arbeidscontracten (de ingangsdatum moet nog worden bepaald) wordt de maximale opzeggingstermijn bij ontslag door de werkgever beperkt tot 52 weken. Voor bestaande contracten verandert er dus niets.  

Versoepeling op vlak van arbeidsreglementen  

  • Vandaag: Verplichte afzonderlijke opname van alle toepasselijke uurroosters in arbeidsreglement
  • Voortaan: keuze voor werkgever om ofwel alle uurroosters in reglement op te nemen, ofwel een kader voor de arbeidstijd vast te stellen = tijdvakken waarbinnen “normaal gesproken” gewerkt wordt (geen hypothetische tijdsvakken zoals 7/7, of 24/24). Kader bevat: dagen met mogelijke arbeidsprestaties, tijdvak, minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur, en maximale wekelijkse arbeidsduur. 

Versoepeling invoering van uurroosters in het arbeidsreglement  

  • Vandaag: een werkgever die nieuw uurrooster wil invoeren of zelfs maar licht wijzigen, moet de volledige procedure tot wijziging arbeidsreglement volgen. Bij blokkering is er een verzoeningsprocedure en beslissing door paritair comité.
  • Voortaan: de beslissing bij paritair comité is voortaan geldig met stemmen van slechts 1 vakbond (ipv 75 %).
  • Voortaan zal de eerste zes maanden van een arbeidsovereenkomst een proefperiode uitmaken. Dit betekent dat een werkgever de samenwerking met zijn werknemer stop kan zetten met een korte opzeg van één week. 

Proefperiode

  • Voortaan zal de eerste zes maanden van een arbeidsovereenkomst een proefperiode uitmaken. Dit betekent dat een werkgever de samenwerking met zijn werknemer stop kan zetten met een korte opzeg van één week. 

Terug Naar Werk

De “Terug Naar Werk -Wet”: is een belangrijke wet die de terugkeer naar werk na (langdurige) zieke wil versnellen en verbeteren. Ze geeft uitvoering aan het regeerakkoord, de zogenaamde derde golf maatregelen in het Terug Naar Werk- beleid, en bevat verschillende wijzigingen. Met deze wet wil de regering ervoor zorgen dat alle betrokken partijen (werkgever, werknemer, artsen,…) meer verantwoordelijkheid opnemen in het re-integratieproces. Daarnaast past de wet een aantal regels in het arbeidsrecht aan rond bijvoorbeeld het ziektebriefje en het gewaarborgd loon en wijzigt ze via een koninklijk besluit ook de Codex Welzijn op het Werk.

Lees meer over de Terug Naar Werk - Wet

 

Tip: Op organiseren 19 januari organiseren UNIZO en Liantis ook een webinar over de verschillende wijzigingen. Tijdens dit webinar wordt meer in detail uitgelegd wat deze wijzigingen voor kmo’s en hoe werkgevers de terugkeer van een medewerker op een goeie en duurzame manier best aanpakken. De experten van UNIZO en Liantis geven heldere uitleg, praktische tips en direct toepasbare handvatten. 

Schrijf je in voor het webinar! 

 

Premies en tegemoetkomingen

  • Afschaffing RSZ-korting kunstenaars: de RSZ-doelgroepvermindering voor kunstenaars verdwijnt vanaf 1 april 2026.
     
  • Afschaffing Vlaamse transitiepremie werkzoekenden: vanaf 01/01/2026 zal het in het Vlaams Gewest niet langer mogelijk zijn om de transitiepremie aan te vragen. 
    Goed nieuws: UNIZO blijft jou als startende ondernemer gidsen in jouw startersplannen!

     

  • De werkhervattingspremie zal in 2026 enkel nog digitaal aangevraagd kunnen worden. De werkhervattingspremie is een financiële stimulans van 1725 euro voor werkgevers die langdurig zieke werknemers (opnieuw) tewerkstellen. Met dit financieel duwtje in de rug wil de regering de re-integratie van langdurige zieke werknemers bevorderen en werkgevers ondersteunen die hierin inspanningen leveren. Werkgevers moeten de premie aanvragen via het ziekenfonds van de werknemer. Tot eind 2025 dit zowel online of op papier. Vanaf 2026 kan dit enkel nog digitaal door in te loggen op de website van het Nationaal Intermutualistisch College.

Ketenaansprakelijkheid

Als gevolg van een aantal recente en schrijnende gevallen, besliste de Vlaamse Regering om de ‘gepaste zorgvuldigheid’ of zorgvuldigheidsplicht verder uit te werken, als aanvulling op de contractuele clausule bij het werken met buitenlandse arbeidskrachten of zelfstandigen bij (onder)aanneming. Om te vermijden dat je aansprakelijk gesteld kan worden voor inbreuken begaan door je rechtstreekse (onder)aannemer met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten of zelfstandigen, zal je vanaf 1 januari 2026 een aantal stukken moeten opvragen en bewaren van die rechtstreekse onderaannemer, indien deze actief is in één van de risicosectoren (werken in onroerende staat, levering van stortklaar beton, vleessector, koeriersdiensten). Dit geldt zowel voor jou als professionele opdrachtgever of als (intermediaire) aannemer. Meer informatie vind je op de website van de Vlaamse overheid. Bij specifieke vragen kan je terecht op ketenaansprakelijkheid.wewis@vlaanderen.be

Tip: via het UNIZO ledenvoordeel bij DataChecker, vermijd je voorgoed illegale tewerkstelling!

Economische migratie

  • Vanaf 01/01/2026 worden verstrengingen doorgevoerd in het Vlaams beleid rond economisch migratie. De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt samen te vatten:
    • Categorie ‘overige’: minimumvereisten is een diploma secundair onderwijs (VKS niveau 1 en 2 komen niet langer in aanmerking).
    • Categorie ‘middengeschoolden’: er is een nieuwe lijst van toegelaten beroepen. Een aantal beroepen, zoals vrachtwagenchauffeur, buschauffeur, slager, bakker zullen vanaf nu via de categorie overige moeten worden aangevraagd. Beroepen zoals asbestverwijderaar en diamantbewerker worden dan weer toegevoegd aan de lijst.
    • Categorie ‘hooggeschoolden’: enkel hooggekwalificeerde functies komen nog in aanmerking en de arbeidsovereenkomst zal extra gegevens moeten bevatten zoals het paritair comité en functieclassificatie. Indien de dienst Economische Migratie dat nodig acht, kan ze extra bewijzen opvragen.
    • Retributie: in de loop van 2026 zal een Vlaamse retributie worden ingevoerd voor elke aanvraag (zowel de eerste als bij een hernieuwing). 

Meer informatie vind je op de website van de Vlaamse overheid

  • In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijven de regels rond economische migratie ongewijzigd ten opzichte van de regels die van toepassing zijn sinds 2024. Meer informatie over deze regels vind je op de website van Liantis