Meewerkende echtgenoot
Wat als jouw partner wil meewerken in de zaak. Moet die zich dan ook aansluiten bij een sociaal secretariaat? En is het fiscaal voordelig om die partner dan een eigen inkomen te geven? Je leest het in dit adviesartikel.
Informatie
Je wil je partner in de zaak helpen
Wanneer je partner een eenmanszaak uitbaat, mag je hem helpen. Maar dat betekent niet dat je automatisch verplicht bent om als zelfstandige aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en sociale bijdragen te betalen.
In een vennootschap kun je niet als helper of meewerkende echtgenoot werken. Om in een vennootschap te helpen heb je 3 mogelijkheden: je wordt bestuurder of zaakvoerder, je bent werkend vennoot of je richt een eigen onderneming op om je diensten aan te bieden aan de vennootschap.
Ben je gehuwd of wettelijk samenwonend en help je in de eenmanszaak van je partner, dan ben je meewerkende echtgenoot. Maar je zal niet altijd moeten aansluiten als meewerkende echtgenoot:
- Heb je een eigen zelfstandige activiteit, dan ben je gewoon zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep. Het feit dat je je partner helpt in zijn zaak verandert niets. Je mag hem naast je eigen activiteiten gewoon helpen.
- Ben je werknemer of ambtenaar waardoor je als zelfstandige in bijberoep beschouwd zou kunnen worden, dan mag je niet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Je betaalt dan geen sociale bijdragen en je bouwt geen sociale rechten op als zelfstandige. Toch mag je hem gewoon helpen.
- In alle andere gevallen moet je aansluiten als meewerkende echtgenoot en sociale bijdragen betalen. Je bouwt dan dezelfde sociale rechten op als een zelfstandige in hoofdberoep.
Soms word je op vraag van het RSVZ ambtshalve aangesloten bij het sociaal verzekeringsfonds van je partner. Dit kan ook gebeuren wanneer je niet helpt. Je neemt dan best contact op met het sociaal verzekeringsfonds om dit op te lossen.
Woon je feitelijk samen met je partner en help je hem in zijn eenmanszaak, dan moet je altijd aansluiten als zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep. Je bent dan geen meewerkende echtgenoot.
Voor meer informatie kun je terecht bij Liantis.
| Beluister de podcast |
|---|
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 28/05/2026
Een inkomen voor jouw meewerkende echtgenoot/echtgenote: fiscaal voordeliger?
Belastingplichtigen met een eenmanszaak (geen vennootschappen!) mogen aan hun effectief in de onderneming meewerkende echtgenoot een bezoldiging toekennen. Dit inkomen moet overeenstemmen met de normale vergoeding voor de geleverde prestaties.
In principe mag niet meer dan 30% van winst als bezoldiging aan de meewerkende echtgenoot worden toegekend. Alleen wanneer meewerkende partner verantwoordelijk is voor een groter aandeel in de winst, mag een hogere bezoldiging worden toegekend.
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 05/08/2025
Wat zijn sociale bijdragen? Wat krijg je in ruil?
Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten moeten zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en sociale bijdragen betalen aan dat sociaal verzekeringsfonds. Deze bijdrage wordt berekend op basis van je inkomsten als zelfstandige, in ruil krijg je als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot recht op sociale bescherming en dienstverlening rond mentaal welzijn op het werk en burn-outpreventie.
Ben je zelfstandige in bijberoep, dan kun je beperktere sociale rechten genieten als zelfstandige, op voorwaarde dat je voldoende hoge sociale bijdragen betaalt.
Naast de gewone terugbetalingen in de ziekteverzekering en de gezinsbijslag (In Vlaanderen het groeipakket), bestaat de sociale zekerheid van zelfstandigen uit:
- Begeleiding rond mentaal welzijn op het werk en burn-outpreventie
- Een pensioen, waarbij voor meewerkende echtgenoten soms voordeligere regels gelden
- Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en een vrijstelling van bijdragen bij ziekte of na een ongeval
- Moederschapsuitkeringen en gratis dienstencheques
- 20 dagen geboorteverlof of vaderschapsuitkering
- 10 weken adoptieverlof of pleegouderverlof
- Uitkering overbruggingsrecht na een faillissement, een verplichte sluiting of wanneer je om financiële redenen stopt
- 12 maanden uitkeringen voor mantelzorgers
- 10 dagen rouwverlof na het overlijden van een kind of jouw partner
Naast deze wettelijke sociale zekerheid, kun je als zelfstandige ook overwegen aanvullende verzekeringen af te sluiten.
Je kunt bij Liantis terecht voor je wettelijke en aanvullende sociale bescherming.
| Beluister de podcast |
|---|
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 14/08/2026
Pensioenrechten van meewerkende echtgenoten
Meewerkende echtgenoten hebben dezelfde sociale rechten als alle andere zelfstandigen. Je bouwt rechten op voor het gewoon rustpensioen (als alleenstaande), het gezinspensioen, het overlevingspensioen, de overgangsuitkering en het echtscheidingspensioen. Dat pensioen kan aangevuld worden met de pensioenbonus of wanneer je vanaf 1 januari 2027 vervroegd op pensioen (voor de wettelijke pensioenleeftijd) verminderd worden door de toepassing van de pensioenmalus gaat zonder voldoende lang effectief gewerkt te hebben.
Maar daarbij gelden voor meewerkende echtgenoten enkele uitzonderingen:
- Een voordelige berekening van het pensioenbedrag
- Een minder strenge loopbaanvoorwaarde voor het recht op een minimumpensioen
- Een minder strenge loopbaanvoorwaarde om vanaf 1 januari 2027 een pensioenbonus te kunnen opbouwen
Voordelige berekening van het pensioenbedrag
Normaal wordt jouw pensioen berekend op basis van de inkomsten waarop je sociale bijdragen betaalde. Maar ook al bedraagt de minimumbijdrage die je als meewerkende echtgenoten verschuldigd bent ongeveer de helft van de minimumbijdrage in hoofdberoep (berekend op een inkomen van 7.632,44 euro (2026) in plaats van 17.374,08 euro (2026)), toch bouw je dezelfde pensioenrechten op als een zelfstandige in hoofdberoep. Je pensioenbedrag wordt daarom altijd berekend op basis van een minimuminkomen van 17.374,08 euro.
Minder strenge voorwaarde voor het minimumpensioen
Om recht te hebben op een minimumpensioen moet je in principe minstens 30 jaar lang pensioenrechten opgebouwd hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom geldt voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan 30 jaar geraken een minder strenge regel.
De minder strenge regel geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1968
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, dan heb je recht op een minimumpensioen op voorwaarde dat:
- Het aantal kwartalen waarvoor je vanaf 1 januari 2003 pensioenrechten opbouwde als meewerkende echtgenote, zelfstandige of werknemer
- Moet minstens gelijk zijn aan 2/3e van het aantal kalenderkwartalen tussen 1 januari 2003 en het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin je effectief op pensioen gaat.
Waarom moet je tijdens de referentieperiode vanaf 2003 aan 2/3e pensioenopbouw geraken? Omdat de normale loopbaanvoorwaarde van 30 jaar gelijk is aan 2/3e van een volledige loopbaan van 45 jaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1966, wil je op 1 januari 2034 op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaan en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op een minimumpensioen. Want je zal in dit geval tegen 2034 28,5 jaar (114 kwartalen) pensioenrechten hebben opgebouwd. Dat is meer dan 2/3e van de 31 jaar (124 kwartalen).
Minder strenge voorwaarde om een pensioenbonus op te bouwen
Om een pensioenbonus te kunnen opbouwen moet je na de wettelijke pensioenleeftijd verder werken zonder op pensioen te gaan, moet je volgens de normale regels 35 jaar lang minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben en moet je volgens de normale regels in totaal minstens 90 kwartalen sociale bijdragen betaald hebben. Maar omdat het voor meewerkende echtgenoten vóór 2003 verboden was om sociale bijdragen te betalen, kon je vroeger als meewerkende echtgenote geen pensioenrechten opbouwen. Daarom gelden voor sommige meewerkende echtgenoten die niet aan de normale 35 jaar en 90 kwartalen bijdragebetaling geraken minder strenge loopbaanvoorwaarden.
De minder strenge regeling geldt voor meewerkende echtgenoten die:
- Geboren zijn tussen 1 januari 1956 en 31 mei 1973
- Op voorwaarde dat je in de periode van het 1e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 minstens 1 kwartaal sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote in het maxi-statuut
Voldoe je aan deze voorwaarden, kun je als meewerkende echtgenote een pensioenbonus opbouwen op voorwaarde dat je:
- Na de wettelijke pensioenleeftijd verder werkt zonder pensioen
- Gedurende minstens 35/45e van het aantal jaren in de periode van 1 januari 2003 tot aan je wettelijke pensioenleeftijd telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of als zelfstandige, of waarin je effectief werkte als werknemer of ambtenaar
- En je voor minstens de helft van de kwartalen gelegen tussen 1 januari 2003 en de maand waarin je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt sociale bijdragen betaalde als meewerkende echtgenote of zelfstandige, of dat je effectief werkte als werknemer of ambtenaar.
Voorbeeld: ben je geboren in december 1971, wil je vanaf 1 januari 2039 wanneer je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebt verder werken zonder pensioen en betaal je sinds 1 juli 2005 sociale bijdragen als meewerkende echtgenote, dan heb je recht op de pensioenbonus. Want je zal in dit geval tegen 2039:
- 34 jaar lang telkens minstens 2 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan 35/45e van de 36 jaar (28 jaar) tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038
- En gedurende 134 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald. Dat is meer dan de helft van de 144 kwartalen tussen 1 januari 2003 en 31 december 2038
Fout opgemerkt? Laatst gewijzigd: 11/08/2026